Column

Je zal maar een ‘back-end developer’ zijn

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Als je de managementliteratuur mag geloven is elk bedrijf helder ingedeeld. Zo komen de reorganisaties en decreten „van bovenaf”, komt het draagvlak en de vernieuwing „van onderop”, probeert sales „aan de voorkant” klanten binnen te halen en worden er „aan de achterkant” vakantiedagen ingepland, salarissen betaald en computers geprogrammeerd.

Maar er gebeurt nog veel meer aan de voor- en achterkant, je wilt het gewoon niet weten wat je allemaal tegenkomt als je even googelt. Zo zijn er „ideeën die aan de voorkant worden ingebracht, en worden geoogst aan de achterkant” (ieuw), heeft het „geen zin een bak geld aan de voorkant van een proces te pompen dat aan de achterkant stuk is” en las ik dat „vrijheid aan de voorkant vraagt om een strakke organisatie aan de achterkant”.

Jongens, echt niet. Jullie weten écht niet precies wie waarvoor verantwoordelijk is in een bedrijf en waar de voor-, de achter-, de boven- en de onderkant is. Dat weet niemand. Als mensen érgens vaak de weg kwijt zijn, dan is het namelijk wel op kantoor. Ik weet zelf ook geregeld van voren niet meer wat er van achteren gebeurt. Ik zou willen dat ergens op kantoor een plattegrond hing met zo’n grote rode pijl van ‘U staat hier’ en ‘daar moet u naartoe’.

Want de kantoorjungle ís niet overzichtelijk, wat managementgoeroes je ook proberen wijs te maken. Overal loert het geluk, het gevaar komt altijd uit onverwachte hoek en je kunt nooit voorspellen van welke kant het nu weer komt.

Want komen alle decreten nou écht alleen maar van boven? Ik heb vaak de indruk dat er onderaan de organisatie het hardst wordt gecommandeerd. Of neem enthousiasme, innovatie, disruptie en frisse ideeën. Dat zou „van onderop komen”. Maar er gaan geregeld dagen voorbij dat ik daar alleen maar geklaag en oprispingen hoor. En dat de enige vernieuwing juist van boven komt.

Maar het is toch ook gewoon heel naar, al dat „van onderen” en „van achteren”? Wie wil er nou werken in iets dat „de onderkant” heet? Ik denk in ieder geval altijd aan een peuter die bij zijn potje staat als ik „bottom up” hoor. Ja, „aan de voorkant”, dáár wil iedereen wel zitten. Gezellig bij de jongens van sales, lekker uitzicht, zonnetje op de ramen. Maar de back-end, de back office? Ik dacht het niet.

En zo noemen ze die mensen ook, hè: „back-end developers” en ‘backofficers’. Alsof ze door de achteringang moeten, alsof ze in een sweatshop werken en de hele dag met plastic handschoenen darmonderzoeken moeten uitvoeren – een soort zetpil van de organisatie. En maar klagen dat er een tekort aan ‘back-enders’ is. Vind je het gek, als je ze zo noemt. Ze verdienen het ook niet. Want het zijn dus juist de lieverds van kantoor, die „back-end developers”. Ze zijn altijd aardig, verliezen nooit hun geduld en ze zorgen dat alle databases en coole appjes werken die je aan je moeder en aan je klanten kan laten zien.

Daarom zeg ik: we gaan al die organisaties eens even kantelen. Dat willen al die verandermanagers toch zo graag? Nou, hup dan. De achterkant naar voren, de voorkant naar de achterkant en van onderen naar boven.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: Neem nooit een boterham mee naar kantoor

Maar het beste is om het helemaal niet meer te hebben over dingen die van boven, van onderen, van achter en voren komen, maar ons alleen nog maar druk te maken om de zaken die er écht toe doen, namelijk om de dingen die komen van binnenuit. En om samen de weg te vinden.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked