Lennard van der Nagel verloor zijn vrouw: ‘Wat had ik zelf graag dood gewild’

Overleden Lennard van der Nagel verloor bijna vier jaar geleden zijn vrouw, nadat ze met hun scooter tegen een paaltje waren gebotst. De gemeente bekende schuld, de verzekering heeft nog niets uitgekeerd.

Ze waren de avond van 11 mei 2013 uit eten geweest om zijn 39ste verjaardag, de dag daarop, te vieren. En ze hadden wel meer te vieren; ze waren al tien jaar gelukkig met elkaar, hadden twee prachtige kinderen – Seppe van zeven en Jip van vijf – en twee goedlopende horecazaken in Amsterdam. Tegen één uur ’s nachts vroeg zijn vrouw Veerle (toen 32) hem om de sleutel van de scooter, want zij zou rijden. „Ze dronk amper.” Hij weet nog dat ze samen naar de scooter liepen. En daarmee houdt de herinnering van Lennard van der Nagel (42) aan de laatste avond met zijn vrouw op. Een minuut of tien later moeten ze op de Veemkade in Amsterdam-Oost, op een steenworp afstand van hun huis, op een paaltje zijn gebotst. De volgende ochtend werd hij wakker in het ziekenhuis. „Mijn moeder stond aan mijn bed. Ik zei: ‘Wat een rotverjaardag’. Dat wist ik dus blijkbaar nog. En ik vroeg: ‘Waar is Veerle?’” Lennard lag in het VU Medisch Centrum, zijn vrouw in het AMC. Hoewel hij zwaargewond was, werd hij naar haar toe gebracht. „Ze was buiten bewustzijn. Ze had een hersenbloeding gehad, een deel van haar schedel was weg. Ze reageerde nergens meer op. Twee weken later hebben we afscheid van haar moeten nemen.”

Ik ben de vleesgeworden nachtmerrie.

Was je erbij toen Veerle doodging?

„Nee. Die ochtend was ik er wel. Daarna ben ik teruggereden naar voetbal, want Seppe moest een wedstrijd spelen. Die dingen gaan dan ook gewoon door. Na de wedstrijd kreeg ik het telefoontje. Dat was zo surrealistisch. Hoezo ‘overleden’? Je opa en oma zijn overleden, maar niet je vrouw van 32. Zeker anderhalf jaar heb ik gedacht: het kán gewoon niet dat ze weg is. Op een dag komt ze weer terug.

„Ze is op zaterdag overleden, en op zondag liep ik al op begraafplaats Zorgvlied. Zo absurd. Ik kon alleen maar denken: twee weken geleden waren we nog een gelukkig gezin. En nu loop ik hier. Ik had het gevoel dat de hele wereld mijn vijand was. Ik had alleen maar woede in me. Op de wereld, op het leven. Waarom was dit háár overkomen? De hele wereld had van mij dood mogen gaan, behalve Veerle. Ik was niet voor rede vatbaar.”

Wat was Veerle voor vrouw?

Geëmotioneerd: „Ze was de liefste en mooiste vrouw die ik ooit heb gezien. Beeldschoon, met een waanzinnige lach. Heel anders dan al die andere Amsterdamse blasé-meisjes. Veerle was een Brabantse. Ik zag haar in 2001 voor het eerst. Zij had toen nog iets met een andere jongen. Ik raakte met haar aan de praat, waar die jongen naast stond. Ik kon mijn ogen gewoon niet van haar afhouden. Toen ze wegliep, zei een vriend: ‘Jeetje man, dat je zo met haar stond te praten, waar die gozer bijstond…’ Ik zei: ‘Lex, dit is de moeder van mijn kinderen.’ Een paar jaar later zag ik haar weer, op een feestje. We zijn samen gaan wandelen. Nee, niet meteen zoenen. Zo was Veerle niet. Maar het ging wel heel snel. Een week nadat we gezoend hadden, ben ik bij haar ingetrokken. Man, wat was ik gelukkig. Ik vond alles leuk aan haar.”

Hoe was het om na haar dood door te leven?

„Een hel. Echt een hel. God, wat had ik zelf graag dood gewild. Dat enorm lege huis. En het verdriet dat bij de kinderen van hun gezicht afspatte. Ik voelde me verschrikkelijk tekortschieten. Ik kom zelf niet uit een gezin waar mijn vader nou eens uitgebreid spelletjes ging zitten spelen met ons. Dat zit ook niet in mij. En opeens moest ik die knop omzetten. Dat lukte me helemaal niet.”

Alsof je wordt doorboord door duizend spiesen. De pijn is zo groot, zo heftig.

Je hebt ook nooit afscheid van haar kunnen nemen. Maakt dat het extra moeilijk?

„Oh, dat is zo erg. Ik zou er echt alles voor over hebben als ik haar nog één dag mocht zien. Dat ik haar nog één keer zou kunnen voelen, zou kunnen ruiken. Eén dag maar.’

Hoe ziet rouw er van binnen uit?

„Alsof er een mes ronddraait in je ingewanden. Alsof je wordt doorboord door duizend spiesen. De pijn is zo groot, zo heftig. En het duurt zo lang. Het houdt maar niet op.

„Het wordt nu minder. De scherpe randjes gaan er wat af. Wat een goed besluit is geweest, is dat ik begin 2015 met de kinderen drie weken naar Thailand ben gegaan. Iedereen zei: ‘Man, waar begin je aan, in je eentje met twee kleine kinderen?’ En ik zei: ‘Ik ga verdomme de duivel in zijn bek kijken’. Dat is heel reinigend geweest. Ik werd ontzettend met mezelf geconfronteerd. Maar ik dééd het dus wel, met twee koters dwars door Bangkok lopen. Ze klampten zich enorm aan mij vast; ik was alles voor ze. Dat is benauwend maar ook heel erg prachtig. Maar ik weet ook dat ik het gemis van hun moeder nooit ook maar een beetje zal kunnen goedmaken.

