Recensie

‘Fences’ blijft te veel verfilmd toneel

‘Fences’ van en met Denzel Washington is goed voor vier Oscarnominaties. Toch stelt de film teleur.

In theorie heeft Fences goede papieren. De derde regie van acteur Denzel Washington ontving vier Oscarnominaties en het toneelstuk van August Wilson waarop de film gebaseerd is, kreeg in 1987 zowel een Pulitzer-prijs als een Tony Award. Het is verheugend om te zien dat de zo vurig gewenste diversiteit bij de Oscars is toegenomen, met nominaties voor beste film, Washington en mede-hoofdrolspeelster Viola Davis. Toch voelt Fences als een stap terug.

Een van de thema’s is rassendiscriminatie, in het bijzonder het bestaan van de zogenaamde ‘color line’. Hoofdrolspeler Troy (Washington), een 53-jarige vuilnisman en voormalig honkbalspeler, beklaagt zich erover dat hij door racisme geen chauffeur van de vuilniswagen mag worden en dat hij in het verleden door zijn huidskleur niet verder kwam dan de tweederangs ‘Negro baseball league’. Toen het toneelstuk voor het eerst werd opgevoerd, midden jaren tachtig, was dit wellicht nog een opzienbarende vaststelling maar inmiddels voelt het als een gegeven dat al in talloze boeken, films, artikelen en essays is vastgesteld. Maar misschien is het grootste bezwaar nog wel dat het toneelstuk alles zo expliciet benoemt, niet alleen het racisme uit de jaren vijftig – waarbij geïmpliceerd wordt dat dat nog steeds in dezelfde vorm bestaat – maar ook het verdere drama.

In Fences bouwt de trotse Troy stukje bij beetje een houten hek om zijn tuin, de plek waar de film zich grotendeels afspeelt. Het symboliseert een aantal dingen die allemaal keurig worden uitgelegd. Troy bouwt het hek om de door hem gevreesde dood buiten de deur te houden maar het vormt vooral een barrière tussen Troy en de wereld, met name zijn twee zoons uit verschillende huwelijken. Zijn collega wijst hem er bovendien op dat een hek niet alleen dingen buiten houdt, maar ook de binnenwereld opsluit, in casu zijn familie.

Fences is dan ook op zijn interessantst als het gaat over de stormachtige relatie tussen de hardvochtige Troy en zijn twee zonen. Zij zoeken vooral zijn bevestiging, maar hij behandelt ze op zeer autoritaire wijze waardoor keer op keer crises ontstaan. Hij is zo streng en ongenaakbaar omdat hij het beste met hen voorheeft, maar het werkt averechts: tussen de koppige vader en zijn zoons ontstaat verwijdering, met bittere verwijten over en weer.

De hoogoplopende ruzie tussen Troy en Rose is hét moment waarop Viola Davis schittert; het levert haar mogelijk een Oscar op

Troy is zijn eigen grootste vijand, getuige ook de steeds pijnlijker wordende scènes tussen hem en zijn zichzelf wegcijferende vrouw Rose (Viola Davis). Het hoogtepunt van Fences is de sterke scène waarin Troy aan Rose opbiecht een minnares te hebben die zwanger is van hem. Hun hoogoplopende ruzie wordt verstoord door het binnenkomen van Troys zwakzinnige broer. Tegen hem slaan ze tijdelijk een vriendelijke toon aan, waarna ze hun ruzie moeiteloos hernemen. Dit is hét moment waarop Viola Davis schittert; het levert haar mogelijkerwijs een Oscar op.

Daartegenover staat het te vette spel van Washington, die acteert alsof hij nog in het theater staat – hij speelde in de heropvoering van Fences op Broadway in 2010. Daarnaast lukt het Washington in zijn rol als regisseur niet om van Fences ook echt film te maken, het blijft verfilmd toneel dat helaas helemaal niets aan de verbeelding overlaat.