Dan dreigt thuis opeens het zorggat

Ouderenzorg

Soms zijn ouderen niet erg ziek, maar hebben ze wel zorg nodig. Wie geen netwerk heeft, kan dan in de problemen komen.

Gepensioneerd arts Robbert Kamerling bezoekt mevrouw Vos. Hij drinkt een kopje thee en inspecteert de situatie om passende zorg te kunnen bieden. Hij regelde thuiszorg voor haar, en een overstap naar een huisarts dichterbij. Foto’s Floren van Olden

Robbert Kamerling (70) opent het achterportier van zijn zwarte stationwagen en vist een klassieke dokterstas van de grond. „Zo, we kunnen gaan.” Hij was meer dan veertig jaar verpleeghuisarts en is sinds een paar jaar officieel met pensioen, maar stopte niet met werken. Een groot deel van de week rijdt hij tegenwoordig van huis naar huis in Oegstgeest en omgeving, want daar assisteert hij ouderen die, zoals hij dat zegt, in „het zorggat” zijn gevallen. Ouderen die hulp nodig hebben, maar die om welke reden dan ook niet krijgen. De achterbank van zijn auto doet dienst als mobiel kantoor: blauwe ordners en stapels papier. „Wel zo handig, ik ben altijd onderweg.”

Grote problemen constateert Kamerling bij ouderen die zijn behandeld in het ziekenhuis en het daarna alleen thuis moeten rooien. Zoals laatst, die oudere meneer die uit het ziekenhuis werd ontslagen na een galblaasoperatie. „Hij werd zó op de stoep voor zijn huis gedropt”, zegt Kamerling met een stem hoog van verontwaardiging. „Ik heb onmiddellijk de thuiszorg opgebeld. Ik zeg: die meneer heeft nú een po-stoel nodig, een rolstoel en een hoog-laagbed.” De medewerker van de thuiszorg zei volgens Kamerling dat het die vrijdagmiddag niet meer ging lukken om de spullen te leveren, het moest eerst nog bij de verzekeraar gecheckt worden. Kamerling nam daar geen genoegen mee: „Ik ben in mijn auto gestapt en heb het spul zelf opgehaald.”

Door het ijs

Kwetsbare ouderen hebben het te zwaar in het huidige zorgsysteem, zegt ook hoogleraar ouderengeneeskunde Jos Schols. Ouderen die „qua zelfredzaamheid even door het ijs zakken”, bijvoorbeeld omdat ze vallen en een been breken, hebben na opname in het ziekenhuis nazorg nodig. Die kan niet altijd even makkelijk geboden worden. „Dat komt vooral doordat eerstelijnsbedden drastisch gereduceerd zijn.” Dat zijn bedden waar mensen kunnen rusten die niet erg ziek zijn maar wel zorg nodig hebben, bijvoorbeeld in verzorgingshuizen. Om zorgkosten te drukken, worden mensen sinds een aantal jaar gestimuleerd langer thuis te blijven wonen.

De afgelopen wintermaanden sloegen ziekenhuizen in het hele land alarm over een groep ouderen die zij steeds vaker zien: de patiënten die geen specialistische ziekenhuiszorg nodig hebben, maar toch veel bedden bezet houden omdat ze niet fit genoeg zijn om naar huis te worden gestuurd.

Die oudere meneer werd na het ziekenhuis ‘zó voor zijn huis gedropt’

Het aantal 65-plussers dat op de spoedeisende hulp belandt, neemt eveneens sterk toe. Dat meldde deze week zorgadviseur Fluent Healthcare in Amsterdam, na onderzoek onder 43 ziekenhuizen. Vorig jaar waren er in deze groep in Nederland 116.000 spoedgevallen meer dan in 2015, een stijging met 17 procent.

De onderzoekers zien een verband tussen de hervormingen in de ouderenzorg en de toename van ouderen op de spoedeisende hulp. Doordat ouderen langer thuis wonen, worden fysieke problemen minder snel opgemerkt en gebeuren er meer ongelukken die tot ziekenhuisbezoek leiden, denken zij.

„Doordat het aantal ouderen in Nederland snel toeneemt, worden ook huisartsen vaak overvraagd”, weet Schols. „Zij kunnen niet iedere oudere nauwlettend in de gaten houden.”

Nederland telde begin 2015 3 miljoen 65-plussers, van wie 700.000 80-plussers. In 2040 leven er naar verwachting 4,7 miljoen 65-plussers in Nederland, onder wie 2 miljoen mensen ouder dan 80 jaar.

Helemaal geen zorg

Oud-verpleeghuisarts Kamerling, een kordate man met dik grijs haar in een ruimvallende tweedjas, heeft niets relativerends over de staat van de ouderenzorg te zeggen: „Wat ik in dertig jaar heb zien opbouwen, verdwijnt nu weer. Het is gewoon een ramp.” Hij heeft net geparkeerd voor het appartementencomplex van mevrouw Vos, die hij helpt met het „coördineren van haar zorg”.

