Cultuur

Interview

Interview

Nog steeds met lust voor het leven

De makers van T2 Zoveel herinneringen, zoveel verwachtingen: Trainspotting heeft een vervolgfilm gekregen, maar daar willen de mannen niet sentimenteel over doen.

Waar ging Trainspotting nu eigenlijk over? Niet over drugs, zei schrijver Irvine Welsh in The Hollywood Reporter, de schrijver van de gelijknamige cultroman over vier junkies (onder wie een psychopaat) in het Edinburgh van de jaren tachtig. Trainspotting gaat over jong zijn, aldus Welsh. Over vitaliteit en optimisme. „Je stort je overal in en je verneukt alles, maar dat geeft niets, want je bent nog jong.”

De schrijver zelf is er niet bij vandaag in het Corinthia Hotel in Londen. Regisseur Danny Boyle wel: Trainspotting maakte hem in 1996 tot een mondiale grootheid, net als acteur Ewan McGregor (beminnelijke schelm Renton), Robert Carlyle (ruziezoeker Begbie) en in mindere mate Jonny Lee Miller (gewetenloze Sick Boy) en Ewen Bremner (schlemiel Spud).

T2 Trainspottting, de vervolgfilm, gaat uiteraard over iets heel anders: de Schotse twintigers van toen zijn nu veertigers en vijftigers. De nieuwe film gaat over melancholie, bitterheid, gemiste kansen.

Was hij erop uit geweest Trainspotting uit te melken, dan had hij T2 tien jaar geleden gemaakt, zegt Boyle. „We hadden toen een script, gebaseerd op Irvine Welsh’ vervolgroman Porno. Maar dat werkte niet, ik heb het de jongens niet eens opgestuurd. Ze hadden het vast ook niet gedaan, denk ik. Vergeet niet dat Trainspotting een fenomeen is met fanatieke fans. Een vervolg op zoiets is een act op het slappe koord. Levensgevaarlijk.”

In plaats van T2 maakte Boyle indertijd sf-film Sunshine en Slumdog Millionaire, goed voor acht Oscars. Zijn acteurs waren in 2006 ook nog lang niet genoeg gerijpt, vertelde Boyle me drie jaar geleden. „Bij acteurs denk je aan rebellie en woest leven, maar ze houden hun huidjes goed geolied en gepeeld, leggen komkommerschijfjes op hun oogleden. Ik wil ouwe koppen.”

Bovendien moest Boyle eerst vrede sluiten met acteur Ewan McGregor, de ster van zijn eerste drie films. Boyle had hem in 1998 nogal abrupt voor Leonardo DiCaprio gedumpt bij zijn – geflopte – backpackersthriller The Beach. Het duo was lang gebrouilleerd, tot ze elkaar toevallig tegenkwamen in een Londens restaurant en Boyle zijn excuus maakte.

Twintig jaar later was de tijd rijp voor een reünie. Jonny Lee Miller (‘Sick Boy’, 44) kreeg vier jaar terug al een ansichtkaart van Boyle. „Dear Jonny, we’re having a go at T2. Script follows. Love, Danny’. „Slim van hem, want je kan niet antwoorden op een ansichtkaart, en er stond geen retouradres op.”

Ewan McGregor wist het al: hij kwam Boyle – opnieuw bij toeval – in een restaurant tegen op de avond voordat hij met Irvine Welsh, scenarist John Hodge en anderen naar Edinburgh vertrok om locaties uit te zoeken, ideeën op elkaar af te vuren.

Danny Boyle: „Na de trip lieten we het even rusten tot John Hodge met een script kwam waarvan ik dacht: dat doen de jongens wel! Vanaf dat moment was ik vastbesloten over alles heen te denderen dat T2 in de weg stond. Boem!”

Schotse losers

Boyle wilde zijn acteurs alle ruimte geven, net als in Trainspotting. „Omdat Rentons vertelstem er altijd is, vergeet je dat de film over vier, eigenlijk vijf, jongens ging. Bij T2 was de afspraak: iedereen even weinig salaris, hetzelfde aandeel in de winst en we gaan niet knippen als één acteur meer ruimte opeist. Daar hebben we ons aan gehouden.”

