Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Ik wil niet spelen met een speler zoals ik was’

Peter Bosz

Op tweederde van de competitie is de renovatie van Ajax onder de nieuwe coach vrijwel voltooid. „Ik raak niet van één wedstrijd in de war. Onmogelijk.”

Zo heeft Peter Bosz het graag. De 2-0 van Ajax tegen Sparta afgelopen zondag vlak na rust, het agressief afjagen net nadat zijn ploeg balverlies heeft geleden. Nog voor de Spartanen aan iets moois kunnen denken, heeft Ajax de bal weer heroverd. Twee Sparta-spelers lopen uit positie, Hakim Ziyech hoeft nog maar één man voorbij en vindt Kasper Dolberg vrij voor doel.

Het is de essentie van gegenpressing: als de tegenstander nét de bal heeft veroverd op zijn eigen helft is diens defensieve organisatie heel even zoek. Zijn spelers lopen naar voren, bieden zich aan. En juist dan moet je toeslaan, met man en macht fel druk zetten om binnen een paar tellen de bal terug te winnen. In één, twee passes sta je vervolgens voor hun goal. Het is van een bedrieglijke eenvoud, in theorie.

Hoe lastig het in de praktijk is, bleek afgelopen woensdag op het Nationaal Voetbal Symposium. Daar sprak Ajax-coach Bosz voor een zaal amateurcoaches in het Bilderberghotel in Garderen over de ontwikkeling van zijn speelwijze. Het hele pallet aan modieuze voetbaltermen kwam voorbij: doordekken, compact houden, ‘de vijfsecondenregel’. Bosz spaarde zichzelf niet met beelden van situaties waarin het bij Ajax fout ging. De goal van Feyenoord in de Klassieker in De Kuip, vijf minuten voor tijd. Twee Ajax-aanvallers zetten niet echt druk op de ingezakte Eljero Elia, die ongemoeid een aanval op kan zetten. Twintig seconden later staat het 1-1. Kan de titel kosten.

„Ik had nog wel veel meer voorbeelden kunnen laten zien”, zegt Bosz twee dagen later in gesprek met NRC. We zitten in een ruimte op trainingscomplex De Toekomst waar videobesprekingen gehouden worden. Aan de muur hangt een fraaie plaat genomen tijdens de laatste wedstrijd in stadion De Meer, 28 april 1996. Willem II in de verdrukking, Ajax in de omschakeling. Nwankwo Kanu aan de bal, Jari Litmanen schuift bij. Finidi George is in in het midden op weg naar de 4-0.

Juist in balbezit, zegt Bosz, moeten spelers van Ajax herkennen waar het gevaar loert op het moment dat de tegenstander de bal krijgt. „Wij hebben 60-70 procent balbezit, maar het gaat erom dat we bij die 30-40 procent dat we de bal niet hebben goed staan. Ik zeg altijd tegen de spelers: je moet als het ware een foto maken. En op dat moment staat het zo. Een halve seconde later staat het alweer anders. Een goede speler kijkt de hele tijd rond, maakt steeds een foto: klik, klik, klik. Tegen FC Utrecht zag je dat misgaan. We krijgen een ingooi, staan goed. We spelen die bal twee, drie keer rond en opeens staan mensen vrij bij hun. De foto klopt dan niet meer. Daar anticipeerden we heel slecht op. Zij veroverden de bal, meteen de omschakeling: boem, kans voor Utrecht.”

We praten door over de keuzes die hij maakte in zijn eerste zeven maanden bij Ajax. Van de elf spelers die Frank de Boer in zijn laatste seizoen het meest gebruikte, staan er nog maar drie in de basis. De rest is vertrokken, zit op de bank of zat eerst op de bank en is daarna vertrokken. Voor het interview goed en wel op gang komt, wil Bosz gezegd hebben dat hij zich niet wenst af te zetten tegen zijn voorganger. „Ik zou meteen tekenen voor wat hij heeft bereikt.” De Boer won vier titels in vijfenhalf seizoen. „Ik moet eerst nog maar eens een prijs winnen”, zegt zijn 53-jarige opvolger.

Heeft u bij veel moeten afbreken?

