Recensie

Meekijken over de schouder van een slaaf

Tentoonstellingsboek

‘Goede Hoop; Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600’, het boek dat de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum begeleidt, is een ambitieus, maar ook riskant project.

Tussen Nederland en Zuid-Afrika was het altijd nog een kwestie van ‘hoop en liefde, van wanhoop en leed, van ergernis, ruzies en conflict’, schrijft Taco Dibbits in het voorwoord van Goede Hoop; Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600, het boek dat de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum begeleidt. Het is een ambitieus, maar ook riskant project. Koloniale geschiedenis is sowieso een mijnenveld, en dan is er in dit geval ook nog eens de schandvlek van het racistische apartheidssysteem, waarvan de benaming rechtstreeks uit het Nederlands stamt.

‘Apartheid’ is niet het enige ongemakkelijke woord. Toen de Nederlanders in 1652 op de zuidpunt van Afrika landden, noemden ze de plaatselijke bevolking ‘Bosjesmannen’. Dat kun je nu onmogelijk meer zeggen. Maar waar wij aarzelen om iemand die niet wit of zwart is ‘gekleurd’ te noemen, is dat in Zuid-Afrika nauwelijks een probleem.

Dan is er de kwestie van het perspectief: wie voert namens wie het woord? De inleiding belooft diversiteit. ‘Zo kijken we mee over de schouders van tot slaaf gemaakte Afrikanen en Aziaten, van vrijburgers, bannelingen, gouverneurs en als het even kan, de Khoiherders van de Kaapse Bergen en vlakten.’ Goed bedoeld, maar niet eenvoudig.

Aan de hand van twintig boeiende hoofdstukken en tal van prachtige illustraties ontvouwt zich het panorama van de gemeenschappelijke geschiedenis van Nederland en Zuid-Afrika, te beginnen bij de stichting van Kaapstad als een verversingspost ten gerieve van de Verenigde Oostindische Compagnie, de daarop volgende kolonisatie, de annexatie door Engeland en het daarmee gepaard gaande terugdringen van de Nederlandse invloed. Gevolgd door, omstreeks 1900, de morele steun die veel Nederlanders betuigden aan de boerenrepublieken Transvaal en Oranje-Vrijstaat toen die door de Britten onder de voet werden gelopen. Opvallend genoeg hield de Nederlandse regering zich daarbij muisstil.

Overwegend kritisch

Aan de warme familieband met Zuid-Afrika kwam pas een einde toen het blanke apartheidsregime een uitgesproken repressief beleid ging voeren. Het keerpunt werd gemarkeerd door het bloedbad bij Sharpeville (1960), het proces tegen Nelson Mandela en andere zwarte leiders (1963-1964) en de Soweto-opstand (1976). Adriaan van Dis kijkt er niet zonder ironie op terug: ‘Bij god, wat waren we toen toch goed in het wijzen naar het onrecht buiten ons erf.’

De inzet van Goede Hoop is overwegend kritisch. Gangbare visies worden doeltreffend ondergraven. Zo wordt bijvoorbeeld duidelijk dat achter de schijnbare tolerantie van Jan van Riebeeck welbegrepen koopmansbelang schuilging. De VOC vond het niet opportuun om de inheemse bevolking al te zeer tegen zich in het harnas te jagen. Desondanks werd het land sluipenderwijs geplunderd en ging de oorspronkelijke cultuur geheel te gronde.

Naast de vele nieuwe en verrassende invalshoeken (zoals de door de VOC gefaciliteerde vestiging van een islamitische gemeenschap, om maar iets te noemen) en herschrijvingen van tot mythen gestolde verhalen, zijn er ook wel wat lacunes en gemiste kansen.

Nederland heeft de nodige sporen in Zuid-Afrika achtergelaten, maar in hoeverre was er ook sprake van het omgekeerde? Waarom is er geen plek ingeruimd voor bruine taalwetenschappers en hun recente onderzoek naar het Kaapse Afrikaans?

En dan is er het ongenoegen over historisch onrecht. Kort na de komst van Jan van Riebeeck en de zijnen kwam een delegatie van de Khoikhoi om zich te beklagen over het verlies van hun grond. In haar bijdrage over deze kwestie schrijft Carmel Schrire: ‘De Khoikhoi vroegen of, als zij naar Nederland zouden reizen, ze daar het beste land in bezit zouden kunnen nemen. De VOC antwoordde dat ze het land eerlijk gewonnen had in een oorlog en dat ze vastbesloten was om het te houden.’

In 2015 kwam het verzoek om deze kwestie te bespreken tijdens een bezoek van premier Rutte aan president Zuma. Het werd afgewezen. Er zijn nog wat oneffenheden in onze onderlinge betrekkingen weg te werken.