Lijsttrekkersdebat heeft voor VVD en PVV vooral risico’s

Verkiezingscampagne

Het ‘premiersdebat’ bij RTL zou wel eens vier tegen één (Rutte) kunnen worden, vreesde de VVD. Maar het debat gaat niet door.

Mark Rutte en Geert Wilders zijn tijdens de pauze van het RTL Premiersdebat in 2012 met elkaar in gesprek. Foto Robin Utrecht/ANP

Eerst zegde zondag de PVV af. Toen wilde de VVD niet meer komen. Waarna RTL zijn zogenoemde premiersdebat, het eerste landelijke televisiedebat van deze verkiezingscampagne, dat gepland stond voor eind februari, maar helemaal annuleerde.

Vanuit de PVV en de VVD geredeneerd, is het een logische keuze. Zij hebben van alle partijen het minst te winnen bij een vroeg televisiedebat. Nu staan zij er – zonder dat de twee lijsttrekkers met elkaar of met anderen in debat zijn gegaan – nog goed voor in de peilingen.

De officiële reden is dat RTL zich niet hield aan de afspraken en een vijfde partij uitnodigde voor het debat. De omroep had beloofd dat er maximaal vier zouden komen. Maar in de Peilingwijzer, waarop RTL zijn keuze baseerde, waren de verschillen tussen CDA, D66 en GroenLinks te klein om één van hen uit te sluiten.

Bij vorige verkiezingen werden tijdens het RTL-debat reputaties gemaakt en gebroken. Diederik Samsom en Wouter Bos zagen na een goed optreden de PvdA stijgen in de peilingen, wat hun een verdere boost gaf in de verkiezingscampagne. SP-leider Emile Roemer overkwam precies het tegenovergestelde.

Bliksemafleider

Het is de reden dat CDA, D66 en GroenLinks zondag dolblij waren toen zij hoorden dat zij mee mochten doen aan het debat. Deelname betekende voor hen dat zij zich zouden kunnen profileren. Vooral GroenLinks-leider Jesse Klaver, die stijgt in de peilingen, had zich dankzij de afwezigheid van PvdA-leider Lodewijk Asscher en SP-leider Roemer bij RTL kunnen presenteren als ‘de leider van links’.

Voor de VVD hield het debat echter een risico in. Lijsttrekker Mark Rutte zou als zittend premier door alle anderen worden aangevallen. Vier tegen één dus. En coalitiepartner PvdA zou niet als bliksemafleider kunnen fungeren.

Dat gevaar van iedereen tegen de premier geldt ook voor andere debatten – op 24 februari is er een radiodebat tussen negen partijleiders, op 5 maart vindt het zogenoemde Carré-debat plaats tussen acht lijsttrekkers. Maar daar kan kritiek wegvallen in de algehele kakofonie die een debat tussen zoveel partijleiders nu eenmaal met zich meebrengt. Voor het slotdebat van de NOS, de avond voor de verkiezingen van 14 maart, is geloot en zijn er per lijsttrekker twee één-op-één debatten. Dat maakt aanvallen makkelijker te pareren.

Ook voor de PVV was er weinig voordeel te behalen uit het RTL-debat. Het werd weliswaar bestempeld als ‘premiersdebat’ (hoewel Nederland geen premier kiest, maar stemt op partijen), maar met vijf partijen was het nooit die tweestrijd met de VVD geweest waarop Geert Wilders hoopt.

Die komt er wel op de maandag voor de verkiezingen bij EenVandaag. Als de PVV tenminste overeind blijft in de peilingen. Dit debat gaat tussen de premier en de lijsttrekker die volgens de peilingen de meeste zetels kan behalen.

Bij alle andere debatten loopt Wilders het risico dat de aandacht verschuift naar een ander. En hij heeft ze ook niet nodig. „Het gaat toch over ons. Daarvoor hoeven we niet mee te doen”, redeneerde Tweede Kamerlid Martin Bosma bij de loting voor het radiodebat. Waar de PVV dus niet aan meedoet.