Waarom moet Trainspotting überhaupt een vervolg krijgen? In 1996 was het dé film van Cool Britannia, een hyperkinetische, flitsend gemonteerde wereldhit over vier Schotse losers in Edinburgh, met een soundtrack die een brug sloeg tussen punk en dance, tussen Iggy Pop en Underworld. Juist omdat het voor makers en kijkers zo’n mijlpaal is, kun je hem niet herhalen, maar loont het toch om terug te kijken, te citeren en te refereren, denkt Boyle.

In T2 keert Renton na twintig jaar terug uit Amsterdam naar de vrienden die hij bedonderde: hij drukte indertijd 16.000 pond van een drugsdeal achterover. Evenknie Sick Boy, een immorele cokesnuiver en beroeps-chanteur, weifelt tussen wraak en vriendschap, schlemiel Spud is nog steeds verslaafd en suïcidaal: in een van de treurigste scènes van T2 zien we de oude junk heroïne kopen van tieners. Gewelddadige psychopaat Begbie ontsnapt uit de gevangenis, geobsedeerd door bloedige wraak op Renton.

Voor het kwartet acteurs was de hereniging van T2 nostalgisch, maar ze willen er beslist niet sentimenteel over doen. McGregor en Carlyle, beste vrienden op de filmset, zagen elkaar twintig jaar lang niet. „Zo gaat dat in de filmwereld”, zegt Carlyle. „Zeker als je succes hebt. Hij is in Bangkok als ik in New York ben. Alleen het toeval of een andere film brengt je opnieuw samen.”

Ewan McGregor trof de andere drie in de rij voor de lunch op zijn eerste draaidag. „Ik zag Jonny Lee en zei: Jezus, ik ben bloednerveus. Will we fuck this up? Er zijn zoveel verwachtingen, zoveel herinneringen.” Zelf vreesde hij Renton niet terug te vinden. „Niet om zijn maniertjes of accent, maar ik vertrok zelf op mijn zeventiende al uit Schotland en het is best lastig een personage te spelen van twintig jaar geleden. Daar bestaat geen handboek voor.”

Renton is ook een vreemdeling in het nieuwe Edinburgh, dus zo moeilijk bleek het niet te zijn voor McGregor. Dat is nu een heel andere stad door gentrificatie en studenten. Rentons oude vrienden blijken niet veranderd. Boyle: „Ze wachten hem op, ze zijn een beetje gerimpeld, maar onveranderd. Als augurken op zoetzuur: Renton hoeft de pot alleen maar open te schroeven. Weet u dat 93 procent van de Britten sterft op minder dan zeven mijl afstand van de plek waar ze werden geboren? De Britten zijn zoveel eeuwen bezig geweest de wereld te verkennen, te veroveren en te verwoesten, en dan toch zo naar binnen gekeerd zijn. Dat is het Schotland waar we het nu over hebben.”

In de film beleeft het kwartet een gewelddadige reünie in een discotheek, waar Queens ‘Radio Ga Ga’ opstaat. Het grote verschil tussen toen en nu, aldus Boyle, is dat hij veel meer geld heeft. Dat hij zich bij TrainspottingPerfect Day’ van Lou Reed en ‘Lust for Life’ van Iggy Pop kon veroorloven, was helemaal te danken aan David Bowie. „Wij waren nobody’s en hadden absoluut geen geld voor zulke dure tracks. Maar Bowie had mijn eerste film gezien, Shallow Grave, en heeft alles voor ons geregeld.” Daarom spijt het Boyle dat hij opnieuw geen plek vond voor Bowie in zijn soundtrack („We probeerden ‘Golden Years’, maar dat werkte niet.”) Hij heeft wel een klein gedenkteken voor Bowie opgericht: als Renton in zijn onveranderd gebleven jongenskamer door zijn oude vinylcollectie gaat, glijden zijn vingers over een plaat van Bowie.

Over twintig jaar T3? ‘Lust for Life’ in het verzorgingstehuis? Boyle ziet het niet gebeuren, maar hij sluit het ook niet helemaal uit. „Irvine Welsh heeft net een geweldig, compact boek geschreven, The Blade Artist. Begbie is daarin naar Californië verhuisd en is een tweede leven begonnen: hij maakt gewelddadige kunst, met stanleymessen. Tot zijn zoon vermoord wordt, Begbie naar Edinburgh terugkeert en weer in het milieu wordt gezogen.”

De ogen van Robert Carlyle, die naast Boyle zit, lichten op. „Dat is inderdaad een geweldig boek”, glundert hij.