Kamerling neemt plaats aan de tafel van haar tweekamerappartement. „Zo, hoe gaat het vandaag met u”, vraagt hij, en hij legt zijn handen op de blauwe ordner die hij heeft meegenomen.

Mevrouw Vos heeft geen gezin, zo is het nu eenmaal gelopen. En aan haar vrienden van dezelfde leeftijd kan ze ook geen hulp vragen. Een poosje geleden begon ze daar vaker over na te denken: „Waar kom ik terecht als ik een ongeluk krijg? Wat als ik dan niet meer kan lopen?” Daarom schreef ze zich uit voorzorg in bij een verzorgingshuis. Maar toen Vos steeds slechter ging zien, nog niet in een verzorgingshuis wilde maar wél thuiszorg nodig had, gingen er „twee systemen door elkaar lopen”. Daardoor kreeg ze even helemaal geen zorg.

Een gevecht tegen een „papieren monster”, noemt Kamerling de zoektocht naar een oplossing. Uiteindelijk lukte het thuiszorg te regelen. Dat wil niet zeggen dat alle gewenste hulp daarmee voorhanden is. Voor mevrouw Vos is het bijvoorbeeld erg lastig in haar eentje boodschappen te doen. „De thuiszorg is beperkt in de praktische zorg die ze mogen verlenen”, zegt ze. „Zo mogen ze de vuilniszak niet meenemen, de brievenbus legen of de wasmachine gebruiken. Ik heb er moeite mee om het hun telkens toch te moeten vragen.”

Vandaag gooit Kamerling de zak beneden in de bak.

Een zorggat voor ouderen ontstaat niet alleen door gebrek aan eerstelijnsbedden, weet Kamerling, maar ook doordat het systeem ingewikkeld is. Laatst heeft hij mevrouw Vos geholpen met het overstappen naar een andere huisarts. De vorige kon zij alleen met de taxi bereiken, of ze moest tot haar verlegenheid een andere chauffeur „ronselen”. Een huisarts dichter in de buurt had een patiëntenstop. „Met bemiddeling van dokter Kamerling is het toch gelukt om hem bereid te vinden om mij op te nemen in zijn praktijk.” Een oudere heeft eigenlijk „een stevige echtgenote of een broer of zus” nodig om zelfstandig thuis te kunnen wonen, constateert Vos.

Vrienden en familie

Uit het rapport ‘Langer zelfstandig’, dat het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige week uitbracht, blijkt dat mensen met vrienden en een goede familieband langer thuis blijven wonen. De onderzoekers volgden hiervoor veertien jaar lang een groep 65-plussers. Van de mensen met een groot netwerk woonde uiteindelijk nog tweederde zelfstandig, bij de mensen met een klein sociaal netwerk was het minder dan de helft.

Wat ik in dertig jaar heb zien opbouwen, verdwijnt weer. Gewoon een ramp

Hoogleraar Jos Schols vindt dat zorgsector en politiek een belangrijke morele vraag moeten beantwoorden: „Hoe lang kun je kwetsbare en hulpbehoevende ouderen echt veilig thuis laten wonen en verzorgen?”

Er gebeurt al veel op dit gebied, constateert Schols. „Overal worden partijen gestimuleerd om samen tot meer proactieve zorg voor ouderen te komen.” Dat is een belangrijke ontwikkeling, vindt hij. „Je moet ouderen leren om veilig te wonen, goed voor zichzelf te zorgen, ervoor zorgen dat zij een cirkel van ondersteuners hebben.” Ook hebben veel huisartsenpraktijken ondersteuners die net als Kamerling kwetsbare ouderen bezoeken. Schols: „De overheid wil heel graag dat onze zorg dichtbij de patiënt georganiseerd wordt, met een wijkverpleegkundige die een oogje in het zeil houdt. Dat is allemaal in ontwikkeling, maar nog lang niet uitgekristalliseerd.”

Tot die tijd wil dokter Robbert Kamerling best proberen dat gat in Oegstgeest en omgeving op te vullen. Verzorgen zit hem nu eenmaal in het bloed: die dokterstas heeft hij altijd bij zich, „voor het geval dat”.

Voor zijn werk krijgt hij soms wat betaald, van de huisarts die hem inschakelt bijvoorbeeld. Even vaak doet hij het voor niets. Een andere reden voor zijn zelfverklaarde fanatisme: „Door te werken zorg ik er natuurlijk ook voor dat ik geestelijk valide blijf.”

Kamerling pakt zijn dokterstas op. „Laten we gaan. Mevrouw Vos, neemt u even een slokje van uw thee?”