Recensie

Oude Amsterdamse choreografen winnen het in lef en eigenheid van de nieuwe

Het Nationale Ballet presenteert Made in Amsterdam: twee gemengde avonden met werk dat speciaal voor de Amsterdamse balletgroep werd gemaakt.

Scène uit Citizen Nowhere van David Dawson. Foto Hans Gerritsen

Opnieuw presenteert Het Nationale Ballet twee gemengde avonden, parallel geprogrammeerd; een forse inspanning én mooie uitdaging voor de dansers. Ditmaal is gekozen voor werk dat speciaal voor HNB werd gemaakt. Made in Amsterdam dus, met vijf oudere werken en drie premières.

De vraag is of die nieuwe werken artistiek iets toevoegen aan het repertoire. Homo Ludens van Juanjo Arqués en In transit van Ernst Meisner zijn weliswaar dynamische bewegingstsunami’s waar de dansers hun tanden in kunnen zetten, maar een sterke, persoonlijke signatuur ontbreekt. Jammer ook dat Homo Ludens echt sprankelende speelsheid ontbeert.

Het soloballet Citizen Nowhere van David Dawson biedt de jongensachtige Edo Wijnen een mooi vehikel. In zijn psychologische ‘ruimtereis’, tegen de achtergrond van een soms fraai videodecor, zijn thema’s en tekstfragmenten uit Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry herkenbaar. Het is daarbij vooral de muziek van Szymon Brzóska die voor dramatische inkleuring zorgt; Dawson zelf hanteert voor vrijwel elke gemoedstoestand elegant overstrekte, hyperlenige lijnen.

Wat een verschil met de ingetogen spanning in Frank Bridges Variations (2005) van Hans van Manen, die de dansers minutenlang alleen maar over het toneel laat schrijden – het lef! De soms roerloze dansers in Ton Simons’ duet Romance (2014) maken ook meer indruk dan het gekrioel in de nieuwe balletten, net als ouder werk van Christopher Wheeldon, Alexei Ratmansky en Krzysztof Pastor. ‘Old Amsterdam’ heeft meer pit.