Recensie

Sallie Harmsen is krachtige Jeanne

Recensie Jeanne d’Arc

De gestalte van Sallie Harmsen in de titelrol is aanvankelijk fragiel. Maar ze groeit op indrukwekkende wijze uit tot de stralende heldin die vijandelijke legers verslaat.

Actrice Sallie Harmsen (midden), als Jeanne d’Arc, de Maagd van Orléans, die Frankrijk wil bevrijden van de Engelse legermacht. Foto Kurt van der Elst

Een Mariabeeld in stralend wit en hemels blauw draait te voorschijn, stemmen weerklinken, een eikenboom vat vlam: Jeanne d’Arc, de Maagd van Orléans, hoort een goddelijk stem die haar aanspoort Frankrijk te bevrijden van de Engelse legerovermacht. Dit is het majestueuze openingsbeeld van Jeanne d’Arc (1801) van Friedrich Schiller door het Nationale Toneel uit Den Haag.

Onmiskenbaar groots is de aanpak van Boermans en decorontwerper Bernhard Hammer. Een lijst als van een schilderij omvat het toneelbeeld. De toeschouwers kijken erdoor naar een geabstraheerde historische wereld. Jaar van handeling is 1430. In dit decor met schuivende panelen oogt de gestalte van Sallie Harmsen in de titelrol aanvankelijk fragiel. Maar gaandeweg de voorstelling neemt haar persoonlijkheid bezit van het toneel en groeit ze op indrukwekkende wijze uit tot de stralende heldin die vijandelijke legers verslaat. Haar symbool is het witte vaandel met de beeltenis van Maria erop.

Onvermijdelijk statische legerofficieren

De veldslagen tussen de Engelsen en Fransen toont de regie met beelden uit elke denkbare oorlog, vroeger en nu. Dreunend wapengekletter, de schouwburg trilt ervan. Het is indringend. Maar helaas zijn de scènes die zich afspelen tussen de legerofficieren en hertogen onvermijdelijk statisch: daar staan ze dan, de bedaagde mannen in het zwart met hun zwaarden. In theatraal opzicht is het eendimensionaal. Een uitzondering moet gemaakt worden voor Vincent Linthorst als dauphin, de latere koning van Frankrijk: hij weet, gekleed in lange zijden mantel, perfect de ontgoochelde vorst te spelen met bangelijke trekken.

De toneelpersonages van Schiller zijn soms wat hol, of schetsmatig; op conventionele wijze retorisch. Het geluk en de pracht van deze voorstelling liggen slechts bij enkele individuele spelers, behalve Linthorst ook Joris Smit als de Engelse aanvoerder Lionel. Jeanne ontmoet hem in de strijd maar kan hem niet doden: ze voelt verliefdheid. Hiermee raken we aan de diepere dramatische kern van het stuk: Jeanne heeft zichzelf het verbod opgelegd menselijke emoties toe te staan. Ze is martelares van God, een uitverkorene. Al roept de geliefde van Charles (Tamar van den Dop) haar ijzig hard toe „dat ze als een vrouw moet zijn met gevoelens”, dan nog geeft Jeanne geen krimp.

Ze is God en Frankrijk toegewijd. In laatste scènes komen het meesterschap van Schiller en Boermans uiteindelijk samen: is Jeanne godsdienstwaanzinig, een heilige, engel of duivelin? Sallie Harmsen speelt volmaakt en met ongekende kracht Jeannes innerlijke verscheurdheid. Met het kortgeknipte haar en de jongensachtige kleding weigert ze elke verwijzing naar haar vrouwelijkheid.

Harmsen maakt van Schillers eenzame Jeanne een rijk geschakeerde rol. Dat in één personage zoveel tragiek kan schuilen en zoveel perspectieven liggen verborgen, van historische tot hedendaagse, mag een klein toneelwonder heten.