Column

Betoverd door Fred Astaire, ontnuchterd door ‘blackface’

Schrijfster Zadie Smith koestert een passie voor oude Hollywood-musicals. Maar zo ongecompliceerd als in ‘La La Land’ is dat voor haar niet.

Is nostalgie een wit privilege? In een recente lezing, afgedrukt in het jongste nummer van The New York Review of Books, komt de Britse schrijfster Zadie Smith te spreken over de onversneden nostalgie van Trumps mantra ‘Let’s make America great again’. Alleen voor wie in het verleden kon rekenen op dezelfde – of meer – rechten en privileges als in het heden, heeft die leuze enige aantrekkingskracht. Voor Smith als zwarte vrouw is de ‘leefbare geschiedenis’ een stuk korter. Dat maakt de fantasie van terug in de tijd reizen meteen een stuk onaantrekkelijker.

Dat geldt misschien voor het echte leven, maar hoe zit dat met de droomwereld van Hollywood? Ongeveer tegelijkertijd met de succesvolle retromusical La La Land verscheen de nieuwe roman van Smith, Swing Time, vernoemd naar een musical met Fred Astaire en Ginger Rogers uit 1936. De roman gaat over twee vriendinnen die vanaf hun jeugd in de jaren tachtig een passie delen voor dans en oude MGM-musicals. Vriendin Tracey is het grote talent van de twee, de vertelster komt als danser niet zo ver vanwege haar platvoeten.

De favoriete video van de meisjes is een oude VHS-band waar tekenfilms op staan en Top Hat, de film van Astaire en Rogers uit 1935. Keer op keer kijken ze op verloren middagen het nummer ‘Cheek to Cheek’ terug. „Elegantie trok me aan”, laat Smith haar vertelster zeggen. „Ik hield van de manier waarop het pijn verborg.”

Dat is geen tijdelijke bevlieging, maar een passie voor het leven. Jaren later zet Tracey haar eerste stappen als professioneel danser, met een rolletje in Guys and Dolls, een van hun all time favorites.

Toch is nostalgie in Swing Time geen ongecompliceerd verschijnsel. Als de vertelster eenmaal volwassen is, dringt pas goed tot haar door dat haar held Astaire in Swing Time een van zijn grote nummers in blackface zingt, als een ongelukkig eerbetoon aan de zwarte danser Bill ‘Bojangles’ Robinson.

Zelfs de droomwereld van de klassieke Hollywoodmusical was volledig gesegregeerd. De manier waarop Astaire door de lucht lijkt te zweven bezorgt de vertelster nog steeds „een verrukkelijke lichtheid in haar lichaam” en een „belachelijk geluksgevoel”. Maar compleet zorgeloos kan haar liefde voor de dans niet zijn.

De meisjes raken in de ban van danseres Jeni Le Gon, de eerste zwarte danseres die – moeizaam – een voet aan de grond kreeg in Hollywood. Tracey leert nauwgezet haar passen en bewegingen na te doen. Hoe meer de vertelster over haar te weten komt, hoe meer ze haar illusies kwijtraakt. Le Gon kwam meestal alleen in aanmerking voor kleine rollen als een hulp in de huishouding. Op filmsets werd ze steevast als ‘de hulp’ behandeld – ook door Astaire, wat Le Gon haar leven langs dwars heeft gezeten. Witte dansers die bevreesd waren schril af te steken tegenover haar talent, probeerden haar weg te werken.

En wie kent Jeni Le Gon nog?

Sommige van haar beste scènes halen op YouTube maar een paar honderd clicks, terwijl de beroemde scènes van Fred Astaire meer dan een miljoen keer zijn aangeklikt. Zelfs in het utopische droomland van de musical stuit nostalgie op grenzen.

is filmredacteur