Zelfmedelijden is als een egel langs de autoweg

Naomi Rebekka Boekwijt

Eenzaamheid is de armoede van het Noorden. Hoe die armoede eruit ziet, toont Rebekka Naomi Boekwijt in haar nieuwe roman. Ze weet daarbij haar personages dodelijk, maar fraai te typeren.

Deense semi-vrijgevochten personages vervullen de belangrijkste rol in het leven van Gitta Foto Getty Images/iStockphoto

In Noorwegen zijn ze ‘rijk en stinken ze naar olie, maar ze zijn er ook eenzaam. Eenzaamheid is de armoede van het noorden’, merkt een personage op in Noordwaarts, de nieuwe roman van Naomi Rebekka Boekwijt (1990). Zo’n mededeling staat in schril contrast met de jaarlijkse geluksindex waarop vorig jaar Denemarken als winnaar uit de bus kwam, en waar de Scandinavische landen elk jaar zo’n beetje stuivertje wisselen in wie er nu weer bovenaan staat. Wie Noordwaarts leest, geeft Boekwijt echter gelijk en vergeet de koele cijfers. Het is een en al eenzaamheid daar in het noorden – zelfs ‘huid is er gemaakt van eenzaamheid’ – of in ieder geval in een doorsnee Deens gehucht, waar deze roman zich grotendeels afspeelt.

In Noordwaarts groeit Gitta op in een Hollands dijkhuis met twee ouders met wie ze het niet erg goed kan vinden. Dat is vrij logisch als je een agressieve vader hebt en een moeder die veel weg heeft van ‘een steppe waar niks op groeide’. De vader wordt neergezet in een even fraaie als dodelijke beschrijving: hij heeft niet eens ‘een slecht geweten, hij had slechts een talent voor leedvermaak’. Na haar eindexamen vertrekt Gitta dan ook zo snel mogelijk naar Denemarken waar ze bij familie in een opgeknapte boerderij gaat wonen en een opleiding tot huisschilder gaat volgen. Ze wil niet alleen zichzelf vinden, maar dingen mooi maken in plaats van afbreken, zoals constant gebeurde met haar ego in het ouderlijk huis.

Jonge vrouw vertrekt naar het buitenlandse platteland om los te komen van het juk van haar jeugd. Het zijn vertrouwde ingrediënten: net als in Boekwijts eerdere werk moet het platteland uitzicht bieden op vrijheid. In de roman Hoogvlakte (2014) voltrok die ‘initiatie’ zich in het boerse Zwitserland (dat was op zichzelf een geestig gekozen decor, want bij het vinden van vrijheid zullen weinig mensen aan Zwitserland denken). Deze keer zijn het Deense semi-vrijgevochten personages die de belangrijkste rol vervullen in het op te bouwen leven van Gitta.

Parallel aan de zoektocht van Gitta naar mensen die wél de indruk wekken om haar te geven, loopt het verlangen van de hippe veertigjarige Randi – die in Gitta zowel de dochter terugvindt, die ze nooit kreeg, als een oude liefde van haar voordat ze haar huidige vriend ontmoette. Ondertussen is er de vriend van Randi die veel aandacht aan Gitta besteedt en daarbij aan alle eisen van sterke, zwijgzame ‘man in gehucht’ (of Deen, dat weet ik niet) voldoet: sterke handen, tabaksgeur, wandelende erectie.

Noordwaarts is weliswaar mooi opgebouwd, maar van de plot moet Boekwijt het niet hebben. Meisje verlaat streng ouderlijk huis en zoekt vrijheid, dat is niet opvallend – behalve dan dat zo’n roman anno 2017 nog steeds geschreven wordt. Ook zie je al te vroeg aankomen welke kant het opgaat met het verhaal en zijn de initiatieriten (water, lucht, vuur) zoals je die vaak terugziet in romans over dolende, volwassen wordende personages iets te nadrukkelijk aanwezig.

Boekwijt is een auteur die het moet hebben van rake typeringen. De al aangehaalde beelden van haar ouders getuigen daarvan. Korte scènes en pijnlijke situaties weet ze eveneens schitterend neer te zetten. Zo is er een mooie scène na afloop van een verjaardagsfeest bij de zuster van vader Anton in Denemarken. Het gezin vertrekt, maar Anton heeft iets te lang op zijn kinderen moeten wachten. Uit woede, die er ook is omdat hij van de gasten minder aandacht kreeg dan hij zichzelf had toebedeeld, slaat hij zijn zoon op het achterhoofd en ramt hij met de autoportier een andere auto, waarop hij die prompt ook nog een trap verkoopt. Als de auto wegrijdt vraagt Gitta zich af: ‘Wat bleef er over als iedereen zwom in een zee van ongegrond zelfmedelijden? Zwijgen, kijken, een egel langs een autoweg, de lach van een wildvreemde.’ Ongegrond zelfmedelijden en een egel langs een autoweg: het is een mooie, beeldende combinatie. Misschien krijgen we nog wel eerder een dichtbundel van Boekwijt te lezen dan een stadsroman.