Tom Louwerse: politiek scheidsrechter tegen wil en dank

RTL-debat

Op basis van zijn Peilingwijzer werd bepaald wie aan het RTL-debat zou meedoen. Toen haakte de PVV af, en de VVD.

Geert Wilders, Emile Roemer, Mark Rutte en Diederik Samsom zijn in de Rode Hoed met elkaar in gesprek in afwachting van het premiersdebat in 2012. Foto Robin Utrecht/ANP

De machtigste man in Den Haag is dezer dagen géén politicus. Wel een rustige, bescheiden wetenschapper uit Leiden: Tom Louwerse.

Tom Louwerse. Foto NRC

Indirect gaat door hem eind deze maand het zogenoemde ‘premiersdebat’ van RTL niet door. Want op basis van zijn Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van zes peilingen, werd zondag bepaald welke partijen er zouden meedoen. Bij vorige verkiezingen werden tijdens het RTL-debat reputaties gemaakt en gebroken.

Het had een debat tussen de top-4 moeten worden. Alleen liet de Peilingwijzer zien dat tussen de nummers drie tot vijf (CDA, GroenLinks, D66) de verschillen erg klein zijn. Zo klein dat RTL zondag liet weten dat er niet vier, maar vijf partijen aan het debat zouden mee doen. Waarop de nummers één en twee, Geert Wilders (PVV) en Mark Rutte (VVD), zich terugtrokken. RTL, menen zij, houdt zich niet aan de afspraak. Waarop RTL het hele debat maar schrapte.

Louwerse had altijd liever gezien dat RTL een redactionele keuze had gemaakt over wie er mee zal doen aan het debat, dan dat die beslissing werd opgehangen aan de Peilingwijzer. Tegen wil en dank was de rol van scheidsrechter nu aan hem toebedeeld.

Hij zegt: „Er zijn allerlei manieren om een debat op te zetten. Waarom bijvoorbeeld niet eerst een debat met een brede groep? Of linkse partijen onderling?” Om zelf het antwoord te geven: „Het zal wel minder spetterend vuurwerk opleveren.”

Verwijten

Louwerse zegt: „Ik snap het wel: welke beslissing je ook maakt, je zult altijd verwijten krijgen van partijen die niet mee mogen doen.” Maar de Peilingwijzer is er om trends in de kiezersgunst weer te geven. „Het is niets anders dan informatie over hoe het politieke landschap erbij ligt”.

Hij probeert op basis van alle beschikbare, regelmatig uitgevoerde en serieuze zetelpeilingen – op dit moment van zes bureaus – een zo goed mogelijk gemiddelde te maken. Daarbij houdt hij onder meer rekening met het huiseffect: sommige opiniepeilers zien consequent meer steun bij een bepaalde partij dan anderen.

De Peilingwijzer is „een uit de hand gelopen hobby”, vertelt hij. Louwerse is eigenlijk universitair docent aan de Universiteit Leiden. Wetenschapper, met als specialisatie parlementair gedrag. Hij kijkt naar wat partijen en individuen doen in de Tweede Kamer, waardoor ze worden gedreven.

Zo’n tien jaar geleden las hij in een tijdschrift over de Australische hoogleraar politicologie Simon Jackman. Die had voor de Australische verkiezingen een methode ontworpen om de uitkomsten van peilingen te middelen. „Ik dacht ‘zou dit ook voor Nederland werken’? Voor een stelsel met meer dan twee partijen?”

De Peilingwijzer werd in 2012 voor het eerst door de NOS gebruikt. Inmiddels, nadat bij meer journalisten het besef doordrong dat peilingen feilbaar zijn, gebruiken bijna alle media hem.

„Terecht heeft de Peilingwijzer als instrument status en gezag gekregen”, vindt Joop van Holsteyn, collega van Louwerse aan de Universiteit Leiden. „Het geeft een solide beeld van de zetelpeilingen.”

Ongelukkig

Maar, zegt ook Van Holsteyn: „Daar houdt het op. De Peilingwijzer wijst niet aan wie wel en niet aan een debat mogen meedoen. De welwillende interpretatie van wat er gebeurt, is dat journalisten niet snappen wat de Peilingwijzer is. De andere dat ze zich erachter verschuilen zodat ze geen keuzes hoeven te maken.” Hij snapt dat Louwerse „daar ongelukkig mee is”.

De opiniepeilers zijn onderwijl ook niet allemaal even blij met het feit dat media steeds vaker alleen de Peilingwijzer hanteren. „In principe is het goed dat een onafhankelijke organisatie een verantwoord gemiddelde berekent”, zegt Marianne Bank van Ipsos. „De andere kant van de medaille is dat het resultaat van de Peilingwijzer het nieuws haalt.”

En dus nauwelijks de zes peilers die de data aanleveren. Louwerse noemt alle bureaus wel en verwijst expliciet naar hen voor de onderbouwing. Dat wordt niet altijd overgenomen.

Bank zegt: „Het is geen geheim dat alle organisaties de zetelpeilingen op eigen kosten doen. We zien het als investering: het is voor je naamsbekendheid en reputatie belangrijk.”

Over de inhoud is ze ook kritisch: „Het is natuurlijk een bepaald model, een bepaalde manier van rekenen. Sommige peilingen zijn ook frequenter dan andere. Om een voorbeeld te noemen: deze week hebben wij geen meting gedaan. De Peilingwijzer die nu door RTL gebruikt gaat worden, bevat onze data van 2 februari.”

Tim de Beer van Kantar Public (voorheen TNS Nipo) heeft minder problemen met de Peilingwijzer, maar ook hij zegt: „De Peilingwijzer heeft niet altijd gelijk. Als er één uitschieter is en vier gelijke peilingen, weet je niet wie er gelijk heeft. Als jouw peiling afwijkt, wil dat niet zeggen dat je fout zit.”

Louwerse begrijpt de kritiek: „Ik snap dat zij hun peiling op de voorpagina willen hebben. Maar vanuit de consument gezien: er zijn zes peilingen; de Peilingwijzer laat zien welke trends eruit zijn te halen.”