Weigeren belastingvoordeel inbreuk op vestigingsvrijheid

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: grensoverschrijdende inkomstenbelasting en rusttijden voor truckers.

Foto iStock

De Nederlandse sportmakelaar woonde in Spanje en verdiende zijn geld via twee vennootschappen in Nederland en Zwitserland. De opbrengst van zijn Nederlandse firma vormde 60 procent van zijn bruto-inkomen, die van zijn Zwitserse bedrijf 40 procent. In Spanje verdiende hij niets. De aftrekbare kosten, met name hypotheekrente van zijn eigen woning in Spanje wenste hij (deels) in mindering te brengen op zijn belastbaar inkomen in Nederland. De Belastingdienst wees dat af. De bezwaren die de sportmakelaar daartegen inbracht werden zowel door de rechtbank Haarlem als het gerechtshof Amsterdam ter zijde geschoven, waarna hij beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. Deze legde de kwestie voor aan de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de Europese Unie, met als kernvraag: mag Nederland die aftrekpost zomaar weigeren of is dat een ontoelaatbare inbreuk op de vrijheid van vestiging van Europese burgers binnen de EU? Het Hof oordeelde vorige week dat Nederland de sportmakelaar discrimineert door hem een belastingaftrek te ontzeggen waarvoor hij wel in aanmerking zou zijn gekomen als hij in Nederland had gewoond of als hij in zijn woonland Spanje een belastbaar inkomen zou hebben gehad. Het feit dat de EU-lidstaten hun belastingstelsels niet hebben geharmoniseerd, ontslaat ze niet van de plicht, om er voor te zorgen dat de persoonlijke situatie van belastingplichtigen „uiteindelijk volledig en naar behoren in aanmerking wordt genomen”, aldus het Hof. Kortom: de sportmakelaar moet zijn aftrekbare kosten op zijn Nederlandse belastingaangifte op kunnen voeren naar rato van zijn in Nederland verdiende inkomen.

curia.europa.eu: ECLI:EU:C:2017:102