Peter Bosz: „Op details. Sommige dingen die niet pasten in onze manier van spelen moet je wegnemen. Daarbij wil ik benadrukken: het is niet goed, niet slecht – het is mijn visie. Een voorbeeld: binnen de speelwijze van Ajax hadden ze gezien dat de vrijheid aan de zijkanten lag op het middenveld. Ik heb daar veel over gesproken met Donny van de Beek, met Davy Klaassen. Ik zag dat zij zich kwamen aanbieden in die ruimte, de bal daar dan ook kregen. Maar ik vind de veldbezetting dan niet goed. Want als we de bal kwijt zijn wil ik dat we vooruit druk zetten. Dat is lastig als ie aan de zijlijn staat.”

„Nogmaals: dat is niet goed of slecht. Maar het zijn automatismen. Ik bedoel: vorig seizoen was ik in Almelo op bezoek toen Ajax tegen Heracles speelde. Bij de 2-0 zag ik het: Bazoer laat zich uitzakken aan de zijlijn, krijgt de bal, loopt op en even later maakt Gudelj een geweldige goal. Dat hoorde bij hun manier van spelen. Ze hebben dat er hier echt ingeslepen. Alleen: ik wil het anders. ”

U noemt Gudelj en Bazoer, min of meer vaste waarden onder De Boer. Zij hebben nu Ajax gedesillusioneerd verlaten. Raakten zij in uw spelconcept de weg kwijt?

„Nee, dat niet. Gudelj heeft tegen Celta de Vigo uit nog een geweldige wedstrijd gespeeld op de positie van Lasse Schöne. Maar ja, ik vind Lasse completer. Ik heb ook eerlijk aangegeven: ik ben degene die aan het zoeken is geweest. Ik kwam hier en liet het elftal min of meer spelen zoals ik het aantrof. Arek Milik was weg en kwam ook niet meer terug, dus zet je er een jonge spits in [Dolberg]. Het middenveld stond nog met Gudelj, Bazoer en Klaassen. Achterhoede ook min of meer, alleen Davinson Sánchez kwam erbij.”

„Maar het beoogde spel kwam er niet uit. En dat lag aan het middenveld. Het middenveld bepaalt alles, zei Rinus Michels. Hoe je opbouwt, waar je aanvalt, hoe je aanvalt.” Met de toppen van drie vingers draait Bosz hij over de palm van zijn andere hand. „De balans, ik heb er lang naar gezocht. We zijn begonnen met één verdedigende en twee aanvallende. Liep niet. Twee controleurs en één aanvallend, meer roulerend. Lukte niet. Verschillende mensen geprobeerd. Met Jairo Riedewald als meest verdedigende middenvelder kwam het beter te staan. Maar ik had voetballend nog steeds niet wat ik zocht.”

In het bekerduel tegen Willem II, eind september, vond hij in Lasse Schöne zijn gedroomde ‘nummer zes’, de controlerende middenvelder met de passing en durf die Bosz zocht. De Deen, ruim vier jaar Ajacied, had in een gesprek aangegeven dat hij daar kon spelen. Bosz: „Ik zei: ik zie jou als ‘tien’ en Klaassen heeft daar de voorkeur. Toen zei hij: ik heb ook op zes gespeeld. Ik: oh ja, wist ik niet. Hij: ja, onder Frank, in het begin.”

Het was ook de wedstrijd waarin de van FC Twente overgekomen Ziyech voor het eerst op het middenveld kwam na een, in de woorden van Bosz, „gewenningsperiode” hangend op rechts. „Tegen Willem II zag ik het na vijf minuten: dit is wat ik zocht. Lasse speelt vooruit, waar een ander misschien nog breed zou spelen. En ik wil vooruit. Hij verdedigt vooruit, uitstekend. Goeie speler. Maar toen waren we al wel wat weken bezig.”

Zou een nog betere trainer de oplossing wel meteen hebben gezien?

„Dat zal best. Maar ja, ik was de trainer. Niet iemand anders. En ik heb me wel aangepast. Alleen, je moet de club leren kennen, mensen leren kennen, je eigen staf zelfs, spelers. Als die fase is afgerond kijk je naar het voetbal. Dat was niet goed, dan grijp je in. Gelukkig zijn daarna de resultaten parallel gaan lopen met de ontwikkeling van onze manier van spelen. Daar ben ik tevreden over.”

