‘We zijn dankbaar dat we veilig zijn’

Officieren op de vlucht Ze zagen zich als ruggegraat van het Turkse leger en de NAVO. Sinds de couppoging zijn ze hier, zonder baan, inkomen en paspoort.

Turkse militairen geven zich over op de Bosporusbrug, een dag na het begin van de couppoging. De brug is later omgedoopt tot de Brug van de Martelaren van 15 juli. Foto Getty

Ze weten nog exact waar ze waren op de avond van 15 juli. De een zat in een koffiehuis, toen een opgewonden ondergeschikte met zijn telefoon kwam aanrennen. Een ander was met zijn gezin op vakantie in een land waar hij de taal niet sprak en zag onthutsende beelden op een groot LCD-scherm in zijn hotelkamer, met commentaar dat hij niet begreep.

Dat de mislukte couppoging van delen van het Turkse leger tegen het bewind van president Erdogan hun hele leven zou ontwrichten, konden ze die verwarrende zomeravond nog niet voorzien.

De afgelopen weken sprak NRC zes Turkse officieren die ten tijde van de coup buiten Turkije waren en niet meer terug willen, uit angst voor vervolging. Ze zeggen geen enkele bemoeienis te hebben gehad met de couppoging en ontkennen desgevraagd gülenisten te zijn, aanhangers van de beweging die volgens de Turkse regering achter de couppoging zat die aan 245 mensen het leven kostte.

Ze hebben in verschillende Europese landen, waaronder Nederland en België, asiel aangevraagd. Ze spreken op voorwaarde van anonimiteit om hun procedure niet te doorkruisen en hun familie in Turkije niet in gevaar te brengen. Ze willen hun verhaal vertellen om aandacht te vragen voor het lot van collega’s in Turkije. Hun identiteit is bij de redactie bekend.

Ze zijn mannen van het leger, sommigen al sinds hun 14de. Mannen van het uniform, van gehoorzaamheid en discipline. Het leger ging voor alles. „We waren vaak weg van huis. Ik miste de begrafenis van een neef, de geboorte van een kind. Dat was zo, dat was ons leven.” Aan het leger danken ze een goede opleiding en na jaren hadden ze ook echt iets bereikt: ze werden uitgezonden naar het buitenland om te werken op militaire hoofdkwartieren in onder andere West-Europa en de VS. Sommigen waren opgeklommen tot de generale staf.

Aanvankelijk maakten ze zich in de zomer geen zorgen over zichzelf, maar over hun collega’s thuis in Turkije. Burgers blokkeerden de uitgangen van militaire bases om te voorkomen dat militairen zouden ontsnappen. Onmiddellijk na het mislukken van de coup werd begonnen met een zuivering binnen de krijgsmacht. Militairen die mogelijk een rol hadden gespeeld, werden vastgezet of ontslagen, in totaal bijna achtduizend man.

„Ik ben direct gaan bellen met mensen in Turkije. De collega’s die ik die nacht en daarna heb gesproken dachten aanvankelijk allemaal dat militairen werden ingezet voor een reguliere oefening. Of dat het ging om militaire inzet vanwege een aanval door Islamitische Staat of de PKK. Twee weken daarvoor hadden terroristen een aanslag gepleegd op de luchthaven in Istanbul. Ze volgden gewoon bevelen op”, zegt een van de officieren.

„Natuurlijk moeten de daders worden vervolgd. We hebben nu alleen geen idee van wat er daadwerkelijk is gebeurd die nacht. En hoe kom je daar in de huidige omstandigheden in Turkije achter? Er is geen vrije pers. Geen echt onderzoek.”

In de weken die volgden, groeiden hun zorgen. Er kwamen berichten en foto’s naar buiten waaruit blijkt dat tegen een deel van de verdachten geweld is gebruikt. Het is onduidelijk of dit structureel gebeurt. Er is geen onafhankelijk toezicht op de detentieomstandigheden. Mensenrechtenorganisaties zijn bezorgd.

