De universiteit zit weer stampvol

Campus

Studenten studeren steeds vaker op de universiteit. „In Utrecht staan ze om acht uur rijen dik voor de Universiteitsbibliotheek.”

Flexibel studeren op de VU in Amsterdam. Universiteiten moeten oplossingen bedenken voor de grotere toeloop . Foto’s Olivier Middendorp

De tentamens zijn voorbij, maar de studieruimte van de bibliotheek van de Vrije Universiteit zit behoorlijk vol. Studenten zitten stil gebogen over pc’s die hen verbinden met het netwerk van de Amsterdamse universiteit.

Bij het kopieerapparaat staat Saskia Nooy, derdejaars rechten. „Ik studeer alleen op de universiteitsbibliotheek”, zegt ze. „Thuis word ik afgeleid. Daar heb ik niet eens een bureau, alleen een eettafel.” De VU heeft ook een studieruimte op de veertiende verdieping, verder weg, maar met spectaculair uitzicht. In de tentamentijd zit het daar ook afgeladen vol, weet Nooy.

Ook Jason Hatenboer, eerstejaars farmacie, studeert het liefst in de universiteitsbibliotheek. Dat gaat de hele week door. Doordeweeks is de bibliotheek van 7 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds geopend, in het weekeinde tot 6 uur ’s avonds. Dan komen de pizzakoeriers langs, omdat het universiteitsrestaurant dicht is. Farmaciestudent Joël Donkers heeft in de studieruimte wel eens een muis langs zijn benen zien lopen.

Over het hele land zijn universiteitsgebouwen drukker dan ooit. De uitgestorven faculteit in een oud stadsgebouw, met krakende trappen, galmende gangen, volle boekenkasten en vaak lege werkkamers, is achterhaald. De afgelopen tien jaar is de beschikbare oppervlakte nauwelijks gegroeid, terwijl het aantal studenten wel met bijna een kwart is toegenomen.

Die conclusie staat in een rapport van het campus research team van de TU Delft, dat maandag openbaar is gemaakt. Het is opgesteld in opdracht van de universiteitenkoepel VSNU en bedoeld als verantwoording van wat de universiteiten de voorbije decennia hebben gebouwd en aangepast. „Hoewel digitalisering studenten in staat stelt buiten de campus te studeren, geven de universiteiten aan dat de student juist vaker op de campus is en wil zijn dan tien jaar terug”, aldus de samenstellers. „Ontwikkelingen die een virtuele campus mogelijk maken, hebben niet geleid tot minder vraag naar fysieke ruimte.”

Lees ook: Het onderwijsblog: De universiteit staat op knappen

Met hun laptop kunnen studenten overal werken, maar ze hebben behoefte aan direct contact met elkaar. „Strengere selectie, studievoortgangseisen (het bindend studieadvies), de afschaffing van de basisbeurs en hogere collegegelden of kosten van de studie zetten de student onder druk. Die student stelt op zijn beurt weer hoge eisen aan kwaliteit en beschikbaarheid van voorzieningen”, aldus het rapport.

Campusleven

„Universitair onderwijs bestaat niet uit rijtjes stampen”, zegt Jan Sinnige, voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg. „Ik lees een artikel en wil met iemand praten over wat ik daarvan vind. Heb jij het begrepen, heb ik het begrepen? Dat is een wezenlijk onderdeel van het campusleven. Ik heb mijn hele scriptie in de universiteitsbibliotheek geschreven. De hele zomer zat ik er met anderen. Je leest dan het werk van elkaar. Het scherpt je denken.”

Volgens Sinnige staan ze in Utrecht om acht uur ’s morgens rijen dik voor de universiteitsbibliotheek. „En om kwart over acht is het vol.” Dat geldt ook voor Groningen, weet hij.

Foto’s Olivier Middendorp
Foto’s Olivier Middendorp

De faciliteiten voor studenten zijn overal flink verbeterd. Ging tot in de jaren tachtig de bibliotheek nog ’s avonds om half zes dicht, nu is openstelling in weekend en avond de standaard. Maar het is lastig faciliteiten af te stemmen; de ontwikkeling van het aantal studenten is volgens het rapport niet goed te voorspellen. Een steeds groter deel komt uit het buitenland. Als de omstandigheden veranderen, kunnen studententallen zomaar afnemen. Vandaar dat niet halsoverkop wordt uitgebreid en het aantal vierkante meters stabiel blijft.

Groei doet bouwen

Bovendien hebben universiteiten hun geld hard genoeg nodig. Gebouwen en inrichting gaan korter mee dan voorheen. De gebouwen die de overheid in 1995 overdroeg aan de universiteiten waren sterk verouderd. Inmiddels is 49 procent van het universitaire vastgoed in goede staat, tien jaar geleden was dat nog 36 procent.

Ook zijn andere aanpassingen nodig, in verband met de groei. Neem de VU: die had in 2000 nog 13.800 studenten, en tegenwoordig 23.000. Op het universiteitscomplex wordt sinds de jaren 60 voortdurend gebouwd. Dat kon vroeger aan de stadsrand vrij makkelijk, maar inmiddels ligt de universiteit veel centraler in de groeiende stad, pal aan het Amsterdamse zakencentrum de Zuidas.

Docenten hebben geen kamer meer, maar een ‘gebied’ voor samenwerking

Carin van der Wal, van huis uit architect en bij de VU verantwoordelijk voor de huisvesting, zorgt ervoor dat de kostbare vierkante meters zo goed mogelijk worden gebruikt. Ze wijst op een nieuw restaurant waar studenten kunnen eten, „maar ook samen aan een tafel kunnen studeren”.

Flexibiliteit is alles: „We stappen ook af van de eigen kamer van docenten, maar we creëren een gebied waar mensen samenwerken”, zegt ze.

Werken kan overal in het hoofdgebouw; dat is het voordeel van de digitalisering. Het gebeurt op de groene banken in de nieuwe, lichte en uitnodigende entreehal met boekwinkel, in de koffiebar met broodjes, aan grote tafels en in zitjes waar de studenten met elkaar overleggen over werkstukken of een avondje uit.

Studenten kunnen ook terecht in de collegezalen als daar geen college wordt gegeven. Door het glas kan je ze vanaf de gang zien zitten, pratend of studerend. Via de study spot app hebben ze kunnen zien welke collegezaal vrij is. Dat is maximaal gebruik van de beschikbare vierkante meters, volgens Van der Wal.