Recensie

Ouderwetse Jordanese gezelligheid in Paradiso

In Amsterdam geeft men om elkaar en een pikketanussie gaat er altijd in. Bij ‘Parels van de Jordaan’ was het ouderwets gezellig.

Het levenslied uit de Amsterdamse Jordaan verdient een hip nieuw aura, vindt muzieklabel Top Notch dat een serie albums uitbrengt met Johnny Jordaan, Willy Alberti en Tante Leen als boegbeelden. Op het Noorderslagfestival ging gejubel op over Parels van de Jordaan, waarbij Willeke Alberti het publiek tot tranen toe roerde met oude krakers als Geef Mij Maar Amsterdam en De Glimlach van een Kind.

Die ouderwetse gezelligheid liet zich gemakkelijk naar Paradiso verplaatsen, hemelsbreed geen twee kilometer van Café Nol waar de schoonheid van het Jordanese lied nog elke avond wordt beleden. In Amsterdam geeft men om elkaar en een pikketanussie gaat er altijd in. Deze en andere levenswijsheden werden enthousiast bezongen door Het Zwanenkoor en hun gasten, van Dries Roelvink die vocaal flink uit de bocht vloog tot Lucky Fonz III die bijna niks hoefde te doen, omdat Bij ons in de Jordaan al bij het accordeonintro door het publiek werd opgepikt.

Roxeanne Hazes bewees dat ze vader André’s zangtalent heeft geërfd en Mieke Stemerdink gaf swing aan Ach vaderlief. Wende Snijders hoefde geen vet accent op te zetten voor haar intense vertolking van Amsterdam Huilt, misschien wel het enige Jordanese lied dat net iets dieper ging dan al het gezellige holladiejee van een middag waar Willeke Alberti de onbetwiste koningin was.