Recensie

Fijne verwarring op surrealistische expo in Boijmans

Gek van surrealisme

In Museum Boijmans opende vrijdagnacht een expositie over surrealisme. Met prachtige schilderijen van Dalí, Magritte en vele anderen. Plus een boeiend inzicht in vier van de belangrijkste verzamelaars van surrealistische kunst.

Het is meer dan een expositie over surrealisme. Gek van Surrealisme vertelt ook het verhaal van verzamelaars die sinds de jaren dertig door de stroming zijn gegrepen. Zoals de Brit die een van de eersten was die Dalí, Magritte en Miró – toen nog weinig bekende jonge schilders– aan zijn muren hing. Edward James had zelfs een Dalí om op te zitten: de lipvormige Mae West Lips Sofa. Naast die bank stonden zijn beide Dalí-schemerlampen: stapels van 10 bronzen champagnecoupes met bovenop een klassieke lampenkap. De as van zijn sigaret tikte James af op een randje dat hij zelf aan één van de coupes had bevestigd.

Lees ook de reportage van de bijzondere openingsnacht van de expositie: ‘In het museum wemelde het op deze bijzondere avond van de wandelende Magritte- en Dalí-hommages’

In elk van de vier aan een verzamelaar gewijde zalen hangen door hen gekochte schilderijen aan de wand. Er staan vitrines met foto’s, boeken, brieven en zelfs aankooplijsten die de persoonlijkheid van de vier knap tot leven wekken.

De tentoonstelling Gek van Surrealisme, die vrijdagnacht opende in Boijmans, is gemaakt samen met The National Galleries of Scotland en de Hamburger Kunsthalle, waar de expositie eerder te zien was.

In de zaal over Edward James hangt natuurlijk ook Boijmans’ eigen La reproduction interdite (‘Verboden af te beelden’), het portret dat Magritte in 1937 van de verzamelaar schilderde. James, op de rug gezien, staat voor een spiegel waarin niet zijn gezicht maar - verrassend - zijn rug weerspiegelt. Op een plank voor de spiegel ligt een Franse vertaling van Edgar Allan Poe’s De fantastische reis van Arthur Gordon Pym. Volgens mij Magrittes mooiste schilderij.

Tekst gaat verder onder video

Naast het portret hangt toevallig Le modèle rouge III, het schilderij dat ik tot nu Magrittes lelijkste vond: schoenen die voeten zijn - of omgekeerd - voor een planken schutting. Pas nu ik op Gek van Surrealisme leer dat de voeten/schoenen het linker deel zijn van een drieluik dat Magritte in 1937 voor James schilderde, begrijp ik hoe goed het is in samenhang. Rechts hangt La Jeunesse illustrée, een landweg met een bizarre optocht onder een blauwe wolkenhemel. Voorop loopt een marmeren vrouwentorso, gevolgd door een leeuw, een biljart, een tuba, enzovoort tot het weggetje aan de horizon verdwijnt.

Het middendeel, Au seuil de la liberté (‘Op de drempel van de vrijheid’, hier in een kleinere versie uit 1930), legt de verbindingen. Het stelt een kanon voor in een kamer van acht, elk met een ander motief beschilderde wandpanelen, waaronder de wolkenhemel van de optocht en de planken van het paar schoenen. Wat het betekent is wat je ziet + wat je denkt, zonder dat je het ooit echt begrijpt en die heerlijke verwarring is wat het surrealisme zo aantrekkelijk maakt en tot meer dan de kunsthistorische stroming die in de jaren twintig in Parijs ontstond. Ook in onze tijd is die houding zichtbaar in het werk van veel kunstenaars, werk van een aantal daarvan is te zien op kleine satellietexposities in Boijmans.

Druipers

Boijmans wijdt ook zalen aan drie andere grote verzamelaars. Gabrielle Keiller bracht vanuit Schotland vanaf de jaren zeventig een enorme collectie surrealisme bijeen met vooral documenten en kleine werken, waarvan Marcel Duchamps leren koffertje met zijn verzameld werk in miniatuurvorm, het waanzinnige hoogtepunt is. Ze verzamelde voor zichzelf en later voor de National Gallery.

Tekst gaat verder onder video

De derde verzamelaar is de schilder Roland Penrose, hij organiseerde in 1937 de eerste expositie van surrealisten in Londen, raakte bevriend met hen en kocht en verkocht hun werk. Zijn Picasso’s hangen nu naast zijn werken van Max Ernst, Joan Miró, Giorgio de Chirico en van hemzelf.

In de zaal over de nog levende verzamelaars Ulla en Heiner Pietzsch hangt een enorme foto waarop ze zitten op een bank, terwijl zij hem een kunstboek laat zien. De woonkamer lijkt wel een museumzaal. Hun Berlijnse villa hebben ze laten ontwerpen rond hun nog steeds groeiende collectie die ze later aan de stad zullen schenken. Boijmans gebruikt hun schilderijen om de raakvlakken te laten zien van surrealisten met kunstenaars uit volgende stijlperioden zoals het abstract- expressionisme. Een schilderij dat Ernst maakte met verf die lekt uit een busje dat hij aan een touw rondslingert, verwijst vooruit naar Pollocks druipwerk.

Tekst gaat verder onder video

Onderlichaam

Na de vier zalen heb ik eigenlijk al een complete expositie gezien. Je zou bijna vergeten dat de kern van Gek van surrealisme nog moet komen, een speciaal gemaakte twintig meter lange, smalle ellipsvormige zaal tussen de andere in. Dicht naast elkaar hangen en staan daar bijna zestig schilderijen en zeven objecten. Bruisende hoogtepunten zijn het trammetje van Paul Delvaux, het levende oerwoud Le Joye de vivre van Max Ernst, een kreefttelefoon van Dalí, de strijkbout met spijkers van Man Ray, bronzen afgietsels van intieme vrouwelijke delen van Duchamp en Magrittes La représentation (1937), het onderlichaam van een blote vrouw in een lichaamsvolgende gouden lijst.

Het was een idee van conservator Saskia van Kampen-Prein om de vier verzamelaars in eigen zalen te tonen rond deze schitterende expositie in een expositie. Na al het moois daar is rondlopen in de ovale kernexpositie een bijna surrealistische ervaring. Magrittes onderlichaam heeft Van Kampen-Prein terecht niet aan de muur gehangen maar als een object in een vitrine gezet. Zodat je op de achterkant van het paneel de stickers ziet van de lijstenmaker en de musea in onder andere Parijs, Londen, New York en Brussel waar zij in haar tachtigjarige leven is geweest.

Lees ook: ons interview met fotograaf Antony Penrose: ‘Ik speelde ruwe spelletje met Picasso’