Recensie

De weduwe die niet wilde wijken

Jackie

Natalie Portman maakt zich Jacqueline Kennedy volledig eigen in Jackie – een film over haar rouw na de moord op John F. Kennedy.

‘Jackie’ (Natalie Portman) neemt de regie bij de begrafenis van haar man, John F. Kennedy

Jacqueline ‘Jackie’ Bouvier trouwde met John F. ‘Jack’ Kennedy en fascineerde de wereld. En toen hij president van de VS werd en zij First Lady raakte die wereld helemaal van de kook. Jackie van Jack – ontelbare malen beschreven, geschilderd, gefotografeerd. Overleden in 1994, maar nog altijd kennen miljoenen mensen haar naam. Mijn kat, ik beken het, heet Jackie. De eyeliner, de lome oogopslag – het kon niet anders.

Het huwelijk van Jackie en John was een sprookje: ze leefden nog lang en gelukkig in hun mooie Witte Huis en iedereen keek mee. Maar het noodlot sloeg toe, hun sprookje werd een tragedie. Jack werd vermoord. Hij werd door zijn hoofd geschoten. Nu vernauwde het verhaal zich tot Jackie en het werd uitgebreid met details die de gebroeders Grimm niet hadden kunnen verbeteren. Jackie die over de achterkap van de limousine klimt om de hersens van Jack te pakken. Jackie die het openliggende hoofd van Jack op haar schoot koestert. Jackie die haar met bloed bevlekte mantelpakje blijft dragen, een dag en een nacht, ook bij de eed van Jacks opvolger Lyndon B. Johnson. De koning is dood, leve de koning – maar als een engel der wrake toont zij Jacks bloed op haar rok. Jackie rouwt bij de kist, met een kind aan elke hand. Haar zwarte voile waait op.

Jacqueline Kennedy bleef na de moord op John F. een dag en een nacht haar roze mantelpakje dragen, ook bij de eedaflegging van zijn opvolger, Lyndon B. Johnson. Foto Bloomberg/Cecil Stoughton

Het melodrama ligt klaar. En iedereen zal wenen.

Geen melodrama? Kan ook. Dan wordt het een glimmende biopic met een grimmig slot. First Lady Jackie Kennedy was een en al glamour, jong en wereldwijs en sophisticated. Afkomstig uit een familie uit de Amerikaanse ‘adel’ met een exotische Franse touch. En dat allemaal in de jaren zestig, toen er nog serieus chic gezopen werd en met kleding, kapsels en interieurs van jewelste – zie de tv-serie Mad Men.

De Chileense filmer Pablo Larraín nam de handschoen op, op verzoek van producent Darren – Black Swan – Aronofsky. Op basis van een geraffineerd scenario van Noah Oppenheim maakte hij van zijn Jackie geen melodrama, geen leven-op-film en ook geen period piece. Hij breekt om te beginnen het elegante jarenzestig-tijdsbeeld af door te filmen in de stijl van de televisie en de reportage van die tijd: smoezelige kleuren, grillige shots. De enige die hij volgt is Jackie. Wil een ander personage in beeld dan zal het zich met haar moeten verstaan. Afstand neemt regisseur Larraín niet. Relativeren doet hij ook niet. Kijk naar Jackie en je ziet een film over een bewustzijnsvernauwing. De filmkijker versmelt met Jackies roes en die roes duurt vier dagen.

Natalie Portman roept Jackie schitterend op, met haar vreemd geaccentueerde taal. Maar líjkt ze? Ja.

Jackie begint met de moord op John F. Kennedy en hij besluit met zijn uitvaart. Maar hij gaat niet over hem. Jack is een aanleiding, zoals een geest de aanleiding is voor het handelen en de ondergang van prins Hamlet. Volgt Larraín Shakespeare? Ook hij verbeeldt de strijd van iemand die zich afzet tegen de perfide orde door zich afwijkend te gedragen. En ja, er is method in haar madness. Maar Jackie is Hamlet niet. Haar strijd is taai en vol gevaar. Maar zij wint.

Larraín gaat niks uit de weg. Alles wat de mythe maakte, neemt hij mee, van Jackies klauwen naar het handje hersenvlees tot haar roze Chanelpakje met de bloedvlekken. Maar hij wentelt er niet in, voor hem zijn het wegwijzers die leiden naar de eerste keer dat Jackie alleen thuis komt. De eerste keer dat ze naar bed gaat als weduwe.

