Mensen herkennen zich niet in het nieuws

Wantrouwen in de pers Waar komt het wantrouwen in de pers vandaan, en wat moet je eraan doen? Dat was de grote vraag op een journalistenconferentie in Parijs.

Mag je de onwaarheden die Donald Trump en zijn entourage verspreiden ‘leugens’ noemen? De vraag houdt in de eerste weken van diens presidentschap veel Amerikaanse nieuwsredacties bezig. The New York Times noemde Trumps bewering dat massaal stemfraude zou zijn gepleegd aanvankelijk ‘onjuist’, maar paste de kop boven het stuk later aan, zowel op de site als in de papieren editie: : ‘Trump herhaalt leugen over popular vote’, schreef de krant na overleg met de hoofdredactie.

De discussie over ‘het L-woord’ tekent de zoektocht van Amerikaanse journalisten naar de juiste toon na de onverwachte verkiezingswinst van Donald Trump, bleek vorige week op de News Impact Summit, een conferentie voor journalisten in Parijs. Gevestigde media stellen zich existentiële vragen nu ze blijken te opereren in een klimaat waarin feiten soms een ondergeschikte rol lijken te spelen.

Eerder zei hoofdredacteur Gerard Baker van de Wall Street Journal het woord juist te vermijden. „Als we de term ‘leugen’ zouden gebruiken, dan moeten we zeker zijn van de bedoeling die de spreker heeft”, schreef hij in een commentaar. Liegen is immers een bewuste poging tot misleiding.

Factchecken deed er niet toe

„We hebben maandenlang gedaan wat we als ons werk beschouwden: factchecken, onjuistheden signaleren, de huidige president van alle kanten belichten, zelfs dingen leugens noemen. Dat bleek er allemaal niet toe te doen.” zei Mathew Ingram (tijdschrift Fortune) in een paneldiscussie over de verkiezingen in de VS. „Journalisten en de kiezers van Trump hebben langs elkaar heen gepraat.”

Het duidt op een diepe vertrouwenskloof tussen de media en een groot deel van het publiek, constateerde het panel. Communicatie- en marketingbureau Edelman peilde na de verkiezingen dat slechts 15 procent van de Trump-aanhangers vertrouwen had in de media, tegen een toch al magere 35 procent van de bevolking als geheel. Dat komt, meent Ingram, bijvoorbeeld doordat veel media verkiezingen verslaan als een wedstrijd – wie wint? wie ligt er voor? – en niet als iets dat de levens van mensen beïnvloedt.

„Een grote groep mensen heeft het gevoel dat er niet met – of over ze gesproken wordt”, zegt hij. „De dingen die ze belangrijk vinden, hun angsten, hun toekomst en hun banen maken geen deel uit van de discussie.”

Het gebrek aan diversiteit op de redacties, die vooral in de grote steden aan de kusten zijn gevestigd, speelt daarbij een rol. Mathew Ingram zegt, op een opmerking uit het publiek: „De term ‘fly-over state’ is een deel van het probleem. We zien die staten als plekken waar we een verslaggever parachuteren om een stuk te schrijven, en dan weer vertrekken. Voor mensen voelt het alsof wij ze alleen als cijfers en statistiek zien: de perceptie is dat alleen mensen in Washington, New York en San Francisco ertoe doen.”

Dat constateert ook Amy Mitchell van onderzoeksinstituut Pew. Steeds minder regionale media hebben verslaggevers in Washington, en zelfs die schrijven vooral insiderverhalen over de nationale politiek, in plaats van over de betekenis van de debatten en besluiten voor de lezers in hun thuisstaat. Mitchell: „Dat is juist wat ze het belangrijkst vinden: heb ik volgend jaar nog een baan? Kunnen mijn kinderen nog naar school?”

Vertel je lezers verhalen

Naast diversiteit is er nog een probleem: als lezers je niet vertrouwen, wantrouwen ze al je argumenten. Hoe meer je argumenteert en factcheckt, hoe minder ze je geloven, vreest Ingram.

Wat media in ieder geval niet moeten doen, is lezers om de oren slaan met feiten in plaats van ze verhalen te vertellen, denkt Yoni Appelbaum van The Atlantic. „Het gaat erom lezers eerlijk alle feiten en argumenten te bieden en ze uit te nodigen die zelf te wegen en een mening te vormen, in plaats van ze ergens van te overtuigen.” Appelbaum ziet kansen in digitale ontwikkelingen. „We bereiken meer mensen dan ooit tevoren”, zegt hij. „De potentie is er om onze verhalen breed te distribueren, buiten de traditionele ‘elite’.”

Maar daarbij kunnen verhalen niet meer steunen op de reputatie van de titel waarin ze verschijnen, of op een lange relatie tussen lezer en auteur. Verspreiding via sociale media ontdoet ze van die context. „Elk verhaal moet zelf het vertrouwen en de aandacht van de lezer winnen.”