Troeteltaal - liefde of libidokiller?

Koosnaampjes

Er is een verband tussen huwelijkse tevredenheid en koosnaampjes, maar ondertussen kan het gebruiken van troeteltaal de seksuele chemie verpesten.

Foto’s Marleen Daniëls

Noem je jouw partner voortdurend ‘dropje’ of ‘popje’, dan lijd je aan idiosyncratische communicatie in een microcultuur van twee. Wees gerust: het is geen progressieve aandoening, leert het onderzoek Sweet Pea and Pussy Cat (Ohio University). Zodra de sleur intreedt, gebruiken stellen weer voornamen. „Kinderloze partners die nog geen vijf jaar getrouwd zijn, noemen elkaar het vaakst bij hun bijnaam”, aldus dit rapport uit 1993, dat nog steeds als de standaard geldt.

Huwelijkse tevredenheid is positief gecorreleerd met frequentie in koosnaamgebruik. Het bestendigt een symbiotische relatie waarin partners functioneren alsof ze één zijn. Met het accepteren van een ridicuul koosnaampje, zegt de partner: jij, en alleen jij, mag mij bespotten. Dat ontwapent.

Toch kleven er nadelen aan, ervoer antropoloog Elizabeth Landau. In het begin van haar relatie werd ze ‘little owl’ genoemd. Maar niet altijd. „Hoorde ik ‘Elizabeth’, dan suggereerde dat dat ik in de problemen zat.” Je kunt je geliefde ook per ongeluk voor schut zetten als je hem of haar in het openbaar ‘beer’ of ‘snoepje’ noemt. ‘Beer’ impliceert misschien ook dat ‘snoepje’ onderdanig is. Landau blijft positief: „Een vraag die begint met een koosnaampje breekt het ijs. Heb je elkaar niets meer te zeggen, dan is er gelukkig nog dat ene.”

Koosnamen halen herinneringen op aan de liefde die we als kind ontvingen, stelt psycholoog Leon Seltzer in Psychology Today. Neurotransmitters die destijds geactiveerd werden, slaan volgens hem ook aan op volwassen troeteltaal: dopamine (beloning), fenylethylamine (blij, verliefd) en oxytocine (sociale binding). „In de vroege jeugd”, schrijft hij, „staat de universele behoefte om onvoorwaardelijk geaccepteerd, verzorgd en goedgekeurd te worden voorop.” Ervaren we dat later weer, „dan voelen we ons voldaan als nooit tevoren, in ieder geval sinds onze kindertijd.” Tussen de lakens heb je daar weinig aan, betogen relatiecoaches Maggie Arana en Julienne Davis in hun boek Stop Calling Him Honey and Start Having Sex. Koosnamen zouden de seksuele chemie saboteren. „Het romantische idee dat intimiteit betekent dat je elke gedachte uit, is toch niet ideaal.” Het verlangen, zo redeneren ze, komt terug als je elkaar weer als individu aanspreekt.