Aydin C. zwijgt ook op de laatste zittingsdag

Webcamafpersing

Aydin C. zou spreken, op zijn laatste procesdag wegens aanranding en afpersing. Zijn slachtoffers werden niets wijzer.

Illustratie Aloys Oosterwijk / ANP

Maar wie is dan die Murat? Op hem kwam het verhaal telkens weer uit, in het pleidooi van de advocaten van Aydin C., in de rechtbank in Amsterdam-Osdorp. C. wordt verdacht van onder meer aanranding en jarenlange afpersing van 34 minderjarige meisjes. Zij moesten webcamseksshows opvoeren, anders zouden naaktfoto’s van hen verspreid worden. Die waren eerder via de webcam van hen gemaakt, door iemand die zich op chatsites voordeed als leeftijdgenoot van de tieners.

Maar dat was niet de 38-jarige Aydin C. – ene Murat S. zou verantwoordelijk zijn. C. was onschuldig en verder wilde hij er niets over zeggen. Dat hield hij vol tot en met de laatste zittingsdag, woensdag.

„Ik zal zwijgen tot ik het laatste woord krijg”, kondigde hij eind januari op de eerste zittingsdag aan. Hij beantwoordde vervolgens nooit vragen, en hij stond niet op bij entree van de rechters, zoals goed gebruik is – tot irritatie van justitie.

Het was ‘zijn protest over de gang van zaken’, liet hij weten, want de verdediging zou niet de kans hebben gekregen het gehele bewijsdossier in te zien. Van harde schijven met belastende informatie werden geen kopieën verstrekt, opnames van afgeluisterde gesprekken waren „incompleet”, bevatten uren ruis. „Dat vindt de cliënt verdacht”, aldus zijn raadslieden.

Ergernis bestond er dus over en weer. Wel zat C. steeds ontspannen in de zaal, zich intensief bemoeiend met alles wat zijn advocaten opschreven.

Uiteindelijk stelde C.’s laatste woord – langverwacht door slachtoffers die verlangden naar enig inzicht, enig begrip – niets voor. „Alles wat ik wilde zeggen is al verwoord door mijn advocaten”, zei hij woensdag.

In hun pleidooi besteedden advocaten Robert Malewicz en Chana Grijsen maandag de meeste aandacht aan het ontkrachten van verbanden tussen het bewijs en Aydin C. Het feitenonderzoek had een netwerk blootgelegd van aan elkaar gelinkte Facebooknamen, Skypeaccounts en e-mailadressen, en uitgebreide registers van slachtoffernamen, die herleid werden naar C.’s computers. Maar de IP-adressen die gelinkt zijn aan de chatsessies verwezen naar Tilburg, stelden de advocaten, en niet naar het bungalowpark nabij Tilburg waar C. woonde. Drie harde schijven en een laptop met ‘digitale sporen’ van de minderjarige meisjes en de chatsessies zijn dan wel gevonden in C.’s bungalow – maar hij bewáárde ze alleen maar. Voor Murat. C. ontving die schijven pas lang nadat de chatsessies gevoerd zouden zijn, aldus de advocaten. Van Murat, wiens naam Aydin al bij zijn arrestatie drie jaar geleden noemde, ontbreekt overigens ieder spoor.

Het alternatieve scenario

De vraag is: zou het alternatieve scenario waar kunnen zijn? Kan Murat inderdaad de eigenaar zijn geweest van de harde schijven met incriminerende informatie en daarmee de genius achter het verknoopte chatmisbruik? Was Aydin slechts een „willoos werktuig”, zoals advocaat Malewicz het noemde, Murats loopjongen en klusjesnerd, die tientallen harde schijven in zijn huis had omdat hij nou eenmaal reparaties uitvoerde voor mensen uit de omgeving?

Dat scenario bleef volgens officier van justitie Janneke Weening „weinig concreet” en „slecht onderbouwd”. „Dat een ander scenario denkbaar is, betekent niet dat dit andere scenario ook aannemelijk is.” Als er iemand anders achter het toetsenbord had gezeten dan Aydin C., zei ze, dan had je toch op z’n minst aannemelijk moeten maken dat het Murat was.

Officier van justitie Annet Kramer noemde zaken waarbij een „overweldigende hoeveelheid bewijs” was, en de verdediging eveneens een alternatief scenario opperde. Zo was daar die diefstalzaak, waarbij de verdachte erop wees dat de bovenbuurvrouw óók een sleutel had. Dat nu, aldus Kramer, was nou niet echt bewijs dat zij de dief was. En dat die verdachte daarna bleef zwijgen, hielp hem ook niet echt. Hij werd veroordeeld.

In de zaak-Aydin C., tegen wie tien jaar en acht maanden celstraf is geëist, doet de rechtbank op 16 maart uitspraak.