„Alle clubs waar ik gewerkt heb ben ik uiteindelijk gaan spelen met een voetballer op ‘zes’. Marko Vejinovic bij Vitesse en Heracles, Marcel Valk bij AGOVV, Schöne nu. Ik zoek daar een echte voetballer, ik geloof in controle via balbezit. Ik wil geen verdedigende middenvelder.”

U heeft de speler Peter Bosz als het ware uit uw speelwijze gewerkt?

„Klopt. Ik wil niet spelen met een speler zoals ik was. Ik was heel nuttig voor de ploegen waar ik in speelde, heb Oranje gehaald. Maar zoals ik als coach wil spelen, wil ik daar een Wim Jonk hebben staan. En niet een Peter Bosz. Dat is het grote verschil. Lasse is een controlerende middenvelder, geen verdedigende. De ouderwetse spelverdeler op ‘tien’ staat in mijn systeem op ‘zes’.”

U zei dat Ziyech van 8 kilometer bij FC Twente nu 11 kilometer aflegt per wedstrijd. Moest u hem aansporen?

„Hakim is een prima gozer. En dit is Ajax. Dit hoort bij wat van een middenvelder gevraagd wordt, ook als we de bal kwijt zijn. Moet je eens opletten: hoe hij jaagt, hij vliegt er meteen op. En het is een hele slimme speler. Heeft constant voor ogen hoe of wat. Alleen bij Twente heeft hij een periode gehad van: ik wandel wel terug. Dat kan hier niet. Heb ik het in het begin over gehad, daarna hoefde ik het niet meer te zeggen. Hij kan het nog steeds niet negentig minuten volle bak trouwens, maar hij is aardig op weg.”

U laat zich inspireren door topcoach Pep Guardiola. Wat leert hij u?

„Van alles. Ik las het boek Herr Pep, hij zegt: iedere tegenstander heeft altijd één of twee spelers die vrij staan op het moment dat jij de bal verliest. Altijd. Het gaat erom dat je eerst die twee detecteert, daarna je maatregelen neemt. Wie staan er nu steeds vrij? Daar kijkt ie dan altijd naar, eindeloos kijken naar de tegenstander. Ik vond het verbazingwekkend dat hij uren en uren bezig is met het analyseren van de tegenstander. Want als je zijn ploegen ziet, die hebben altijd de bal. Ik was voor het lezen van dat boek nog niet zo bewust bezig met de tegenstander en waar je precies op moet letten bij restverdediging. Hij gaat echt diep.”

Guardiola mist daardoor de balletuitvoering van zijn dochter.

„Ja, hij sluit zich op hè.”

U ook?

„Niet zoals hij. Maar goed: spelers gaan om drie uur naar huis, dan ga ik beelden kijken. Vooral wedstrijden van onszelf. Als je aan de hand van jouw manier van spelen die wedstrijd analyseert, vergaar je heel veel kennis. Dan zie ik: dat gaat goed, dat gaat niet goed, ligt aan die speler, of aan die linie, of aan het hele elftal.”

Donderdag hervat de Europa League voor Ajax met de heenwedstrijd in de zestiende finales, uit tegen Legia Warschau. Dat Ajax voorbije herfst niet in de Champions League speelde is te wijten aan de 4-1 nederlaag tegen Rostov in de voorronde.

Werd er veel duidelijk in Rostov?

„Dat zou te makkelijk zijn. Ik denk niet in die in momentopnames, ik denk in processen. Elke beslissing die ik neem is lange termijn. Dat betekent dus ook dat ik nooit door één wedstrijd in de war gebracht word. Onmogelijk. Feit is dat we een hele moeilijk voorbereiding hadden. We speelden niet goed. Resultaten waren niet goed. Resultaten waren niet goed omdát we niet goed speelden. Dan ben je aan het zoeken. Ik ben heel lang aan het zoeken geweest. Uiteindelijk vallen puzzelstukjes op de plaats. Ik raakte niet in paniek toen we van Rostov verloren. Ook niet toen we diezelfde week in de competitie van Willem II verloren, tegen Roda gelijk speelden.”

U verloor die week vijf punten, precies de achterstand op Feyenoord nu. Er zijn nog twaalf duels te gaan. Is tweede worden genoeg in uw eerste jaar bij Ajax?

Lachend: „Nou, ze verwachten hier wel de titel, hoor. En die wil ik ook. Volgens mij zijn we goed op weg.”