Interview

Elmer Schönberger: ‘Ik wil muziek schrijven om in te verdwalen’

Klassieke muziek De laatste jaren heeft Elmer Schönberger (67) zich met hernieuwde overgave op het componeren gestort. In De Doelen gaan vrijdag drie nieuwe werken in première.

Elmer Schönberger, schrijver, componist & musicoloog. Foto Mats van Soolingen

„Voor het eerst in mijn leven beschouw ik mijzelf vooral als componist”, vertelt hij aan zijn keukentafel in Rotterdam. „Ik weet preciezer dan ooit wat ik wel en niet wil in mijn muziek. Ik heb mijn toon gevonden.” Wie benieuwd is naar hoe dat klinkt moet vrijdag naar De Doelen, waar het DoelenEnsemble en mezzosopraan Cora Burggraaf een trits nieuwe stukken en bewerkingen van zijn hand in première brengen.

Een tijd terug werd Schönberger (1950) gebeld door Neil Wallace, programmeur van De Doelen. Of hij een avond wilde samenstellen rondom Shakespeare, wiens vierhonderdste sterfjaar dit seizoen wordt herdacht met een vierdelige concertserie. Centraal thema werd The Tempest, het stuk over de verbannen tovenaar Prospero die aanspoelt op een eiland en daar middels occulte machinaties de scepter zwaait over het monster Caliban en de luchtgeest Ariel. Schönberger maakte er naar eigen zeggen „een soort theaterconcert met twee acteurs” van. Jos Groenier regisseert.

„Zoals de meeste theaterliefhebbers heb ik veel Shakespeare gezien”, vertelt Schönberger. „The Tempest kende ik niet zo goed, maar bleek dankbaar en ook muzikaal gezien interessant materiaal. De toneelaanwijzingen verwijzen voortdurend naar geluiden en muziek. Shakespeare schrijft zelfs liedteksten voor zijn personages.”

The Tempest inspireerde dan ook talrijke composities. Ernest Chausson schreef er in 1888 toneelmuziek voor. „minuutje dit, minuutje dat”, omschrijft Schönberger. „Behalve de twee aria’s: die zijn ontzettend goed. Toen ik in 2011 een jaar in Parijs woonde, ben ik naar de Bibliothèque Nationale gegaan om het manuscript op te duikelen. Vanaf de microfilm heb ik van die aria’s toen een ensemblebewerking gemaakt.”

Uit zijn eigen pen vloeiden drie nieuwe liederen: Caliban Sings. Schönberger: „Caliban is een complex personage. Hij is de oorspronkelijke bewoner van het eiland. Ruw. Grofgebekt. Een wilde die door de gewiekste tovenaar Prospero wordt geknecht. Maar Caliban heeft ook een zachtaardige kant. Shakespeare legt hem de meest poëtische regels uit het hele stuk in de mond, een herinnering aan de idyllische staat waarin het eiland ooit verkeerde. Alle verwijzingen naar klank en muziek komen in die passage samen.”

In zijn laatste lied, Be not afeard, hult Schönberger de tekst in subtiele sepia-tinten. Er klinken zachte mixturen van harp, vibrafoon en celesta. Mandoline-getokkel symboliseert een verloren onschuld.

Eigen toon

Ook in Solemn and strange music, een ensemblestuk dat nauw verwant is aan de Caliban-liederen, doemt een volkomen onthechte klankwereld op. Klinkt hier Schönbergers recent gevonden, eigen toon? „Misschien. Laat ik het zo zeggen: ik probeer in mijn werk een andere plek te bereiken, een plaats aan de andere kant van de spiegel.” Concreter wil hij het niet maken. „Voor je het weet vertoef je in Hogere sferen.” Een beeld dan? „Deze winter zag ik in in het Rijksmuseum de tentoonstelling met werken van Hercules Seeghers, tijdgenoot van Rembrandt. Zijn etsen komen in de buurt van wat ik met mijn muziek beoog. Volkomen lege, verlaten panorama’s. Landschappen om in te verdwijnen.”

Verdwijnen is sowieso een sleutelwoord in zijn werk, zegt hij. De hoofdfiguur uit zijn roman Vic, met name lost op in het luchtledige. In Vuursteens vleugels wordt Erik verzwolgen door ‘t IJ.

Schönberger: „Het is als met dat gedicht van de Zweedse schrijver Lars Gustafsson, over een ballonvaarder die opstijgt en in het niets verdwijnt.” Veelbetekenend: „Misschien moest ik daar maar eens iets mee gaan doen.”

Te horen: 17/2 De Doelen, Rotterdam