Interview

Kluun: ‘Het zou raar zijn als ik na dertien jaar het ambacht niet onder de knie had’

Interview Kluun schreef zichzelf in zijn nieuwe roman DJ. „Deze Kluun is een sukkelige en valsere uitvergroting van mijzelf.”

Foto Frank Ruiter

Eigenlijk had de nieuwe Kluun een musical moeten worden. De eerste Nederlandse musical over dance, dat stond de schrijver Kluun (Raymond van de Klundert, 1964) voor ogen toen hij vijf jaar geleden begon aan wat nu zijn nieuwe roman is geworden: DJ. „Het moest gaan over de rivaliteit tussen twee deejays, een soort Mozart en Salieri. De een het grote talent, de ander jaloers. Ik heb de film Amadeus er drie keer heel goed voor teruggekeken.”

Toch is er nu geen musical en hebben we weer gewoon een boek.

„Hoewel ik altijd goed dacht te zijn in dialogen, kwam het niet van de grond. Bovendien was ik, toen ik eraan begon, net gescheiden. De rust, reinheid en regelmaat die je nodig hebt om een goed boek te schrijven, zat er niet in. Je gaat niet als je net van de mediator komt, zo achter de laptop zitten. Uiteindelijk besloot ik er toch een roman van te maken.”

Die toch ook nog een tijd op zich liet wachten. Er zit zes jaar tussen DJ en Haantjes, uw vorige roman.

„Ik worstelde met de vorm. Als ik in de derde persoon ga schrijven, wordt het al snel afstandelijk. Het ging lopen toen Joost Nijsen, mijn uitgever, zei dat ik mezelf erin moest schrijven. Uiteindelijk duurde het toch nog een tijd. Twee jaar geleden dacht ik het boek bijna af te hebben, het werd toen ook al aangekondigd door de uitgeverij. Maar uiteindelijk bleek ik niet een klein beetje niet klaar te zijn, maar helemaal niet. Vrienden van me zeiden zich niet te zullen scheren voor het boek af was. Dat zijn lange baarden geworden.”

De Kluun in het boek is een karikatuur van uzelf. Een in Nederland beroemde schrijver, worstelend met zijn scheiding en de alimentatie die hij moet betalen. U lijkt de lezer in verwarring te willen brengen over wat echt is. Zo is het boek opgedragen aan ‘Thorwald’, de jeugdvriend van de hoofdpersoon – tevens de beroemde DJ Thor.

„De tegenstelling tussen een in Nederland redelijk succesvolle schrijver en de commerciële ster DJ Thor werkte heel goed. Stijn van Diepen, de hoofdpersoon van Komt een vrouw bij de dokter, was een uitvergroting van een deel van mezelf. Dat geldt ook voor de Kluun in DJ. Ik heb hem wat sukkeliger gemaakt, maar ook veel valser. Ik wilde een roman met groteske karakters maken en ik vind het leuk om dat ook met mezelf te doen. In dat spel heb ik heel veel lol gehad, het was heel leuk om Thor tegen de kritische Kluun te laten zeggen: alsof jij Dostojevski bent! Wat dat betreft is alles in het boek doordacht.”

De hoofdpersoon van het boek moet niets hebben van de commerciële dance van zijn jeugdvriend. Bent u ook zo’n snob?

Kluun lacht: „Wat dance betreft wel. Als mijn vrienden en ik uitgaan en we horen een paar keer ooh of aah, dan zeggen we tegen elkaar: too many vocals. We zijn de Max Pammen van de dance! Streng in de leer. Ik ga zelf niet snel naar trance of EDM (electronic dance music, red.), maar dj’s als Armin van Buuren en Hardwell zijn technisch absolute top.”

In de roman speelt DJ Thor een kritisch, snobistisch en argwanend publiek helemaal plat. Ik zag daar een boodschap van de schrijver Kluun in: denk niet dat een commerciële auteur het vak niet verstaat.

„Maar dat is toch ook zo? Ik ben geen Tommy Wieringa of A.F.Th., maar het zou wel raar zijn als ik na dertien jaar het ambacht nog steeds niet onder de knie had. Ik beheers de kunst om mensen te laten lachen of huilen, boos moet maken of ze in verwarring moet brengen. Volgens mij ben je dan een goede schrijver.”

De eerste recensies van DJ zijn positief. Vindt u dat belangrijk of denkt u: voor de verkoop maken die stukken toch niet veel uit.

„Het boek wordt niet beter of slechter van een recensie. Voor de commerciële Kluun is het veel belangrijker als Matthijs van Nieuwkerk zegt dat hij het een geweldig boek vindt, dan een stuk in Vrij Nederland of NRC. Maar uiteindelijk is elke creatieveling een kind. Je wil toch dat mensen die er verstand van hebben en integer zijn, tegen je zeggen: Goed gedaan, jochie.”