Recensie

Het spannendst aan Kluuns nieuwe roman is Kluun zelf

Kluun durft in zijn nieuwe roman lelijk en nietsontziend te zijn – en tegelijk boeit hij de lezer.

Foto Frank Ruiter

Een van de slimste dingen die tot dusver over de nieuwe roman van Kluun gezegd zijn, komt uit de recensie in NRC. De verzonnen versie daarvan dan. In de roman laat Kluun de dienstdoende NRC-criticus concluderen ‘dat er van Kluun zonder zieke vrouw als schrijver niks overbleef’. Daar is in het geval van DJ niks van waar, maar veelzeggend is het wel.

Het is in de roman een van de vele zinnetjes waaruit een verlangen naar erkenning opklinkt. Tegelijk spreekt er een wrokkig vermoeden uit dat die officiële erkenning er nooit zal komen – in tegenstelling tot die van het publiek. De zin is trouwens een variatie op een werkelijk Volkskrant-oordeel over Kluuns tweede roman De weduwnaar (2006).

DJ gaat over een schrijver en een dj, oude vrienden, beiden vreselijk succesvol, beiden gecorrumpeerd door de roem en aan de rand van de professionele afgrond. De schrijver, die zich Kluun noemt, staat daar aan het begin van de roman al: zijn vrouw wil van hem af, zijn ‘familieroman’ vlot niet. Er resteert slechts een sneu figuur van de bestsellermacho, die wel nog herkend wordt en daarom de escortservice vraagt om dames die ‘in elk geval geen Nederlands kunnen spreken en lezen’. Zijn bankrekening is leeg, dus neemt hij een schnabbeltje aan: in Las Vegas een filmpje maken over en met zijn oude studievriend Thorwald van Gestel, nu wereldberoemd als DJ Thor. Ze noemen hem de ‘Ten Million Dollar Man’, hij vangt tonnen per optreden.

Stuitende nepheid

Er is het nodige niet veranderd. Kluun schrijft in DJ weer over mannenlevens, macho’s en de verleiding van roem en roes: in Thors VIP-room wolkt de coke en dampen de vrouwen. Kluun staat erbij, kijkt ernaar. Hij bedient zich nog van zijn machostijl, maar wil zijn leven écht beteren – hij kijkt neer op de stuitende nepheid van de dj-wereld en moet nog ‘twee columns schrijven en drie wassen draaien’. Maar, net als in eerdere romans het alter ego Stijn van Diepen, komt Kluun toch weer in de verleiding.

Lees het interview met Kluun: Uiteindelijk is elke creatieveling een kind

Meer dan over die verleiding gaat dit boek over de kater, de tol die vallen voor de verleiding eist – en, nota bene, die tol is vooral zo hoog in de verhaallijn van Thor. Die raakt gigantisch in diskrediet, na een ongelukkige cocktail van te veel drugs en seks, de onbeholpen sociale-mediaskills van een veertiger en een wereld die sterren graag van hun voetstuk ziet vallen.

Gelikte plot

Die opkomst en ondergang zijn best smeuïg en leveren een gelikte, onderhoudende plot op, niet te voorspelbaar en toch geloofwaardig. Maar het spannendste aan DJ is toch de figuur Kluun. Die gaat ervan uit dat men weer zal denken dat er ‘niks overbleef’ van hem ‘als schrijver’. Maar juist wanneer er van hem als mens niks overgebleven is, ontdekt hij hoe hij zich weer als schrijver kan laten gelden – door de ondergang van zijn oude vriend te gebruiken. Hoe dat precies gebeurt zal ik hier niet verklappen, maar het is niet fraai, niet bewonderenswaardig, het is pijnlijk. En passend bij het schrijverschap van Kluun: dit is het type lul waar Kluun patent op heeft.

Dat brengt me bij de vraag of DJ het stempel ‘literatuur’ verdient – altijd belangrijk als het over Kluun gaat. In het hart van het boek zit een sleutelscène. Vlak voor hij van zijn voetstuk kukelt, doet DJ Thor een set waarmee hij zijn publiek verrast. Niet het standaardriedeltje van de beukende EDM (electronic dance music) die hem zijn roem én zijn gevoel van miskenning bezorgde, maar iets lelijks: ‘hij plaagde ons, pestte ons, martelde ons door de beatloze brij net zolang uit te wringen tot iedereen gilde, krijste, gek werd van verlangen’ – en dan draait hij ABBA. ‘Het gore lef’, reageert Kluun. Maar het publiek, nota bene kritische Burning Man-festivalgangers die spannende dance eisen, ontplóft.

Echte schrijver

Daar gaat het om. Kluun schrijft nog altijd soepel, gewoontjes, geen zinnen om in te lijsten of op te kauwen. Maar literair is wel zijn lef en durf om lelijk en nietsontziend te zijn – en tegelijk de lezer te blijven boeien. Dat doet Kluun, zowel de schrijver in het boek als de schrijver van het boek, door de loser eerst meelijwekkend te laten zijn, hem te laten lijden en dan nog iets verder te duwen. En hem een echte schrijver te laten worden.