Het herbeleven van de Potter-magie

Potter-expositie

Na Brussel is Utrecht de nieuwe halte van Harry Potter: The Exhibition. Er zijn delen van sets nagebouwd en er liggen rekwisieten in vitrines. Het is Potter op zijn commercieelst. Wel „heel gaaf”, vinden bezoekers.

Bezoekers op de Potter-tentoonstelling in Utrecht zijn (zichzelf) voortdurend aan het fotograferen. Foto JEROEN JUMELET/ANP

Ze zijn deze zaterdagochtend om half zes opgestaan. Maar ze vinden het „echt superleuk”, vertellen Anne Plomp (24) en Anne van Ruitenbeek (25) uit Wageningen even na half elf, om tot de eerste Nederlanders te behoren die de Harry Potter-tentoonstelling in Utrecht bezoeken.

In de trein die om 14 minuten over 8 aankomt op het station van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn zal het op een zaterdagochtend niet eerder zó druk geweest zijn. Zeker tweehonderd tieners en twintigers schuifelden door de sneeuw naar de bioscoop CineMec, waar om 9.00 uur Harry Potter: The Exhibition werd geopend. James en Oliver Phelps, acteurs uit de Harry Potter-films, waren ervoor ingevlogen. Geen hoofdrolspelers, maar de vertolkers van Fred en George, de tweelingbroers van Harry’s vriend Ron.

Voor de vele toegestroomde fans, bijna uitsluitend meisjes, was dat ruimschoots opwindend genoeg. Femke van de Ven (22) en Kris Merks (15) glunderen dat zij „het geluk hebben gehad” om met de twee filmsterren op de foto te zijn gegaan. Daarvoor waren ze gekomen – met hun kaartje kunnen ze „pas vanavond” naar de tentoonstelling, vertelt Van de Ven. „Maar ik ben in Brussel al geweest.”

Na Brussel is Utrecht de nieuwe halte van Harry Potter: The Exhibition, die sinds 2009 over de wereld toert en al ruim 4 miljoen bezoekers trok. De expositie, in een barak naast de bioscoop, houdt het midden tussen een kermisspookhuis, een kledingtentoonstelling en een museum. In de duistere zaaltjes zijn delen van de Harry Potter-filmsets nagebouwd, paspoppen dragen tovenaarskostuums en in vitrines liggen rekwisieten.

„Heel gaaf”, vindt Fleur Knuttel (14) het, „dat je naast de kleren kunt staan die ze echt aan hebben gehad in de films.” Ze kwam voor de expositie met haar moeder Marieke Loos (49) uit Zoeterwoude. „Een bezoek aan de filmstudio’s in Engeland stond ook al op ons lijstje”, vertelt zij. „Nu is wel duidelijk dat we daar ook echt heen moeten.”

Het draait hier geheel om het herbeleven van de Potter-magie. Gewaden en casual spijkerbroeken die de acteurs in de films droegen, tellen hier als de authentieke kledingstukken van de personages. De rekwisieten, ogenschijnlijk met veel zorg gemaakt, zijn de ‘echte’, unieke exemplaren. Tenminste, zegt de twijfelende Fleur Knuttel: „Volgens de audiotour zijn er van de Sluipwegwijzer wel dertig gemaakt.”

Een demystificerend kijkje achter de schermen is het niet, daar is The Exhibition te gelikt voor, met de pompeuze filmmuziek die uit speakers komt. Dat een suppoost verzocht om van een drakenkop „geen foto’s met flits te maken”, zal niet geweest zijn omdat het materiaal zo kwetsbaar is, maar eerder om die illusie te creëren, of om de magie van de duisternis te bewaren.

Ondertussen is foto’s maken wel wat de bezoekers constant doen – van elkaar, van zichzelf. Zeker de helft van de bezoekers kwam al uitgedost in Zweinstein-sjaals en -dassen. Een fors ander deel koopt die bij de souvenirwinkel aan het einde. Want de expositie is ook Potter op z’n commercieelst: een toverstok kost 40 euro. Ook daar telt de illusie van echtheid: de stok is volgens het bordje „niet bedoeld als speelgoed”.