Recensie

Voortreffelijke uitvoering van Mozarts zwanenzang

Dirigent Jan Willem de Vriend vertelt graag verhalen. Bij het Residentieorkest leidde hij een voortreffelijke uitvoering van Mozarts Requiem.

Archieffoto van het Residentie Orkest met Jan Willem de Vriend. Foto Julie Algra

Mozarts Requiem is een van de grote legendes van de klassieke muziek. Zo’n mythisch aura is een kolfje naar de hand van dirigent Jan Willem de Vriend, die graag verhalen vertelt. Bij het Residentieorkest leidde hij een voortreffelijke uitvoering van Mozarts zwanenzang.

Dat succes kwam voor een groot deel op het conto van de zangers. Het jonge Laurens Collegium uit Rotterdam zong virtuoos en met overgave, en was daarbij woordelijk verstaanbaar. Het solistenkwartet bracht de intieme ensembles met veel kamermuzikaal gevoel. De kwartetten in Tuba mirum en het Benedictus vormden daardoor ingetogen hoogtepunten. Sopraan Renate Arends, tenor Marcel Reijans en bas André Morsch waren uitstekend, maar Maria Fiselier maakte de grootste indruk met haar donker glanzende alt.

De Vriends benadering was dynamisch en verzorgd, met een nagenoeg perfecte afstemming tussen zangers en orkest. Bovendien ging de gedrevenheid in de uitvoering nooit ten koste van de beheersing. Het Dies irae daverde, zonder aan transparantie in te boeten: klasse.

Voor de pauze gaf het Residentieorkest een evenzo bevlogen opmaat met Schuberts ‘Tragische’ Vierde symfonie, geschreven toen Mozart een kwarteeuw dood was, maar nog door en door classicistisch. De strijkersklank knarste aanvankelijk wat, maar daar stonden prachtige houtsoli in het Andante tegenover.