Een klap voor strips zonder capes en maillots

Graphic Novels

The New York Times stopt met zijn striplijsten. Liefhebbers zijn geschokt. De lijsten waren een steun voor andersoortige strips.

The New York Times trapte eind januari keihard op de tenen van de stripboeklezers. Per 5 februari schrapte het de afzonderlijke bestsellerlijsten voor stripboeken, graphic novels en manga. Deze boeken worden nu opgenomen in de al bestaande lijsten voor fictie en non-fictie boeken Daarnaast noemde de redactiechef de prijswinnende graphic novel March, de verstripte memoires van een vooraanstaande Amerikaanse burgerrechtenactivist, „een kinderboek”. Het voelde als een flinke trap na.

„Stripboeken hebben nog altijd het stigma dat het ‘een pervers medium voor kleine jongens’ is”, zegt Ryan North. „Dat is en was niet waar”. De Canadese schrijver van het gelauwerde The Unbeatable Squirrel Girl en webstrip Dinosaur Comics schrok van het besluit van de krant. „Ik dacht dat als mensen een boek niet zagen zitten omdat het een strip was, dat een plekje op de bestsellerlijst van de krant ze altijd op andere gedachten kon brengen”.

In 2009 kregen stripboeken in The New York Times in bovengenoemde drie categorieën bestsellerlijsten naast die voor bijvoorbeeld romans en sportboeken. „Stripboeken zijn eindelijk mainstream”, schreef de krant toen, naar aanleiding van de populariteit van films als Iron Man en Watchmen. „De bestsellerlijsten waren een welkom gebaar van erkenning voor een kunstvorm die worstelt om haar potentie waar te maken”, zegt tekenaar en striptheoreticus Scott McCloud, bekend van standaardwerken als Understanding Comics (1993) en Making Comics (2006). „Hopelijk draait The New York Times deze beslissing ooit terug”.

Voor de sector waren de lijsten meer dan een symbolische overwinning. Zo bood The New York Times een veel beter overzicht van verkochte stripboeken dan de industrie zelf kon, schrijft entertainmentblad Vulture. Tot 2009 stoelden de beschikbare data teveel op inkoopcijfers van speciaalzaken in plaats van daadwerkelijk verkochte exemplaren in boekhandels.

Geschrokken van de reacties, benadrukte de krant snel dat het wel de afzonderlijke bestsellerlijsten schrapte, maar dat stripboeken niet genegeerd zullen worden. „Ze kunnen nog steeds bestsellers zijn, maar nu in de fictie- of nonfictielijsten”, twitterde boekenchef Pamela Paul. Ze benadrukt per mail dat de verslaggeving van de drie genres niet minder wordt. „We willen op diepere en meer dynamische manieren praten over graphic novels en stripboeken”. Ze wijst naar een recent Facebook Live video over de werkwijze van tekenaar George O’ Connor als voorbeeld. Paul geeft wel toe dat het schrappen van de drie lijsten een kostenbesparende beslissing is.

Critici zien de beslissing van The New York Times als een harde klap voor kleine uitgevers, vrouwen en de LGBTQ-gemeenschap. „De bestsellerlijsten stonden geregeld vol met makers en personages die geen witte blanke heteromannen waren”, zegt tekenaar North. Het waren niet alleen de Super- en Spidermannen maar ook boeken zoals Smile en Fun Home, die thema’s als opgroeien, vrouwelijkheid en seksualiteit behandelden, met vrouwen in de hoofdrol. Paul verwerpt de kritiek: „Deze boeken kunnen nog steeds op de bestsellerlijsten terecht komen”. Al geeft ze toe dat „de lat nu hoger” ligt.

„Het was fantastisch dat er zoveel vrouwen op de lijsten te vinden waren”, zegt Megan Rose Gedris. Volgens de maker van strips als Yu+Me Dream en Meaty Yogurt kunnen lezers die op zoek zijn naar verhalen met LGBTQ-thema’s nu beter online terecht. „Webcomics zijn gevuld met queer content, door queer makers, voor queer lezers. En geen enkele druk om op enige manier een heteroseksueel publiek aan te spreken”. Maar dan moet je wel weten dat deze beeldverhalen, zonder capes en maillots maar met niet-heteroseksuele thema’s, bestaan. Een plekje op een eigen NYT bestsellerlijst hielp daar toch echt wel bij.