Nederlandse oplossing voor een Nederlands probleem

Cannabis

Een enkel woord maakt een wereld van verschil. Bleek gereguleerde wietteelt kansloos, gedoogde wietteelt is nu nabij.

Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Het land van de gedoogconstructie heeft er straks een nieuwe bij: het gedogen van wietteelt. Deze dinsdagavond tekent zich in het afsluitende debat waarschijnlijk een nipte Kamermeerderheid af voor een wetsvoorstel dat dit regelt. Als niemand de trein mist, is die nipte meerderheid er volgende week ook bij de stemming. En daarmee is een wet die ‘de achterdeur’ van de Nederlandse coffeeshop regelt dichterbij dan ooit.

Niet zo lang geleden leek zo’n wet nog vrijwel kansloos. In april 2015 nog nam de Tweede Kamer een motie van Peter Oskam (CDA) aan die het kabinet opriep „geen enkele ruimte” te bieden aan gemeenten die willen experimenteren met gereguleerde wietteelt. De Raad van State kraakte kort daarop een wetsvoorstel van D66 af om wietteelt te reguleren. En de kansen leken helemáál verkeken toen het enige Tweede Kamerlid dat zich hier nog sterk voor wilde maken, Magda Berndsen (D66), in september 2015 liet weten de politiek te verlaten.

„Daarna bleef het inderdaad even stil”, zegt Sidney Smeets. Hij is jurist bij Spong Advocaten. Dit kantoor verdedigt veel verdachten van wietteelt en voelt de ‘achterdeurproblematiek’ dagelijks. Samen met D66 probeert het al jaren een juridische oplossing te vinden.

Volgens Smeets kwam D66-Kamerlid Vera Bergkamp in september vorig jaar zelf met het wetsvoorstel dat nu kans van slagen heeft. Een gesloten coffeeshopketen waarin de wietteelt wordt gedóógd en niet – zoals bedacht in het kansloze wetsvoorstel – is gereguleerd. „Gereguleerd-gedoogd”, verduidelijkt Smeets.

Gedoogbeschikking

En nee, zegt hij, dat is niet alleen een semantisch verschil. Bij regulering zou de gemeente een vergunning moeten verlenen waarin staat dat de wietteler ontheven is van de Opiumwet en dus niet strafbaar is. Bij gedogen blijft de teler strafbaar, maar ontloopt hij vervolging als hij aan de voorwaarden van de gedoogbeschikking voldoet. „Het is dezelfde gedoogconstructie die al geldt aan de voordeur, dus daar kunnen partijen moeilijk op tegen zijn. Tenzij ze óók tegen gedogen van coffeeshops zijn.”

Ook andere ‘krachten’ hebben ervoor gezorgd dat zich nu een Kamermeerderheid aftekent voor ‘gereguleerd gedogen’. Burgemeesters spraken zich in juni 2016 op een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten massaal uit vóór experimenten met wietteelt. Intussen verruimden andere landen de cannabiswetgeving en schreven wetenschappers dat een vorm van wietteeltregulering volgens internationale verdragen misschien best mogelijk was – voorheen een belangrijk argument van tegenstanders.

Zeker ook in het voordeel van Bergkamp was dat ze het wetsvoorstel indiende met de Tweede Kamerverkiezingen in zicht. De PvdA begon al meer ruimte te nemen om zichzelf te profileren, terwijl het in de begindagen van dit kabinet – met minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) als fel tegenstander van ruimer gedoogbeleid – voor de PvdA veel moeilijker zou zijn geweest hierin mee te gaan.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Belangrijk voor de meerderheid is de stem van Kamerleden Louis Bontes en Joram van Klaveren. Steunden de oud-PVV’ers de motie van Oskam (tegen experimenten met gereguleerde wietteelt) nog, een week later liet hun nieuwe partij Voor Nederland, onder leiding van ex-advocaat Bram Moszkowicz, weten wél voor legalisering te zijn.

Dit nieuwe standpunt kwam van hem, zegt Moszkowicz, „en daar was men het wel mee eens”. Na veel discussie? „De partij liet zich kenmerken door weinig principiële beslissingen.”

Met de verkiezingen in zicht is de PvdA soepeler tegenover gedogen

Van Klaveren ziet dat anders: „Toen ging de discussie vooral over experimenten met gemeentewiet en dáár zijn we altijd tegen geweest. Het huidige wetsvoorstel gaat over gedogen van wietteelt. Dat is heel iets anders.”

Over hoe dit gedogen er in de praktijk zal uitzien, is nog niet alles duidelijk. Het idee, aldus de toelichting op het wetsvoorstel: een burgemeester kan een coffeeshopondernemer een besluit verstrekken waarin staat dat alle noodzakelijke handelingen voor exploitatie van een coffeeshop zijn gedoogd – dus ook de teelt. Daarvoor moet de ondernemer aan voorschriften voldoen, zoals wiet en hasj uitsluitend inkopen bij eveneens officieel gedoogde bedrijfstelers, wier oogst onder controle van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit staat. De softdrugs worden uitsluitend verkocht in tevoren afgesloten verpakkingen. Daarop staat het percentage van de werkzame stoffen THC en CBD, en worden de gezondheidsrisico’s vermeld, zoals op sigarettenpakjes. De maximale handelsvoorraad van 500 gram wordt losgelaten; de burgemeester bepaalt per coffeeshop hoeveel die in voorraad mag hebben.

Zuidelijke VVD’ers

In de Eerste Kamer hebben de voorstanders van de wet nog geen meerderheid. Daar hoopt Bergkamp op de steun van de VVD, die de afgelopen jaren al flink is opgeschoven, vooral aangejaagd door zuidelijke VVD’ers en jongerenorganisatie JOVD.

Zo stond er in het concept-verkiezingsprogramma van de VVD niets over aanpassing van het beleid rond wietteelt. Maar op het partijcongres in november werd een motie aangenomen om het programma aan te passen. Nu staat erin dat de VVD een einde wil maken aan de „vreemde situatie” dat de verkoop van cannabis wél wordt gedoogd, en de inkoop niet. Dat, zegt de VVD, moeten we „slimmer reguleren”.