Deze drie groepen steunen Wilders

De PVV-stemmer Socioloog Koen Damhuis sprak met PVV-stemmers. In zijn boek laat hij zien dat Wilders populair is bij een zeer diverse groep kiezers.

Foto / Marcel van den Bergh (3-10-2015)

Met de trein reisde politiek socioloog Koen Damhuis (29) het land door voor gesprekken met PVV-stemmers. Hij ging van volkswijk naar villabuurt en vroeg door over school, werk en relaties. Damhuis sprak 165 uur met 64 PVV-stemmers.

Hij begon met vrijwilligers van de partij, met wie hij in contact kwam met hulp van PVV-Statenfracties in Utrecht en Groningen. Damhuis’ boek over de ontmoetingen, Wegen naar Wilders, verschijnt dinsdag.

Damhuis wilde de kiezers van de grootste partij in de peilingen leren kennen. En hij wilde ze vergelijken met aanhangers van het Front National. De Franse rechtse anti-establishmentpartij van Marine Le Pen gaat net als de PVV op kop in de peilingen.

Meer en meer kiezers zeggen dat ze liever een frisse wind laten waaien dan weer te vertrouwen op partijen die hen in de steek lieten

Damhuis, die werkt aan een proefschrift, neemt nu in Frankrijk diepte-interviews af bij aanhangers van het Front National. De vele overeenkomsten laten volgens hem zien dat de politiek in Europa op een kantelpunt staat: „Meer en meer kiezers zeggen dat ze liever een frisse wind laten waaien dan weer te vertrouwen op partijen die hen in de steek lieten.”

De verhalen

In een Amsterdams café klinkt Damhuis nog altijd verbaasd over de verscheidenheid aan woningen en achtergronden die hij tegenkwam. Alle interviews met PVV’ers zijn anoniem, vooral omdat mensen niet wilden uitkomen voor hun politieke voorkeur. Hij sprak met een bejaarde Amsterdamse – ze noemt zich een „vluchteling” – die na tientallen jaren uit Amsterdam vertrok na ruzies met „Marokkaanse jeugd”. Nieuwkomers krijgen huizen van de overheid, zij kreeg nooit iets, vertelde ze. Wel gingen er eieren tegen haar ramen, „vijftig van die gasten voor de deur” toen ze er iets van zei.

Een 30-jarige cafébaas in het oosten van het land vertelde dat hij zeventig, tachtig uur per week werkt. Hij moet veel belasting betalen. En dan ziet hij op het nieuws dat Nederlandse politici miljarden uittrekken om Griekse schulden af te lossen. Hij zegt: „Wat brengt ons dat? Kappen met al dat geld naar het buitenland! Ik bedoel, als je bekijkt wat ik allemaal aan die staat geef, daar word je bang van.”

In een groot huis met een flinke lap grond bezocht de socioloog een welvarende, hoogopgeleide, homoseksuele man met een eigen adviesbureau. De PVV is zijn partij. Vooral vanwege het islamstandpunt, omdat hij vindt dat veel moslims „onze leefstijl” afwijzen. Hoezeer hij ook zou willen dat moslims „zoals de Joodse gemeenschap niet meer weg te denken zijn uit Nederland.”

Wat vrijwel al Wilders’ kiezers bindt is hun opvatting dat gevestigde partijen zich inzetten voor de verkeerde groepen

Damhuis ontleedt drie ‘hoofdwegen’ naar Wilders. De groep op de eerste heeft doorgaans weinig diploma’s en een laag inkomen, stemde vroeger vaak links. Dit zijn mensen die Damhuis vertelden dat ze hebben verloren in de maatschappij of daar bang voor zijn: „Zij hebben vaak het idee dat ze te weinig krijgen in het leven, en zien immigranten als een bedreiging voor hun eigen welvaart.” Deze groep is ook dominant in kiezersonderzoek naar PVV-aanhangers.

De tweede groep die de socioloog zag, bestaat uit harde werkers en ondernemers: selfmade mensen. Ze vinden dat ze te veel geven. Damhuis: „Zij hebben het vaak over ‘hun zuurverdiende belastingcenten’ en over ‘gelukszoekers’ die hier komen leven op hun kosten.”

En dan zijn er nog , zoals Damhuis ze noemt, „ideologen”: mensen van goede komaf die het op een abstract-ideologische manier eens zijn met Wilders. „Zij lijken het meest op Wilders zelf”, zag Damhuis.

Verkeerde groepen

Wat vrijwel al Wilders’ kiezers bindt, aldus Damhuis, is hun opvatting dat gevestigde partijen en de overheid zich inzetten voor de verkeerde groepen. „Niet voor de Nederlander, maar voor buitenlanders. Vluchtelingen, steun voor de Grieken, migranten met een moslimachtergrond, Poolse arbeiders die hier werken. Ze zien liever dat het geld dat voor hen wordt uitgetrokken, naar Nederlandse problemen gaat.”

De ervaringen die Damhuis optekent, komen deels overeen met die uit Achter de PVV van Chris Aalberts (2012), gebaseerd op interviews met bijna 90 PVV-aanhangers. Ook toen vonden de meesten dat „buitenlanders” zich „moeten aanpassen”. En ook in dat boek bleek het vertrouwen in de gevestigde politiek zeer broos.

Damhuis gaat een stap verder. Uit zijn onderzoeken haalt hij overeenkomstige bevindingen: in Frankrijk vond hij kiezersgroepen met precies dezelfde kenmerken als bij de PVV-aanhang. Rechts-nationalistische partijen „brengen de gevestigde orde aan het wankelen”, meent hij. „Deze partijen binden, anders dan de gevestigde partijen, een veel gevarieerdere achterban, met zowel voormalig linkse als voormalig rechtse kiezers. Als geen ander verkondigen Wilders en Le Pen een discours waarin het nationale tegenover het buitenland en de buitenlanders wordt geplaatst. Hun basis is de strijd tussen de Nederlander en de buitenlander.Eigenlijk wat vroeger de klassieke strijd tussen arm en rijk was.”

Dat Wilders veel verschillende groepen wil aanspreken, zie je terug in zijn verkiezingsprogramma: Huren omlaag voor arme mensen. Motorrijtuigenbelasting omlaag voor de ondernemers. Nederland de-islamiseren voor mensen die bang zijn dat de islam te veel invloed krijgt.

Moeilijk te realiseren

Dat heeft volgens Damhuis een keerzijde. „Het is voor ieder wat Wilders. Een begrijpelijk, maar moeilijk te realiseren programma. Wilders legt ook niet uit hoe hij het wil bereiken. Immers, als Wilders ooit een coalitie moet vormen – waar je in Nederland nauwelijks omheen kunt – zal dat waarschijnlijk over rechts moeten. Zijn linkse beloften komen daarbij al snel in de knel, waardoor hij het risico loopt een groot deel van zijn achterban teleur te stellen.”

Wanneer hij moet regeren, zegt Damhuis, is Wilders geen buitenstaander meer. „Dat is cruciaal. Het stelt hem namelijk in staat zich te profileren als een radicaal alternatief. Bovendien is hij dankzij die positie geen onderdeel van de problemen die hij, ook namens een groot deel van de bevolking, aankaart: hij kan met schoon blazoen schuldigen aanwijzen voor alles wat misgaat in Nederland.”