Column

De absurde werkelijkheid is satirici te veel

Cabaretiers zijn niet gewend snel te reageren op de actualiteit. Verwacht dus nog geen grappen over Trump. Freek reageert in zijn programma over de aanstaande verkiezingen wel op de brief van Rutte.

Freek de Jonge Foto Bas Czerwinski/ANP

Je kan het nieuws geen vijf uur alleen laten of er is iets geks gebeurd (lees: getwitterd door Trump). Hoogtijdagen voor spotters en narren, zou je denken. Vorig jaar stond in NRC het artikel: ‘Cartoonisten smullen van dagelijkse soapserie Brexit’. Nu is er de Amerikaanse remake: onwaarschijnlijk veel rijker en gelaagder.

De krachtigste spotprent (vanwege de plaatsing op de cover van Der Spiegel) was van de Amerikaanse tekenaar Edel Rodriquez (zelf een Cubaanse immigrant) die Trump afbeeldde met bebloed kapmes en het afgehakte hoofd van het Vrijheidsbeeld. Saturday Night Live scoort met imitaties en Zondag met Lubach met hun Netherlands Second-video.

Maar het feestmaal wordt grappenmakers te veel. Een week geleden verzuchtte Arjen Lubach dat satire bedrijven lastig is geworden omdat de werkelijkheid te krankzinnig is. Datzelfde gevoel vertolkten de makers van South Park, Trey Parker en Matt Stone in een interview: „Satire is moeilijk nu de satire werkelijkheid is geworden. We proberen grappen te maken over wat er gebeurt, maar we kunnen het niet bijhouden. Wat er gebeurde was veel grappiger dan we konden bedenken. Dus we namen afstand en lieten de humor over aan politici.”

Eenzelfde verzuchting slaakt Freek de Jonge in zijn nieuwe programma De Stemming 5. In deze vijfde ‘verkiezingsconference’ neemt Freek [geef hem zijn naam terug, meneer Vonk] zich voor „de staat van het land te duiden”. Ook Freek vraagt zich af hoe een uitvergroting van de werkelijkheid nog iets aan de kaak kan stellen. De absurde werkelijkheid verlamt hem: hij noemt het als één van de oorzaken van zijn „identiteitscrisis als cabaretier”.

Het probleem is dat iedereen al ziet dat Trump zich als een dolleman gedraagt. Dat vraagt om satire die niet alleen uitvergroot, maar ook iets blootlegt. Zoals het Franse Le Canard Enchaîné voorbeeldig doet. Dat satirische weekblad bedrijft onderzoeksjournalistiek en doet talrijke onthullingen. Die rol van waakhond, waarin satiricus en journalist overeenkomen, neemt Freek buiten het theater met verve op zich: als voorman van het verzet tegen het veronachtzaamde Groningse gasschandaal.

Maar hoe op het podium om te gaan met bijvoorbeeld de twittersalvo’s van Trump? Snel reageren op de (politieke) actualiteit is niet de grootste kracht van cabaret. Sanne Wallis de Vries zou een prachtige Trump in huis kunnen hebben, maar vorige week zag ik haar in een try-out Femke Halsema nadoen. En de giftige André Manuel deelde eind januari slechts een speldenprik aan de president uit. Alleen daarom is het al goed dat Freek in De Stemming de brief van Rutte en de het PVV-programma op de snijtafel legt. En ook al levert zijn commentaar geen nieuw inzicht op, het is net als al die cartoons een troostende vorm van solidariteit.