Recht & Onrecht

Kiezers zijn gevoelig voor ‘wat-als…’-zinnen

Met tegenfeitelijke voorwaardelijke zinnen kunnen lijsttrekkers in debatten hun tegenstanders aanvallen of zichzelf verdedigen. Zulke zinnen hebben ook effect op de kiezer, schrijft Petra Jonkers in de gedragscolumn.

Emile Roemer (SP), Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) bij het noordelijk lijsttrekkersdebat in Groningen, eerder deze maand. Foto Remko de Waal/ANP

In verkiezingscampagnes doen lijsttrekkers alles voor een positief imago, terwijl ze dat van hun tegenstanders proberen aan te tasten. Nieuw in deze campagne zijn de grootschalige inzet van filmpjes op eigen media en het sterk beschuldigende karakter ervan. Een klassieker en iets verfijnder middel is het gebruik in debatten van de counterfactual conditional of in het Nederlands: de tegenfeitelijke voorwaardelijke zin. Niet te verwarren met alternatieve feiten, al zijn er raakvlakken.

Het gaat om ‘in essentie’ onware zinnen. Counterfactuals zijn er in soorten en maten, maar ze kenmerken zich door een hypothetisch alternatief scenario. Bijvoorbeeld: “Als beter was geluisterd naar waarschuwingen over de euro, waren we niet in deze crisis beland.” Of deze van president Trump over de bezetting van Irak: “Als we de olie hadden gehouden, had je nu waarschijnlijk geen Islamitische Staat gehad, daar verdienen ze hun geld mee.”

Olympische Spelen

De counterfactual is trouwens een alledaags en veelbestudeerd verschijnsel. De gedachte dat een rampzalige gebeurtenis vermeden had kunnen worden door een andere handeling in het verleden, kan mensen blijvend kwellen. “Wat als ik die dag niet met de auto was vertrokken…” Onderzoek heeft aangetoond dat wie een zilveren medaille wint op de Olympische Spelen vaker ontevreden is en blijft dan wie brons wint. De reden? Wie tweede wordt, piekert over dat kleine beetje extra dat nodig was geweest voor goud. De winnaar van brons is blij dat hij tenminste nog op het podium staat: het had erger gekund.

‘Het kon erger’ werkt het best

‘Wat-als’-gedachten doen dus iets met mensen. En ook met kiezers, concludeerden Italiaanse onderzoekers. Ze legden verschillende typen counterfactuals uit televisiedebatten voor aan proefpersonen. Met variatie op vier elementen: wie als handelende actor wordt aangewezen (de spreker zelf, een specifieke tegenstander of een derde, ‘het IMF’ bijvoorbeeld), of het hypothetische scenario een beter (upward) of slechter (downward) resultaat schetst dan de realiteit, of de actor wel invloed (controllability) heeft op de omstandigheden en of in het alternatieve scenario iets toegevoegd of juist weggelaten wordt (subtractive vs additive).

Counterfactuals blijken kiezers op verschillende manieren te kunnen overtuigen. Wanneer politici verantwoordelijkheid willen afschuiven of een ander voor negatieve resultaten verantwoordelijk willen houden, is het heel belangrijk dat zij een specifieke opponent kiezen. “Als de minister eerder had ingegrepen, was de belastingdienst nu op orde geweest.” Daarmee wint een politicus in de perceptie van de kiezer op kenmerken die met leiderschap worden geassocieerd, zoals doortastendheid. Ze lijken er alleen niet eerlijker door.

Maar omdat het afschuiven van verantwoordelijkheid ook averechts kan werken, is subtiliteit geboden. Een effectievere counterfactual is die waarmee een politicus schetst hoe zijn inspanningen een slechter scenario (downward) hebben voorkomen. “Zonder ons zat dit land nog middenin de financiële crisis”. De werkelijkheid steekt dan ineens gunstig af tegen het negatieve scenario. Volgens de onderzoekers biedt de downward counterfactual een solide retorische strategie, omdat die ook kiezers van andere partijen kan overtuigen. En aangezien de downward counterfactual (het kon erger) effectiever is dan de upward (het kon beter) is het vooral een nuttige strategie voor wie iets te verdedigen heeft.

Verkiezingsdebatten

In het voorlopig enige verkiezingsdebat op televisie, vorige week woensdag bij RTV-Noord, regende het geen counterfactuals. Maar er zat een mooie tussen van Buma (CDA). Hij zei over de aanhoudende onzekerheid na de bevingen in Groningen: “Als deze bubbel onder Den Haag had gezeten, dan was de gaskraan al lang dichtgegaan.” Of allang, dat kon ik niet goed horen. Ze betekenen iets anders.

Maar misschien wordt het gebruik van counterfactuals pas echt interessant als partijen meer te winnen of te verliezen hebben. Let u bij aanstaande debatten dus op ‘wat als’ en aanverwante zinnen. Al rijst natuurlijk de vraag of de tegenfeitelijke voorwaardelijke zin niet te subtiel is voor een verkiezingsstrijd waarin je ook ‘doe normaal’ kunt roepen.

Petra Jonkers is politicoloog en rechtssocioloog. Eerder publiceerde zij over gedrag en kwaliteit van regelgeving. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.