Column

Grote droogte tast beroemde kunstwerk ‘Spiral Jetty’ aan

Robert Smithson maakte slechts twee grote landschapswerken, en beide zijn bedreigd. Een museum zou zijn werk in in Drenthe moeten adopteren, vindt Sandra Smallenburg

Robert Smithsons landschapskunstwerk Spiral Jetty (1970) in 2009. Foto CC-BY Joevare

De klimaatverandering kent vele slachtoffers. Ook kunstwerken hebben er last van. Vorige week verspreidde de Amerikaanse site Hyperallergic het verontrustende bericht dat Spiral Jetty, het iconische land-artwerk van kunstenaar Robert Smithson, gebukt gaat onder de periode van grote droogte die het zuiden van de VS teistert.

Spiral Jetty is een spiraalvormige pier die op een afgelegen plek in Utah het Great Salt Lake in steekt. Dit immense zoutmeer heeft altijd al een schommelend waterpeil gehad. In 1970, kort nadat Smithson het kunstwerk had afgerond, verdween Spiral Jetty onder water, om pas in 1999 weer op te duiken. Sinds die tijd is het Great Salt Lake gestaag aan het krimpen. Op satellietbeelden van de NASA uit november 2016 is te zien dat de oevers van het meer steeds dichter naar elkaar zijn gekropen. Toen ik het kunstwerk in 2014 bezocht, reikte het water nog tot aan de kop van de pier. In plaats van erop, kon ik naast het kunstwerk lopen.

Op het droge

Sindsdien is er dus nog meer water verdampt. Het waterniveau heeft nu een historisch dieptepunt bereikt. Spiral Jetty is definitief geen pier meer, maar ligt op het droge. De Dia Art Foundation, de stichting die de beheerder is van Spiral Jetty, vreest dat het kunstwerk sneller zal eroderen nu bezoekers er makkelijk op en af kunnen klauteren. Maar het kunstwerk restaureren wil Dia niet. Spiral Jetty wordt, en zo had de kunstenaar het ook gewild, geheel overgelaten aan de elementen.

Slechts twee grote landschapswerken kon Smithson tijdens zijn leven voltooien. Hij stierf in 1973 op 35-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeluk in Amarillo, waar hij werkte aan zijn derde land-artwerk. Dat tweede kunstwerk ligt in Nederland, in een zandafgraving bij Emmen. Ook de toekomst van dit monumentale beeld, Broken Circle/Spiral Hill, is ongewis, zo meldde The New York Times onlangs. De eigenaar van de zandafgraving, Gerard de Boer, denkt erover zijn bedrijf te verkopen. Tot het bedrijfsterrein behoort ook het meer waarin Smithson in 1971 zijn kunstwerk bouwde, plus het ouderlijk huis van De Boer, dat nu dient als een soort minimuseumpje over de Amerikaanse kunstenaar.

Broken Circle/Spiral Hill (1971) in Emmen. Foto CC-BY Retis

Hoe verkoop je een kunstwerk dat met de grond versmolten is? Een vergelijkbaar werk, Double Negative (1970) van Michael Heizer – een gleuf van een halve kilometer lang in een hoogvlakte in Nevada – werd in 1985 door de eigenaar geschonken aan het MOCA in Los Angeles. Dat zou met Broken Circle/Spiral Hill toch ook moeten kunnen? Dat het opgenomen wordt in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam of Museum Kröller-Müller, als een soort dependance op locatie in Drenthe?

Een andere optie is dat de Nederlandse overheid zich erover ontfermt, bijvoorbeeld via het Mondriaan Fonds. Hoe gaaf zou het zijn als in het ouderlijk huis van Gerard de Boer een gastatelier zou kunnen komen, waar internationale kunstenaars als artist-in-residence onderzoek kunnen doen? Zodat de zandafgraving in de toekomst niet alleen Smithsons enige Europese land-artwerk herbergt, maar ook een proeftuin kan zijn voor kunstenaars van nu.

Sandra Smallenburg is redacteur beeldende kunst