Gerechtshof: aanbesteding jeugdzorg gemeenten disproportioneel

De aanbesteding van de jeugdzorg door de gemeente Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem is in hoger beroep veroordeeld.

Foto Roos Koole/ANP

Het gerechtshof in Den Haag heeft dinsdagmorgen de aanbesteding van de jeugdzorg door de gemeente Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem in hoger beroep veroordeeld. De voorwaarden die de gemeenten stelden aan instellingen voor het leveren van jeugdzorg in 2017 waren volgens het gerechtshof „disproportioneel” (uitspraak).

Instellingen zouden in 2017 door bezuinigingen fors minder budget overhouden, maar ze mochten geen wachtlijsten laten ontstaan en geen patiënten weigeren. Budgetoverschrijdingen zouden voor rekening van de instellingen komen. De gemeenten verschaften de instellingen bovendien „onvolledige informatie” over de te leveren zorg. Zo was er onduidelijkheid over het aantal kinderen dat voor jeugdzorg in aanmerking zou komen. Instellingen zouden daardoor het risico van de opdracht niet goed kunnen inschatten. Het hof beschouwt de kans op budgetoverschrijdingen als reëel.

Al met al druisen de voorwaarden van de aanbesteding in tegen het wettelijk opgelegde richtsnoer voor proportionaliteit van aanbestedingen, aldus het hof.

Den Haag

Het oordeel van het hof komt daarmee overeen met dat van de rechtbank Den Haag, vorig jaar oktober. Door die eerdere uitspraak hadden de twee gemeenten hun voorgenomen aanbesteding van de jeugdzorg van 2017 al opgeschort. In plaats daarvan kwamen de gemeenten tot ‘tijdelijke overbruggingsovereenkomsten’ met alle zorgverleners waar Alphense kinderen in 2016 in zorg waren. Die overeenkomsten zullen nu dit hele kalenderjaar blijven gelden, zegt een woordvoerder van Alphen. „Zodat de continuïteit van zorg voor kinderen niet in gevaar komt.”

Nieuw aanbestedingsproject

De gemeenten zullen een nieuw aanbestedingstraject opstarten, maar die zal zich dus richten op de inkoop van de jeugdzorg van 2018. Alphen en Kaag en Braassem zullen niet verder procederen: ze leggen zich neer bij de uitspraak van het hof.