Column

Bloed en bodem

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft Pia de Jong over wat haar opvalt. Vandaag: over de loyaliteit van Japanse Amerikanen.

Illustratie Eliane Gerrits

Het was de grootste terroristische aanslag op de Verenigde Staten. Meer dan tweeduizend Amerikanen verloren hun leven en het land werd in een oorlog gestort. Als een onmiddellijk gevolg werd iedereen met een bepaalde komaf verdacht van affiniteit met de vijand en preventief opgesloten.

Na Pearl Harbor (1941), kwamen ruim honderdduizend Japanse Amerikanen , inclusief kinderen, als landverraders achter prikkeldraad terecht in kampen. De gevoelens van schaamte en schuld bleven een leven lang.

Pas in 1988, na een jarenlange campagne, werd de Civil Liberties Act aangenomen, die de overgebleven slachtoffers compenseerde met 20.000 dollar. Het was echter niet eenvoudig president Ronald Reagan te overtuigen de wet te tekenen. Reagan had besloten geen verdere uitgaven goed te keuren. Cruciaal was de rol van Thomas Kean, toen Republikeins gouverneur van New Jersey.

Kean, nu 81 en every inch a gentleman, is lid van een familie die vele generaties politici heeft voortgebracht. Hij is uit de tijd dat redelijkheid en samenwerking tussen politieke partijen nog mogelijk was. Hij werd beroemd als co-voorzitter van de commissie die de aanslagen van 11 september onderzocht.

Geëmotioneerd vertelt hij me hoe hij Reagan persoonlijk een brief overhandigde van een van die geïnterneerden, June Masuda. In de brief riep zij de geschiedenis van haar broer Kaz in herinnering, een verhaal dat zij ieder jaar op de lokale school vertelde.

In de Tweede Wereldoorlog vochten vele Amerikaanse soldaten met een Japanse achtergrond. Ze waren in het bijzonder waardevol in de strijd tegen Japan. Een speciaal geval was sergeant Kazuo ‘Kaz’ Masuda uit Fountain Valley in Californië. Terwijl hij in het leger diende, waren zijn ouders en zussen geïnterneerd in Arkansas, waar hij hen tijdens zijn verlof bezocht.

Masuda sneuvelde op 27 augustus 1944 in Italië. Hij was 24 jaar en had één wens: begraven te worden in zijn geboortestad. Maar toen zijn moeder de regeling ging treffen was de boodschap: „Geen Jappen in ons kerkhof.”

Dit verhaal kwam generaal Stilwell in het Pentagon te oren. Hij had in Azië een afdeling Japans-Amerikaanse soldaten geleid die boodschappen onderschepten en achter de vijandige linies vochten. Slechts een op de zes overleefde het. Woedend reisde Stilwell af naar Fountain Valley en confronteerde de burgemeester. Niet alleen zou Masuda hier begraven worden, hij kwam zijn moeder persoonlijk een postume medaille uitreiken. De arme moeder was te zeer gekwetst, maar uiteindelijk werd zijn zus June bereid gevonden de medaille te ontvangen.

De generaal deed alles om de ceremonie nationale bekendheid te geven. Hij zorgde zelfs dat een bekende Hollywood-ster een toespraak hield. Deze kapitein sprak woorden die iedereen tot tranen roerden: „Al het bloed dat het zand doordrenkt is dezelfde kleur. Amerika is uniek in de wereld als een land dat niet gegrondvest is op ras, maar op een manier van leven – een ideaal. Niet ondanks, maar dankzij onze diversiteit hebben wij alle kracht in de wereld. Dat is de Amerikaanse manier van leven.”

De naam van de jonge acteur? Ronald Reagan. Drieënveertig jaar later tekende hij als president de wet die Kaz Masuda en zijn familie het eerherstel gaf dat ze verdienden. Bij die gelegenheid gaf June Masuda Ronald Reagan voor de tweede keer een hand.

Reacties: pdejong@ias.edu