NRC checkt: ‘Op sommige scholen is 30 procent dyslectisch’

Dit zei dyslexiehoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen vorige week tegen het Algemeen Dagblad.

Scholieren op school. Foto Koen Suyk/ANP

De aanleiding

Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs, kopte Algemeen Dagblad vorige week. Drie hoogleraren stelden, net als vorig jaar in NRC, dat steeds meer kinderen ten onrechte het label dyslexie en dyscalculie krijgen. Met de kinderen is niets aan de hand, maar met het onderwijs wel, zegt onder anderen dyslexiehoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen: leerkrachten geven niet goed les en stampen en oefenen te weinig met de leerlingen.

In het interview vertelt Bosman dat de cijfers over dyslexie zorgwekkend zijn. „Op sommige middelbare scholen staat 30 procent van de leerlingen te boek als dyslectisch”, zegt ze. En nu willen we weten: klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Bosman laat desgevraagd weten dat ze geen officiële cijfers heeft. Een leerkracht stuurde haar een bericht waarin stond dat 250 van de 1.300 leerlingen op diens school dyslectisch waren, vertelt ze. En Bosman zelf hoorde van een ouder over een klas waar eenderde dyslexie leek te hebben. De naam van de school wil ze niet noemen.

En, klopt het?

Of de beweringen van de leerkracht en de ouder kloppen, kunnen we niet nagaan omdat het onduidelijk is over welke scholen het gaat. De uitspraak van de docent is eigenlijk niet relevant; hij praat over bijna 20 procent (250 van de 1.300) en niet over 30 procent.

Dus gaan we op zoek naar een recente studie met cijfers over dyslexie. En die publiceerde staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) eind vorig jaar bij een Kamerbrief. Dekker vroeg het onderzoeksbureau CentERdata om een quickscan uit te voeren naar het aantal dyslexieverklaringen. Want eerdere metingen dateerden uit 2012.

Uit de quickscan blijkt dat 17,7 procent van de middelbare scholen aangeeft dat 15 tot 30 procent van de leerlingen lijdt aan dyslexie. In de eindexamenklassen liggen de percentages anders. Zo geeft 40 procent van de vmbo-basis- en de vmbo-kaderscholen aan dat 20 procent of meer leerlingen in het laatste jaar dyslexie heeft. Terwijl 15 procent van de vmbo-gl- en vmbo-tl scholen (voorheen mavo) aangeeft dat 20 procent of meer scholieren in het eindexamenjaar dyslexie heeft. Op de havo geeft 7 procent van de onderwijsinstellingen dit aan, op het vwo 3,5 procent.

De quickscan geeft slechts een grove indicatie, zegt Boukje Cuelenaere Hoofd Survey Onderzoek van CentERdata. Ze legt uit dat de studie in de zomer is gehouden en dat de respons beperkt was. In het basisonderwijs reageerde 20 procent (1.360 scholen) en in het voortgezet onderwijs 40 procent (245 scholen) van alle onderwijsinstellingen in het land.

Op de uitkomst van de middelbare scholen (17,7 procent geeft aan dat 15 tot 30 procent van de leerlingen een verklaring heeft) valt dus ook wat af te dingen. Lang niet alle scholen zijn ondervraagd en 15 tot 30 procent is een behoorlijke bandbreedte, beaamt onderzoeker Cuelenaere.

Ze duikt desgevraagd in de ruwe data en ziet dat exact één middelbare school de 30 procent heeft aangevinkt. Eén andere school geeft 29 procent aan. De rest van de onderwijsinstellingen zit onder de 23 procent.

Conclusie

Dyslexiehoogleraar Anna Bosman stelt in het Algemeen Dagblad dat op sommige middelbare scholen 30 procent van de leerlingen te boek staat als dyslectisch. Er zijn volgens de quickscan 642 middelbare scholen in Nederland. En het is aannemelijk dat hier meer onderwijsinstellingen tussen zitten met een behoorlijke groep dyslectische leerlingen.

Als we onder „sommige scholen” in de bewering van Bosman minimaal twee scholen verstaan, is de stelling waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt