Het olympisch ijs is nu al van ‘Oranje’

WK afstanden

De Nederlandse schaatsers waren bij de WK afstanden op het olympische ijs van Gangneung superieur, met acht keer goud. Ouderwets.

Kjeld Nuis won zaterdag eindelijk op de 1.000 meter zijn eerste wereldtitel en toen zondag maar meteen zijn tweede. "Mijn beste 1.500 ooit." Foto Jerry Lampen/ANP

Sven Kramer die de kleedkamer ‘verbouwt’ en iedereen om de nek springt na de glansrijk gewonnen thriller met Jorrit Bergsma op de tien kilometer. De oerkreet na de 500 meter van Jan Smeekens, die afrekende met zijn ‘Sotsji-trauma’ en nu wel echt eerste werd. Of Kjeld Nuis, die eindelijk zijn belofte inloste en maar meteen twee wereldtitels pakte. Ireen Wüst won ‘gewoon’ twee keer goud en één zilver. De olympische Gangneung Oval is nu al van ‘Oranje’.

Technisch directeur Arie Koops van schaatsbond KNSB kondigde zondag maar alvast aan dat de Nederlandse ploeg volgend jaar bij de Winterspelen windmeters langs de Zuid-Koreaanse ijsbaan zal plaatsten, om niet verrast te worden door eventuele onregelmatigheden met het veelbesproken ventilatiesysteem. „Expertise van de TU Delft.” Niets wordt overgelaten aan het toeval in het grootste schaatsland van de wereld.

Jan Dijkema, sinds juni voorzitter van de internationale schaatsunie ISU, sprak zaterdag in een interview met NRC nog zijn grote zorg uit. Als Nederlander genoot hij in 2014 van de ongekende succesreeks in Sotsji, „maar zo’n dominantie is killing voor het schaatsen”. Dit weekeinde wonnen de Nederlandse schaatsers bij de WK afstanden, officieel testevent voor de Winterspelen van 2018, in totaal acht gouden medailles. De rest van de wereld zes. De hoeveelheid goud was precies even groot als in Sotsji, alleen qua zilver en brons was het minder: toen respectievelijk zeven en acht, nu drie en vier. Maar nooit eerder in zeventien edities van de WK afstanden waren er zoveel gouden plakken.

Lees ook het interview met Jan Dijkema: Dominantie Nederland in Sotsji was ‘killing’

Unieke prestatie

Uniek was de prestatie van Lotto-Jumbo, de sterrenploeg van coach Jac Orie, die bij de mannen alle klassieke onderdelen won: Smeekens (500 meter), Nuis (1.000, 1.500 meter) en Kramer (vijf en tien kilometer). Douwe de Vries blonk uit in de gouden ploegachtervolging en Alexis Contin, de Fransman in de ploeg, pakte zilver op de massastart. „Hier durf je van tevoren niet aan te denken”, sprak Orie.

„Je weet dat die gasten capaciteiten hebben. Maar dat het er dan allemaal zo uitkomt, in één weekend, is ongelofelijk.”

Een jaar voor de Spelen is geen geheim meer wie straks de favorietenrol heeft. Orie loopt er niet voor weg. „De blauwdruk voor volgend jaar staat, voor tachtig procent.” Valt er dan nog iets te verbeteren? „Je houdt altijd ruimte, per definitie kan het altijd beter.” Volgens de Haagse coach is het succes te verklaren door de hoge kwaliteit van zijn begeleidingsteam, de stabiliteit van de sponsoren en de gegroeide onderlinge band tussen de schaatsers. „Hoe ze omgaan met elkaar, hoe ze elkaar helpen om beter te worden.”

Natuurlijk genoot hij van de definitieve doorbraak van Nuis (27), ooit het grote talent met de witte schaatsen en roze veters toen hij in 2009 overkwam van Jong Oranje. Eindelijk won hij zaterdag op de 1.000 meter zijn eerste wereldtitel en toen zondag maar meteen zijn tweede, na een magistraal gevecht met de Rus Denis Joeskov (1.44,36 om 1.44,73). „Mijn beste 1.500 ooit”, sprak Nuis.

Op de tribune zag NOS-analyticus Erben Wennemars overeenkomsten met 2003, toen hij zelf als laatste Nederlander de dubbel 1.000-1.500 pakte. Beiden heel druk en bezig met van alles om het schaatsen heen. Tot het moment van bezinning, op hun 27ste. „Nu kanaliseert Kjeld alles. Hij heeft het vaderschap en het schaatsen. Verder niets.“

Nieuw boegbeeld

De Spelen van volgend jaar? „Laat maar komen”, riep Nuis. In Zuid-Korea krijgt hij de kans uit te groeien tot nieuw boegbeeld van het Nederlandse schaatsen. Al zullen ook Kramer en Wüst, al sinds 2006 aan de wereldtop, er nog staan. Kramer was ouderwets dominant op de lange afstanden en pakte nog brons op de 1.500 meter. „Het allerbelangrijkste is dat ik deze week, deze drie of vier dagen, beter ben dan ooit”, concludeerde hij. „Ik ben op mijn best, precies op het juiste moment.”

Ook Wüst nadert met haar vierde Winterspelen in zicht weer de vorm van haar beste dagen. Ze was „voor negentig procent” tevreden, had alleen ook graag goud in plaats van zilver gehad op de 1.500 meter. „Volgend jaar revanche.”

Technisch directeur Koops waarschuwde in Gangneung voor buitenlandse concurrentie. „Het veld is breder dan in Sotsji.” Maar de gevreesde Russen vielen juist terug. „Dat gedoe over meldonium en doping hebben ons veel gekost aan emoties en energie”, verklaarde coach Kosta Poltavets. Bij de vrouwen wonnen vertrouwde gezichten: de Japanse Nao Kodaira (500 meter), de Amerikaanse Heather Bergsma (1.000 en 1.500 meter) en de Tsjechische Martina Sablikova (vijf kilometer, voor de negende keer op rij).

Nieuwe toppers? Drie voormalige skeeleraars uit Nieuw-Zeeland verrasten bijna het grote Nederland op de ploegachtervolging. Kopman Peter Michael won brons op de vijf kilometer. „Ik ben op een endless journey on ice”, sprak hij in Gangneung. „Natuurlijk is het mogelijk om Sven Kramer te verslaan. Alles is mogelijk, er zijn geen limieten.” Wordt het misschien toch nog spannend, volgend jaar.