brieven kk

Verkiezingsprogramma’s

Ook ’t recht is vloeibaar

Vijf politieke partijen doen in hun verkiezingsprogramma’s voorstellen die „lijnrecht ingaan tegen de Nederlandse rechtsstaat”, concludeerde een commissie van hoogleraren en advocaten (NRC, 14 februari). De deskundigen maken echter geen onderscheid tussen waarden en normen. Deze commissie gaat ervan uit dat de rechtsstaat is gebaseerd op een abstracte vorm van het recht, waaraan ze zelfs fundamentele grondslagen toekent, al dan niet universeel.

Het recht als waarde is echter aan voortdurende verandering onderhevig, want wat nu algemeen geaccepteerd wordt, was dat honderd jaar terug lang niet altijd, en hoe over honderd jaar over onze rechtsstaat geoordeeld zal worden zal niet altijd lovend zijn. Panta rhei. Zelfs het huidige begrip van fundamentele rechten is tijd- en plaatsafhankelijk.

Van tijd tot tijd worden de geaccepteerde waarden in gestolde vorm in wetten en normen vastgelegd, maar daar zijn ze al bij de formulering een beetje verouderd. Wetten leggen vast wat op een bepaald tijdstip algemeen als goed gedrag wordt omschreven, als fatsoen (façon, Fasson, fashion), afgeleid van het Latijnse ‘facere’, dus je tijdgebonden gedrag en handelwijze.

De uitdrukking ‘doe normaal’ gaat daarmee uit van het bestaan van normen, gedragsregels.

Maar ook verder zit de commissie van juristen fout. De leden van het parlement, de politici, hebben juist, met name sinds de Verlichting, de taak om de wetten aan te passen aan de veranderende waarden. Het toetsen van nieuwe wetten aan de grondwet is daarom een slecht idee.

De grondwet zelf moet ook onderworpen zijn aan periodiek onderhoud, maar de procedure daarvoor is zo log dat toetsing de wetgeving afremt, waardoor de nieuwe wetten eerder dan wenselijk al achterhaald kunnen zijn. Kortom, laat de politici met rust en concentreer u liever op de vraag in hoeverre verandering gerechtvaardigd en dus nodig is.

,

Vroeggeboorten

Hoe maakbaar wil je het?

De natuur heeft ooit bedacht dat een zwangerschap gemiddeld zo’n 36 tot 40 weken duurt. In het interview (Wetenschap, 10 februari) met hoogleraar neonatologie Manon Benders over de risico’s bij vroeggeboorten (vroeger dan 24 weken) wordt uitstekend toegelicht wat die risico’s zijn.

Als moeder van een doodgeboren én een te vroeg geboren dochter weet ik wat het is om kinderen te verliezen. Ik vel dan ook geen oordeel over de keuze die ouders maken om hun veel te vroeggeboren kindje te laten behandelen. Maar hoe ‘maakbaar’ moet onze samenleving zijn?

Iemand, zelf moeder, zei dat het ouderschap eigenlijk een uiting van egoïsme is: een kind heeft er niet om gevraagd op de wereld gezet te worden.

Er zit een kern van waarheid in, zeker waar het gaat om veel te vroeg geboren baby’s. Ook al is het voor mij inmiddels meer dan twintig jaar geleden, ik hoef mijn ogen maar te sluiten om alle pijnlijke beelden van de couveuseperiode weer te zien. De kans dat zij een leven had kunnen leiden zoals dat menselijk wordt geacht én geaccepteerd door haar omgeving, was minimaal. In nauw overleg met het behandelend team is ervoor gekozen de behandeling te staken. Ook egoïstisch, want jij besluit om jouw kind haar leven af te nemen.

Maar vanuit de gedachte dat mijn dochter niet klaar was voor dit leven, sta ik nog steeds achter dat besluit.

,