Stomdronken? Ze schenken je gewoon nog bij

Alcohol en handhaving

Woensdag debatteert de Kamer over de meest geaccepteerde drugs: alcohol. Zelfs de meest laveloze cafébezoeker krijgt zijn bier, blijkt uit een test met ‘dronken’ acteurs. „Wat heb je op de tap?”

Martine de Boer loopt met een vriendin de kroeg binnen. Ze wankelen, hebben rood doorlopen ogen en stinken naar whisky. Op weg naar de toog stoot Martine een barkruk om. Ze lachen er hard om. Hahahaha! Martine, half over de bar hangend, kijkt de barman glazig aan. „Wat heb je op de tap?” De barman noemt de bieren op. „Doe die maar.” Welke, vraagt de barman. Vaag wegwerpgebaar. „Die tweede.” De barman tapt en zet twee bier neer.

Waarmee hij in overtreding is van de Drank- en Horecawet én van artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht. Op het verkopen van ‘bedwelmende drank’ aan mensen ‘die in kennelijke staat van dronkenschap’ verkeren staat een celstraf van maximaal negen maanden of een boete van maximaal 8.200 euro.

Drank in kapsalons

Woensdag praat de Tweede Kamer met staatssecretaris Martin van Rijn (VWS, PvdA) over zijn alcoholbeleid. Over de tekortschietende naleving van de wet door horeca en supermarkten. Over reclame-uitingen die alcohol koppelen aan knappe, geslaagde mensen. Over de pilot in een aantal gemeenten waarbij kapsalons en kledingzaken hun klanten op drank trakteren, al druist dat in tegen de wet.

Uit al die agendapunten blijkt hoe normaal alcohol nog steeds wordt gevonden. Waar de roker zijn gewoonte inmiddels nader moet verklaren, gaat de drinker vrijuit. Zeg ‘Holland Heineken House’, en niemand kijkt ervan op. Introduceer drank bij de kapper, en regeringspartij VVD zegt: moet kunnen – ondanks de wet. De maatschappelijke norm is nog altijd: de mens heeft recht op zijn drank.

Hoe krachtig die norm is, heeft Martine de Boer als geen ander ondervonden. Zij is niet dronken, in de scène van zojuist – en haar vriendin evenmin. Ze zijn nuchter. Ze spelen dat ze dronken zijn. Ze zijn acteurs, ingehuurd door het Nijmeegse onderzoeksbureau Objectief, dat barpersoneel in opdracht van gemeenten test op het doorschenken aan dronkaards. De rode ogen horen bij de act: Martine heeft tijgerbalsem onder haar ogen gesmeerd. En de whisky heeft ze over zich heen gespoten, uit een flesje. Alsof het parfum is.

De gemeenten die Objectief inhuurden (Amsterdam, Utrecht en Rotterdam) waren benieuwd: schenkt de barmedewerker dat biertje in, ook al is klip-en-klaar dat hun klant dronken is? NRC vroeg Objectief en Martine de Boer om een reconstructie van zo’n testavond – in Utrecht, in Martines geval.

Objectief liet niets aan het toeval over. Een regisseur trainde de acteurs – professionals van het bureau Mind Mix – om de dronkenschap zo overtuigend mogelijk neer te zetten. Om zeker te zijn dat de acteurs dronken overkwamen, filmde Objectief hun act om die vervolgens voor te leggen aan ervaringsdeskundigen: twee horecamedewerkers, twee portiers, twee politieagenten. Die zijn dronken, oordeelden die experts afzonderlijk van elkaar. Geen twijfel mogelijk.

Overtreding in 7 op 10 gevallen

Op de testavond zelf ging een waarnemer met de acteurs mee om te registreren – onopvallend en op afstand – hoe het barpersoneel op het lallende verzoek om bier reageerde.

De testavonden in de drie steden vonden vorig jaar plaats. In Amsterdam, dat de resultaten onlangs bekendmaakte, kregen de dronkaards in 29 van de 40 cafés hun bierbestelling. Anders gezegd: cafés overtraden de wet in ruim zeven van de tien gevallen. Utrecht en Rotterdam scoorden niet veel beter.

Terug naar Martines eerste café. De barman heeft net het bier voor haar neergezet. Hij noemt de prijs. Het signaal voor Martine om uitgebreid haar broekzakken te legen. Telefoon op de bar, fietslampjes, sleutels. Ze lacht er hard om met haar vriendin. Eindelijk diept ze een verkreukeld tientje op. Ze proosten hard, het bier klotst over het glas en belandt op de vloer.

Drinken doen ze niet: ze zijn immers aan het werk. Per kroeg bestellen ze één keer, daarna vertrekken ze naar de volgende. Op straat zwalken ze ook, zodat de portier – als die er al staat – de kans heeft hen te weigeren.

Ze belanden in een kroeg met speciaalbiertjes. Een plek voor fijnproevers, niet voor harddrinkers. Ze stommelen binnen, lachend, haar door de war, het rode fietslampje nog knipperend op Martines jas. De barman doet of zijn neus bloedt, en geeft rustig tekst en uitleg bij alle bijzondere biertjes. Daar en daar gebrouwen, zoveel procent alcohol, smaakt zus en zo. Martine bestelt iets dat vaag klinkt als een van de genoemde bieren. „Bedoel je deze?”, zegt de barman. „Is goed hoor!”, lalt Martine. De barman schenkt in. Haar fietslampje valt op de grond, de batterijen rollen door het café. Klanten schieten te hulp en zetten het lampje in elkaar. „Hebben jullie een leuke avond?”, vragen ze lachend.

In een druk café – er is een studentenfeest – zetten Martine en haar vriendin een tandje bij zodat de barmedewerkers hun dronkenschap niet over het hoofd zien. Martine slaat met vlakke hand op de bar en roept hard: „Zo! Wij gaan bier drinken.” En inderdaad, het bier wordt neergezet.

Jullie zijn er net!

Zo gaat het nog tien cafés door. Klanten die Martine en haar vriendin vragen om te blijven hangen. “Jullie zíjn er net!” Mensen die hen op straat lachend aanklampen: „Hé, waar gaan jullie heen?”

Martine die al strompelend op straat onderuitgaat – het is niet eens geacteerd – en niemand die ervan opkijkt. Een man met een hond staat er pal naast en loopt verder. „Dronken neervallen hoort kennelijk bij het straatbeeld”, zegt Martine, later.

Dertien kroegen stonden deze avond in Utrecht op hun lijst. In elf cafés kregen ze hun bier: een wetsnaleving van 15 procent. Eén kroeg kwamen ze niet binnen: een portier hield hen tegen. Sommige barmedewerkers zeiden na de bestelling: „Weet je het zeker?” Om vervolgens het bier toch te tappen.

Slechts één keer weigerde de barmedewerker hun de drank. Die zei dat ze genoeg hadden gehad. Toen Martine en haar vriendin vervolgens mopperend wegliepen van de toog – onderdeel van de act – vielen klanten hen bij. „Huh, jullie mogen toch nog wel een biertje?”

Martine, terugkijkend: „Kennelijk vinden we dronkenschap normaal. Mensen vonden het grappig. Ik kan me voorstellen dat de barmedewerker dan de druk ervaart om door te schenken. Hij moet het niet doen, maar het gebeurt bijna altijd.”

Lees hier meer over het onderzoek in Utrecht van Objectief: