‘Leger Congo doodt meer dan 100 sekteleden’

Onderzoek door VN

De Verenigde Naties willen onderzoek naar berichten dat het Congolese regeringsleger buitensporig geweld heeft gebruikt tegen aanhangers van een lokale religieuze sekte in het midden van het land. Er zouden sinds vorige week donderdag meer dan honderd mensen zijn gedood, niet alleen met speren en machetes bewapende militieleden van de sekte, ook ten minste 39 vrouwen.

Een woordvoerder van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN zegt dat er grote bezorgdheid bestaat over berichten dat soldaten „lukraak” het vuur openden toen ze oog in oog kwamen te staan met leden van de sekte, die slechts bewapend waren met speren en machetes. De VN willen dat er een „volledig en onafhankelijk” onderzoek komt, zei ze dinsdag.

De Congolese autoriteiten van hun kant noemen de uitlatingen van de VN „onjuist” en „overhaast”. Er zouden wel schermutselingen zijn geweest, maar het dodental onder militieleden en burgers zou veel lager zijn dan honderd.

De gevechten vonden afgelopen week plaats in de regio Dibaya. De aangevallen militie is loyaal aan Kamwina Nsapu, een religieuze separatistenleider die vorig jaar augustus door het leger werd gedood. Hij had gezworen de provincie Kasai-Central te zuiveren van alle regeringstroepen, omdat ze de lokale bevolking zouden onderdrukken. Na de dood van Nsapu raakten diens aanhangers steeds verder geradicaliseerd. Volgens provinciale autoriteiten zouden de sekteleden uit zijn op wraak en gedroegen ze zich steeds gewelddadiger, onder andere door gebouwen te vernielen.

Het geweld in Kasai-Central lijkt los te staan van het recente protest tegen president Kabila.