Briefje Ankara met terugkeerbevel

Vast staat dat duizenden mensen zijn opgepakt zonder concrete verdenking en zonder aanklacht waartegen ze in beroep kunnen. Ze hebben, eenmaal in detentie, geen mogelijkheden om vertrouwelijk met een advocaat te spreken. In september drong door dat ook hun persoonlijke situatie penibel werd.

Eind september ontving een groot deel van de Turkse officieren die naar het buitenland waren uitgezonden een kort briefje van de legerleiding in Ankara met het bevel terug te keren naar Turkije. Daarin staat niet of ze ergens van worden beschuldigd. Het is onduidelijk hoeveel mensen de brief hebben gekregen en hoeveel daaraan gehoor hebben gegeven.

Volgens een schatting van de militairen die door NRC voor dit artikel zijn geïnterviewd waren er voor 15 juli zo’n zevenhonderd Turkse officieren op posten in Europa en de VS. Van hen zouden er vierhonderd zijn teruggeroepen. Veel van de terugkeerders zijn na aankomst in Turkije opgepakt. Hoeveel is niet te controleren.

Een aanzienlijk deel van de teruggeroepen officieren, evenals een deel van de Turkse diplomaten in het buitenland, heeft asiel gevraagd in Europese landen. De achtergebleven officieren zijn ervan overtuigd dat er geen jacht is op de daadwerkelijke coupplegers, maar een politieke zuivering. „Als je niet bij de juiste kliek in het leger hoort heb je een probleem.”

Een ander: „Nog voor het terugkeerbevel kwam, doorzocht de politie het huis van mijn ouders in Turkije”, vertelt een officier die op een NAVO-basis werkte en die nu in Nederland asiel vraagt. Een van hen zei toen dat er een arrestatiebevel tegen mij was. Daardoor wisten we het. In de brief die ik kreeg stond er niets over.” Bij gebrek aan formele beschuldiging kan hij ook nergens tegen in beroep, hoewel hij iedere instantie die hij kan bedenken aanschrijft. In een reactie op vragen van NRC schrijft een woordvoerder namens de Turkse regering dat er afdoende mogelijkheden tot beroep zijn, waaronder een speciale commissie. Het aantal mensen dat eerherstel heeft gekregen groeit.

De militairen die asiel aanvragen vertrouwen daar niet op. Volgens hen is sprake van een politieke zuivering en is niets over van de onafhankelijkheid van de juridische macht. Mensen die tijdens de zuivering oneervol zijn ontslagen, verliezen daarmee ook hun opgebouwde pensioen en de mogelijkheid om ooit nog voor de overheid te werken. Begin januari heeft de Turkse regering per decreet besloten het staatsburgerschap te ontnemen aan mensen die drie maanden na het terugkeerbevel nog altijd niet in Turkije zijn.

Hun toekomst is een vraagteken

De mannen proberen niet te klagen. „In vergelijking met mensen in Turkije gaat het geweldig met ons.” „We zijn dankbaar dat we veilig zijn.” Maar hun situatie is moeilijk. De IND heeft vanwege de complexiteit van hun situatie besloten dat ze in de verlengde procedure komen, een eerste besluit kunnen ze daar door pas na 18 maanden verwachten. Gedurende de verlengde procedure is hun status onduidelijk en kunnen ze niet werken.

Ze zagen zichzelf graag als de ruggegraat van het Turkse leger en de NAVO. Nu zijn ze verstoken van familieleden, leven van hun spaargeld, in asielopvang of een goedkoop appartement. Ze hebben geen baan, geen inkomen, geen paspoort. Diplomaten op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel hebben kleine hulpgroepen geformeerd om de in België achtergebleven gezinnen waarvan vader nu in Turkije in een cel zit, financieel en psychisch te ondersteunen. Anderen zijn aangewezen op hun buren.

De asielzoekers tonen hun vluchtelingenkaart. Groenblauwe kaartjes: dit is wie ze nu zijn. Hun toekomst is een vraagteken. Eigenlijk willen ze allemaal terug, maar ze houden er ook al rekening mee dat dat niet meer kan. „Ik zie het als een nieuw begin. Ik moet nu denken op een manier die voorheen niet hoefde.” Het klinkt rationeel en nog zeer onwennig.