Feyenoord blijft winnen, maar er zijn nog valkuilen

Eredivisie

Koploper Feyenoord draait op volle toeren. De ploeg won alle competitieduels sinds de winterstop. Waar kan het eventueel misgaan?

Jens Toornstra viert zijn 2e goal tegen FC Groningen. Foto Kay in 't Veen/ANP

De motor van de spelersbus van FC Groningen draait, naast de Kuip. Twee begeleidende politieauto’s staan klaar voor vertrek. Het terrein rond de Kuip wordt met de minuut witter, de teammanager maant tot haast. Naast de Kuip kijkt coach Ernest Faber even naar de grond bij de vraag wat de zwakte is van Feyenoord. „Eigenlijk niks.” Hij aarzelt even. „Het enige waarin ze minder zijn is de omschakeling. Dat is hun grootste zwakte.”

Geen schade, geen verrassing, koploper Feyenoord kan weer een duel wegstrepen. Solide 2-0 zege op FC Groningen, twee mooie goals van Jens Toornstra.

Het is als een mammoettanker die mijl voor mijl dichter bij de haven komt, op koers voor de eerste titel sinds 1999. Acht competitiezeges op rij nu, met 24 goals voor, en twee tegen. Voldoende superlatieven over dit Feyenoord: fysiek sterk, hermetische defensie, een onbreekbaar motorblok op het middenveld, brille op de vleugels en de conditionele diepte om vaak toe te slaan in de laatste fase als de tegenstander op zijn rug ligt.

Elf zeges in de resterende twaalf duels zouden volstaan voor de titel. Mogelijke valkuilen? „Ik denk dat er geen valkuilen zijn”, zegt coach Giovanni van Bronckhorst tegen de NOS. De vraag is of dat zo is. De vier bedreigingen van Feyenoord in de jacht op het vijftiende landskampioenschap.

1. De druk

Alle kaarten voor de resterende thuisduels zijn al uitverkocht meldt het programmaboekje. Een titel van Feyenoord leidt tot meer vervoering dan bij een landskampioenschap van PSV. Omdat het al achttien jaar geleden is in Rotterdam. Omdat het minder vaak voorkwam dan, zeg, de Elfstedentocht – vijftien om veertien keer. „Belangrijkste wordt de druk”, zegt Leo Beenhakker.

Hij won als coach zes landstitels, waaronder Feyenoords laatste, woont om de hoek bij de Kuip, volgt de eredivisie, kent Van Bronckhorst en zijn assistent Jean-Paul van Gastel goed. Zijn advies: „Het gaat er nu om dat je als coach niet alleen tactisch en technisch maar ook op mentaal vlak bezig moet zijn je spelers zo goed mogelijk in een wedstrijd te krijgen.”

Zodra graag willen winnen móéten winnen wordt, gebeurt er wat met je.

Hoe? „Daar is geen methode voor. Je werkt met twintig verschillende karakters. De een gaat zweven bij succes, de ander krijgt angst om fouten te maken, daar is geen handregel voor. Dirk Kuijt zal er bijvoorbeeld niet zenuwachtig van worden.” Hij herinnert zich de kampioenswedstrijd van 1999, vijf duels voor het einde: 2-2 in de Kuip tegen NAC. „Heel moeizaam. Iedereen speelde onder zijn niveau. Spanning overheerste. „Zodra graag willen winnen móéten winnen wordt, gebeurt er wat met je.”

2. Afhankelijk van een kern

Feyenoord kan plots in niveau terugvallen, is gebleken. Zie de nederlagen in november tegen Go Ahead Eagles en in januari in de beker tegen Vitesse. Gemene deler in beide duels: bepalende spelers ontbraken, onder wie middenvelders Karim El Ahmadi en Tonny Vilhena. De vervangers – Marko Vejinovicć, Simon Gustafson, Renato Tapia – voldeden niet. De bank is breed, maar mist vergelijkbare kwaliteit.

Ofwel: Feyenoord is afhankelijk van een vaste kern. Naast El Ahmadi en Vilhena zijn dat vooral spits Nicolai Jørgensen en verdediger Eric Botteghin. Wat als een of twee van deze pijlers wegvalt onder de fundatie? Verval is niet ondenkbaar. De afwezigheid van El Ahmadi (Afrika Cup) werd goed opgevangen in de eerste drie competitieduels begin 2017. Maar: dat betrof mindere tegenstanders.

3. Ruimte achter de defensie

In de diepte is het te halen tegen Feyenoord, zegt Willem II-coach Erwin van de Looi. Zijn ploeg bood onlangs goed weerwerk: drie weken terug, een krappe 1-0 nederlaag. „Ze nemen risico’s in de verdediging, ze dekken graag door, staan ‘hoog’.” Daardoor ontstaat er ruimte achter de defensie. „Je kan er dan met je middenvelders of vleugelspelers overheen. Daar zijn ze kwetsbaar.”

Dit was ook zichtbaar tegen FC Twente vorige week. Veel ruimte achter de verdediging. En in mindere mate ook zaterdag in de eerste helft tegen Groningen, dat drie keer doorkwam over links. Treffendste voorbeeld: de 35ste minuut, nog bij 0-0. De aanvalslustige Feyenoord-rechtsback Rick Karsdorp is uit positie, Groningen rukt op, de Noorse middenvelder Ruben Yttergård Jenssen kan vrij binnenschieten. Maar hij schuift naast. Drie minuten later scoort Feyenoord. „Op de training gaat dat negenennegentig van de honderd keer goed”, zegt hij in een mengelmoes van Nederlands, Noors en Duits. Voelt hij zich schuldig? „Ja, klar. Als je zo naast schiet.”

4. Het zware programma

Wat rest: zeven keer uit, vijf maal thuis. Maart en april lijken cruciaal te worden. Onder de uitduels zitten onder meer ADO Den Haag, Ajax, PEC Zwolle en Vitesse. De laatste ontmoeting tegen deze vier teams gingen uit allemaal verloren, alle competities meegerekend. Ook wacht het lastige uitduel met sc Heerenveen, dat met veel bewegende aanvallers een gat kan slaan in de defensie. En over twee weken is Feyenoord-PSV.

Feyenoord beschikt over prijzenpakkers, de selectie telt vier spelers die samen acht landstitels wonnen. Beenhakker verwacht geen inzinking. Hij ziet gelijkenissen met zijn team van 1999.

„Dit is een ploeg die weigert te verliezen, en dat stralen ze uit. In 1999 zaten er soms ook draken van wedstrijden tussen. Ik zie nu hetzelfde terug, de vastberadenheid. Ook met het idee: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.”