De CPB-doorrekening komt eraan: waarop te letten?

Uitkomsten

De doorrekening van het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma’s verschijnt om half elf vanochtend: hier moet je straks op letten.

Foto ANP / Robin Utrecht

1. De verrassing

Soms zit er een verrassing in de doorrekening: een nieuw standpunt van een partij ten opzichte van het verkiezingsprogramma. Vaak genoeg staat die verrassing ergens achter in het dikke boekwerk, bij de hoofdstukken per partij. Het Centraal Planbureau (CPB) ziet het niet als zijn taak te wijzen op de verschillen tussen de programma’s van de partijen en de doorrekening. Dus vaak duurt het enige dagen voor de verrassing wordt ontdekt. Zo bleek in 2006 bij de doorrekening dat het CDA het ontslagrecht forser wilde aanpassen dan tot dan toe duidelijk was. In 2012 bleek de SP in de doorrekening via een ingewikkeld plan de AOW-leeftijd toch ook deels te verhogen.

Een partij hoeft een plan dat in haar verkiezingsprogramma staat niet in te dienen bij het CPB. Geert Wilders pronkte in 2012 met het gunstige effect van de eigen plannen op de werkgelegenheid en de groei, maar de PVV liet toen een belangrijk economisch plan niet doorrekenen door het CPB: uittreden uit de euro.

2. Nieuw: ongelijkheid

Voor het eerst berekent het CPB het effect van de plannen van de partijen op de inkomensongelijkheid. Dat is een reactie op de vaak gehoorde kritiek op de economische modellen van het CPB: die zouden te weinig oog hebben voor de kosten van hard sociaal beleid. Een partij kan goed scoren op werkgelegenheid en groei door de uitkeringen te verlagen. Maar de kosten daarvan – risico op armoede en ongelijkheid – komen niet in beeld. Het Planbureau berekent daarom nu in hoeverre de Gini-coëfficiënt verandert door de plannen van de partijen. Neemt die toe, dan neemt de inkomensongelijkheid toe, neemt die af: vice versa. De Gini-coëfficiënt in Nederland is, met 0,286 in 2014, internationaal bezien laag.

3. Vergroenen

Opvallend aan de verkiezingsprogramma’s is dat veel partijen grootse plannen hebben als het om een groenere economie gaat: de energietransitie, een groener belastingstelsel en een circulaire economie. Donderdag rekent het Planbureau voor de Leefomgeving de plannen door op de klimaateffecten en de kosten. Zijn de partijen zo groen als ze zich voordoen?

4. Geef de economie een zet

Veel partijen vinden dat het na jaren van bezuinigen tijd is om te investeren in de economie. De vraag is in hoeverre de partijen de economie de komende jaren ook echt een zet geven in de ogen van het CPB. De economische groei die het CPB nu voorziet voor het einde van de kabinetsperiode in 2021 is 1,7 procent. Wie komt daarboven?

5. Wat kosten de dure plannen?

Een basisinkomen voor iedereen (Vrijzinnige Partij). Een vlaktaks (VNL). Een groen belastingstelsel (GroenLinks). Een plan voor 100.000 banen bij de overheid (PvdA). De AOW-leeftijd terug naar 65, geen eigen risico meer in de gezondheidszorg, en hogere uitkeringen (SP). Diverse partijen hebben plannen die de overheid veel geld kosten. De vraag die donderdag duidelijk wordt is wie daarvoor de rekening betaalt. Gaan de belastingen voor bedrijven fors omhoog? Of op vermogen? Stijgt het begrotingstekort? Gaat het ten koste van ontwikkelingshulp of defensie? Of dalen de uitkeringen?

6. Neem de cijfers niet letterlijk

Het is telkens weer raak na de doorrekening: politici schermen met de hun welgevallige cijfers van het CPB. Bij de ene partij klinkt dat zo: wij creëren 320.000 banen! Bij de andere zo: bij ons gaat de koopkracht er 3,2 procent op vooruit. Ook al berekent het CPB dit soort precieze getallen, ze zouden niet zo letterlijk moeten worden genomen. Het CPB berekent het effect van de plannen van partijen alsof ze alleen zouden regeren en dus volledig worden uitgevoerd. Dat gebeurt in een coalitieland als Nederland nooit. Bovendien berekent het CPB dat ten opzichte van een raming van de economie uit september die inmiddels alweer is achterhaald. De werkloosheid staat, met 5,5 procent van de beroepsbevolking, nu al op het hetzelfde niveau als het CPB voor 2021 heeft voorspeld. Andere belangrijke relativering: er zijn allerlei effecten van de plannen die wel bestaan maar die het CPB niet doorrekent of kan doorrekenen. Neem investeringen in onderwijs. De doorrekening zet vooral partijen tegen elkaar af en laat zien welke harde keuzes zij maken: wie krijgt een financieel voordeel en wie een extra last?