Recensie

Urban dance is aanstekelijke bewegingslol

Alida Dors maakt in True Colors een statement over social media en egoïsme. Een wat gratuit statement, maar het multidisciplinaire aspect maakt veel goed.

De voorstelling Adrenaline van het Eindhovense breakdance-collectief The Ruggeds. Foto Little Shao

Nieuw is het niet, urban dance in het theater. De dansers van het Franse Black, Blanc, Beur, opgericht in 1984, zijn de Europese godfathers van de theatrale hiphop. Nog steeds ligt Frankrijk in het genre lichtjaren voor op ons land, maar langzamerhand is er ook een Nederlands theatercircuit voor hiphop ontstaan.

Adrenaline van de achtkoppige Eindhovense crew The Ruggeds – al sinds 2005 actief en in 2014 winnaars van het wereldkampioenschap B-boying – lijkt aanvankelijk een rechttoe-rechtaan show te zijn, met een spetterende opening vol virtuoze skills, back- en headspins, windmills, arm- hoofd- en schouderstanden. Maar daarna zet Jonzi D, choreograaf van de Britse Breakin’ Convention, de rem erop, in een scène met een bijna meditatieve sfeer. Die traagheid biedt gelegenheid om het mechaniek van de typische breakdancebewegingen, laag boven de vloer, gedetailleerd te volgen.

Flitsend voetenwerk

In de synchrone groepsdansen vlamt af en toe een solo op, met voetenwerk dat nog flitsender lijkt dankzij de fluoriserende strips op de donkere broeken. Hoe die individuele uitbarstingen tot stand komen, wordt ‘nagespeeld’ in een scène waarin drie dansers nieuwe moves uitproberen.

Tijdens dergelijke nummers, over het dansen zelf, is Adrenaline op zijn sterkst. De meer dramatische scènes zakken vaak in en de overgangen zijn te abrupt. Theatraal valt er dus nog veel te winnen en de excellente skills van deze zeven gasten zouden tegen het einde van de show best iets meer ruimte mogen krijgen. Al is hun bewegingslol nu ook al aanstekelijk.

True Colors van Alida Dors ligt dichter tegen hedendaagse theaterdans aan. Dors, ooit begonnen bij ISH, richt zich al jaren op de ontwikkeling van de theatrale mogelijkheden van hiphop, in combinatie met andere disciplines. Haar vorige choreografie, Built for It, maakte zij bijvoorbeeld met Typhoon.

Ditmaal koos zij voor muziektheatercollectief Silbersee, operazanger Maciej Straburzynski en opnieuw een spoken word artist, Guus van der Steen. Hij schetst een inktzwart beeld van het moderne bestaan: „Een leeggeroofde wenspunt en een mens vol cynisme.” Zoals zoveel choreografen tegenwoordig doen, wijst Dors de social media aan als oorzaak voor het egoïsme in de wereld, met selfies als hét symptoom.

Die verschijnen steeds nadrukkelijker op de projectieschermen: prachtig gestylede portretfoto’s van de vijf dansers, veel gladder, onberispelijker en onbezorgder dan hun alter ego’s van vlees en bloed, die repetitief en machinaal zwoegend door het leven gaan. Voor de smart phone camera presenteren zij solostuntjes, die tegen die achtergrond leeg en wanhopig lijken. De trage melodielijnen van Straburzynski hullen alles in een waas van weemoedigheid.

Een statement dus, zij het gratuit en weinig oorspronkelijk. Het multidisciplinaire aspect maakt gelukkig wel wat goed.