Gelieve de trollen niet te voederen

Internettrollen

De internettrol kent vele gedaanten, maar is er altijd op uit om verwarring te zaaien. Het onlinespookje wordt steeds agressiever.

Toen het internet nog nieuw en gezellig was, begonnen daar groepjes over gedeelde interesses te praten. Van politiek en film tot ufo’s en seks. Dertig jaar later zijn er talloze varianten op het online forum. En natuurlijk de Facebook-groep en tweets met hetzelfde #woord.

Maar in zulke discussies praat vanouds een wezentje mee, dat vele gedaanten kent, maar er steeds op uit is verwarring te zaaien: de trol.

Dit weekeinde haalden trollen opnieuw het nieuws, toen bekend werd dat de politieke partij Denk ze inzet. Via Facebook- en Twitter-accounts onder gefingeerde namen dient de partij critici van repliek en probeert ze de publieke opinie te beïnvloeden.

De Denk-variant – het spookaccount – is al decennia oud. Maar het gebruik ervan voor politieke doeleinden is vrij recent. Al bestaat de kring rond Tunuhan Kuzu en Selçuk Öztürk uit amateurs vergeleken bij de ‘trollenlegers’ die Rusland inzet.

Vissen en plagen

In de onlinetrol komen twee betekenissen van vóór het internet samen. Ten eerste die van de Noorse reuzenkabouter: een lelijk, traag wezen dat met stenen gooit (maar zelf versteent in het zonlicht). En ten tweede het Engelse ‘to troll’: lijnen met lokaas door het water slepen om vis te vangen, zoals tonijn.

Amerikaanse gevechtspiloten die in Vietnam vijandelijke jagers probeerden weg te lokken van de eigen bommenwerpers, noemden dat ‘trolling for MiGs’. Van daaruit lijkt de uitdrukking de overstap naar internet gemaakt te hebben: ‘trolling for newbies’ was het plagen van nieuwkomers in een discussiegroep, een vorm van ontgroenen, met een nepbericht om een reactie uit te lokken, waarmee de nieuweling zich te kijk zette.

Later kon iedereen die de ‘netiquette’, de beleefdheidsregels van internet schond, zo genoemd worden. Sommige types herken je uit de verte: de betweter die, al dan niet onder schuilnaam, wijst op taalfouten (‘Why don’t you know the difference between there, their, and they’re?’). En de hoofdletterschreeuwers: ‘LOL’ of ‘WTF!’

Hoe werkten de trollen van Denk? Bekijk onze animatie

Het zijn relatief onschuldige stoorzenders. De mensen die onaardige berichten online zetten, zijn bovendien gering in aantal. Maar kwalijke trekjes hebben ze vaak wel, was de conclusie van een geruchtmakend Canadees onderzoek uit 2014. Trollen hebben vaker de neiging te manipuleren, narcisme, gebrek aan empathie, en plezier in het lijden van anderen. Internetstalkers en zogeheten ‘RIP trollers’ – bekladders van herdenkingssites voor overledenen – vallen in deze categorie.

Lang was trollen het werk van een individu. Dat geldt trouwens ook voor de trollen van Denk; de tientallen nepaccounts werden ‘met de hand’ bediend. Niets nieuws: ‘sock puppets’ – naar de handpop, gemaakt van een sok – zijn er al decennia.

Reclame

Maar het gebruik van meervoudige nepaccounts is vrij nieuw, zegt Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie in Groningen. Hij traceert het begin naar de reclame, rond 2010. „Zogenaamde sportfans die filmpjes over motorcross online zetten om aandacht te genereren voor een evenement.”

De Denk-mensen hebben op dit vlak overigens nog een slag te maken. Het stelen van foto’s of het kiezen van de niet-bestaande achternaam ‘Van Denen’ was dom. Ten tweede is het effectiever (en minder werk) als één ‘poppenspeler’ automatisch meerdere ‘poppen’ aanstuurt. Ten derde valt op dat Denk vooral reactief is. Ze probeert ingenomen standpunten bij te sturen. Die methode – spin – kan effectief zijn. Zie de blogger die in januari 2016 een artikel afzwakte na kritiek van Denk-trollen.

Maar zeker is dat trollen effectiever zijn als ze zelf het initiatief hebben. Het trollen, massaal en agressief, voor het bereiken van politieke doelen, is een vorm van information war. Het vestigen van de ‘eigen waarheid’ is geen hoofddoel; het is genoeg als het trollen lukt de geloofwaardigheid van de tegenpartij te ondermijnen.

Rusland, waar het trollen deel uitmaakt van de officiële doctrine rond ‘hybride’ oorlogvoering, lijkt sinds de oorlog in Oekraïne marktleider.

Ook de Russische operaties voor de Amerikaane presidentsverkiezingen krijgen steeds meer contouren. Een fascinerend onderzoek, gepubliceerd op de Britse website Heat Street, geleid door de libertaire politica Louise Mensch, toont hoe Rusland erin slaagde een twitter-onderwerp ‘trending’ te maken.

Een groep trolls, deels geautomatiseerd, met echt ogende namen van doodgewone Amerikanen (‘Mom For Trump’), pompt Twitter vol nepberichten met een hashtag, bijvoorbeeld #TrumpWon (na een debat). Zodra een echte Amerikaan met veel volgers zo’n bericht retweette, wisten de trollen zichzelf.

Technische oplossingen

Tegen individuele trollen is goed op te treden. Juridisch bij cyberstalking, bijvoorbeeld. En wie zich door één trol gehinderd voelt, kan deze simpelweg blokkeren. Maar tegen anonieme groepen trollen, laat staan op de ‘industriële’ schaal die Rusland toepast, „kun je als particulier zeer weinig doen”, zegt Postmes. De hoop is ook dat Facebook en Twitter technische oplossingen bedenken.

In 1980 luidde het adagium in discussiegroepen: ‘Don’t feed the trolls’; niet op reageren. De huidige manier om de trollen niet te voederen zou betekenen: offline gaan.