„Ik vergelijk het met het dragen van een deur. Een deur dragen met zijn tweeën is goed te doen. Maar in je eentje is het loodwaar. Dan is het niet meer vast te pakken.”

Als je tien jaar samen bent, vergroei je ook een beetje met elkaar. Hoe is dat nu?

„Ik ben een halve boom. Vergeet niet dat je omgeving je ook anders behandelt. Mijn vrienden hebben allemaal partners en kinderen. Ik hoor daar voor mijn gevoel niet meer bij. Er is iets bij mij geamputeerd. En de meeste mensen kunnen niet met zo’n groot verdriet omgaan. Ik ben de vleesgeworden nachtmerrie. In het begin heb ik me echt melaats gevoeld. Zo verschrikkelijk alleen. En ik was woest op Veerle: wat heb jij mij aangedaan met je kinderwens? Mij hier achterlaten met twee kleine koters? Ik voelde me bedrogen.”

Jij bent nu nog de enige die jullie herinneringen bij zich draagt.

„Dat is onverdraaglijk. Alles wat ik zie is met haar verbonden. Bijna elke plek in deze stad hebben we samen bezocht. En ik kan het met niemand delen. Ik kan niet tegen mijn kinderen zeggen: ‘Weet je nog toen mama in dat cafeetje van haar stoel rolde van het lachen?’ We zijn tien jaar elke dag bij elkaar geweest. En ik ben de enige die dat nog weet. Een vriend zei op een dag: ‘Je moet nieuwe herinneringen gaan maken.’ Dat ben ik heel bewust gaan doen. Ook voor de kinderen. Het kan niet zo zijn dat hun leven op 12 mei 2013 is opgehouden, en dat ze pas nadat ze uit huis zijn gegaan weer leuke dingen meemaken.”

Wat is de beste reactie die andere mensen kunnen geven?

„Een vriendin die ik al een tijd niet gezien had, stond ineens voor de deur, met een bakje fruit. ‘Zullen we een eindje gaan wandelen? Ik sta vanaf nu elke vrijdag om tien uur voor je deur. Als je geen zin hebt, ben ik meteen weer weg.’ Dat heeft me zo geweldig goed gedaan. Al die mensen die met goede bedoelingen langskwamen… ik kon het helemaal niet opbrengen. Voor je het wist stond je toch weer koffie te maken.”

De gedachte is onverdraaglijk dat ik haar nooit oud zal zien worden. Terwijl wij samen tachtig zouden worden.

Heb je je leven nu weer terug?

„Het begint te komen. Maar het verdriet speelt elke keer weer op. Ik moet nu voor Seppe naar een middelbare school gaan kijken. Dat had ik samen met Veerle willen doen. Dit is mijn leven niet. Het is nooit meer zoals het was. Ik heb Speijkervet (een van zijn twee zaken) verkocht. Want voor die zaak had ik een scooter gekocht om makkelijk door de stad op en neer te kunnen. Ik dacht continu: zonder Speijkervet had ik die rotscooter niet gekocht.”

Was je ook kwaad op de gemeente Amsterdam, die dat paaltje onverlicht had neergezet?

„Zeker. Niet alleen dat paaltje, maar ook de lampen eromheen werkten niet. Het paaltje was zwart, tegen een zwart wegdek. En er lag zand om dat paaltje heen, en asfaltplaten die glad worden als het regent. Veerle heeft nog geremd, maar is door dat zand onderuitgegaan.

„Ik ben gebeld door burgemeester Van der Laan. En precies een jaar daarna belde hij weer, om te vragen hoe het met ons ging. Die man reageerde echt goed. Maar stadsdeel Oost heeft nooit een verklaring gegeven. Ze hebben het aan de verzekering overgedragen en zijn er als een dief in de nacht tussenuit geknepen. De gemeente heeft schuld bekend en heeft strafrechtelijk geschikt met het OM. We zijn bijna vier jaar verder en ik heb nog altijd geen dubbeltje gekregen. De afspraak was dat het netjes, snel en zonder publiciteit opgelost zou worden. Maar ze doen alsof het over een autoverzekering gaat.

„Het houdt me nog steeds gevangen. Ik heb al dik drie jaar geen inkomen meer van Veerle, maar wel veel extra kosten. Ik ben nu betaalde oppas aan het regelen. Maar kan ik me dat wel permitteren? Dan denk ik: alsjeblieft, tik het af, maak het rond.

„Voor mijn gevoel wordt het gerekt. Hoe meer informatie de verzekeringsmaatschappij heeft, hoe scherper ze de berekening kunnen maken. Werkt-ie alweer? Heeft-ie alweer een partner? Ik kan er met mijn pet niet bij. Dat kan zo’n grote maatschappij als VGA/Achmea toch niet willen?”

Heelt de tijd de meeste wonden?

„De pijn blijft altijd. In het begin had ik erg last van mijn calvinistische bagage. Dat ik ergens schuld aan had, dat ik dit had verdiend. Ik had een prachtige vrouw, lieve kinderen, succes in mijn werk. Misschien had ik te hoog in de boom gezeten, moest ik gestraft worden voor mijn hoogmoed. Dat is wel weer weggeëbd, al komt het soms toch weer even opzetten. De gedachte is onverdraaglijk dat ik haar nooit oud zal zien worden. Terwijl wij samen tachtig zouden worden.”