Het Witte Huis is een spookhuis nu. Er is geen aandacht voor haar, men is druk met de voorbereidingen op de komst van de nieuwe president. Jackie is alleen. Ze gaat op de rand van haar bed zitten. Stroopt haar bebloede kousen van haar benen. Pelt gedesoriënteerd haar kleren af. Stapt onder de douche. Een dunne stroom bloed spoelt over haar rug. En wij beseffen samen met haar het surrealisme van de moord op je man. Samen met haar ondervinden we het hyperrealisme van zijn dode bloed in jouw haar, op jouw kleren, op jouw lijf. Hier beseft Jackie pas echt wat het betekent dat een First Lady in een vacuüm belandt zodra de First Man wegvalt. Ze is niets meer. En daar gaat ze niet mee akkoord.

Dit is het hart van de film. Hier werkt Jackies film naartoe, hier ontspringt wat er vervolgens gebeurt: hoe zíj de uitvaart van Amerika’s vermoorde president en stamhouder van de Kennedy’s bepaalt en alle gewichtige mannen het nakijken hebben.

Van een tegendraadse vrouw die – beetje vreemd maar laat haar maar – erop staat om bebloede kleren te blijven dragen, evolueert ze in die slaapkamer tot een vrouw die de controle niet uit handen geeft. Ze is geen factor meer. Maar ze laat zich niet uitgummen.

Jackie staat als het ware tussen twee boekensteunen, eentje in het verleden en eentje in de toekomst. En in allebei zien we een vrouw die zich niet opzij laat schuiven. Die in de toekomst bestaat uit een interview over haar huwelijk en de moord op haar man. Het wordt afgenomen door een kritische journalist – maar Jackie is de baas. Hij doet onafhankelijk, maar zij houdt de controle en versterkt de mythe die zij in het leven riep. „Jack en ik sliepen nooit in dezelfde slaapkamer” maar dat hoeft niemand te weten. Ze geeft dit interview om het presidentschap van Jack van een verhaal te voorzien: „There will be great presidents again, but there will never be another Camelot.” Het nobele middeleeuwse Camelot als metafoor voor hun tijd in het Witte Huis – dat besloot Jackie en sindsdien ís dat zo. Ook al klopt er niets van.

Geen tweede viool

De blik in het verleden bestaat uit een razendknappe re-enactment in gruizig tv-grijs van Jackies legendarische Tour of the White House with Mrs. John F. Kennedy, haar televisieprogramma in 1962. Daarmee leidde de jonge presidentsvrouw 80 miljoen tv-kijkers een klein uur lang persoonlijk rond. Beeldschoon, dat ook. Maar nadrukkelijk getuigend van smaak en historische kennis. Met een bijrol voor de president, aan het eind. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een First Lady zo op de voorgrond trad en het was meteen duidelijk: Jackie speelde geen tweede viool naast haar man, ze speelde haar eigen partij. En dat moest iedereen weten.

Natalie Portman speelt Jackie. Ze roept haar schitterend op, met haar ietwat hoekige motoriek en slanke distinctie. Ze veroverde Jackies vreemd geaccentueerde taalgebruik, met een zucht in elke zin die ze uitspreekt. Maar líjkt ze? Zij wel. Althans, tussen de mannen om haar heen. Die lijken helemaal niet. Ze worden gespeeld door mooie acteurs, maar ze zijn niet meer dan oppervlakkig de historische fguren die ze verbeelden. Het effect van die aanpak is dat Jackie via Portman, die als enige wél onmiskenbaar is wie ze speelt, nóg meer het centrum van de film wordt.

Filmer Pablo Larraín is een surrealist. Wie zijn film over de dichter Neruda zag kan dat bevestigen. Hij is ook een realist. Zijn film No, over het reclamebureau dat de val van dictator Pinochet inluidde, lijkt een documentaire. Hij is geen zachtzinnige filmer, sentiment steekt hij onder stoelen en banken – het is er, maar een zakdoek is niet nodig. In zijn film komt Jackie Kennedy zo tot leven dat ik aan het slot blijf zitten met een grote vraag: waarom leverde deze vrouw zich uit aan een huwelijk met de onaangename scheepsmagnaat Onassis? Hoe heeft zij zo’n inschattingsfout kunnen maken?