Betogende Roemenen hebben geld en andere waarden

Aanhoudende protesten

Het zelfvertrouwen groeit bij de Roemeense demonstranten. Ze denken het afzwakken van de straffen op corruptie te kunnen stoppen. Maar de regering weet zich sterk op het platteland.

Darko Bandici/AP

In de van uitlaatgassen doortrokken winterlucht van het Overwinningsplein vouwt Constantin Paraschiv zijn laptop open. Vanuit zijn kampeerstoel in het midden van het hectische verkeersknooppunt voor het Roemeense regeringsgebouw neemt de 37-jarige consultant dagelijks zijn e-mails door. Op een tafeltje heeft hij een Roemeense vlag uitgespreid, naast enkele kisten met peren, bananen en appels.

Gratis krachtvoer voor de duizenden Roemenen die hier al twee weken elke avond demonstreren: aanvankelijk tegen een nooddecreet waarmee het kabinet van de sociaal-democratische premier Sorin Grindeanu straffeloosheid dreigde te regelen voor ernstige corruptiemisdrijven, inmiddels voor het aftreden van zijn regeringscoalitie.

Grindeanu trok de controversieelste maatregel in, het schrappen uit het strafrecht van ‘ambtsmisbruik’ met schade onder 200.000 lei (44.000 euro). De minister van Justitie nam ontslag. Maar de demonstranten geloven dat het kabinet de agressieve anti-corruptiestrijd die Roemeense aanklagers de afgelopen jaren ontketenden, nog steeds wil terugdraaien. De inzet is hoog: verscheidene leden van de regeringspartijen riskeren een veroordeling.

Nieuwe vastberadenheid

De aantallen zijn gedaald van 600.000 demonstranten in het hele land tot bijna 100.000 zondag. Maar bij volhardende burgers zoals Paraschiv is een nieuw soort vastberadenheid merkbaar. Zij voelen inmiddels de afname van gesjoemel dat ooit een onwrikbaar onderdeel van de alledaagse werkelijkheid leek. Op de corruptieperceptie-ranglijst van ngo Transparency International klom Roemenië sinds 2011 van plaats 75 naar 57. „Wij willen niet terug naar de tijd dat je bang in je kantoortje zat te wachten, met enveloppen vol steekpenningen voor overheidsinspecteurs,” zegt Paraschiv.

Hun verontwaardiging gaat in crescendo sinds eind 2015. Toen eiste een brand in nachtclub Colectiv in Boekarest 64 dodelijke slachtoffers. Vuurwerk had ontvlambaar isolatiemateriaal in lichterlaaie gezet in een zaal met slechts één nooduitgang: een flagrante inbreuk op veiligheidsvoorschriften die autoriteiten niet afdwongen. De wetteloosheid en corruptie die velen als onderliggende oorzaak zagen, werden onhoudbaar. „Corruptie doodt,” was de slogan waarmee tienduizenden demonstranten de toenmalige regering van de PSD-premier Victor Ponta tot aftreden dreven.

Etterbuil

De etterbuil liep verder leeg. De brandwondenafdeling van een overheidshospitaal in Boekarest bleef dicht voor de Colectiv-slachtoffers, ondanks een recente herinrichting. De miljoenen euro’s kostende uitrusting bleek ongeschikt om ernstige brandwondenpatiënten te behandelen. Het anti-corruptieagentschap DNA opende een onderzoek naar corrupte aankooppraktijken bij voormalige bestuurders. De zaak riep extra frustratie op omdat veel Roemenen gewend zijn smeergeld te betalen in staatshospitalen, voor een snelle afspraak of goede behandeling.

Tot overmaat van ramp bleken 300 staats-en privéziekenhuizen ontsmettingsmiddelen in te kopen bij een bedrijf dat zijn waren verdunde. „Antiseptica zo slap als kraanwater,” zegt Catalin Tolontan, de onderzoeksjournalist die het verhaal aan het licht bracht.

Is Roemenië hopeloos? Helemaal niet, zegt Tolontan. „Als burger ben ik bijzonder optimistisch.” De technocratische overgangsregering die tot eind 2016 aan de macht was, gaf prioriteit aan betere regelgeving in de zorg. Heftige reacties op alle schandalen toonden dat burgers steeds krachtiger hun rechten opeisen.

Lijden onder wantrouwen

De explosie van nieuwe bedrijfstakken zoals de IT-sector creëerde een middenklasse georiënteerd op het westen. Zij hebben niet alleen geld en zelfvertrouwen, zegt marketingspecialist en demonstrant Sorin Axinte: „We hebben andere waarden en vaak jonge kinderen.” Die willen ze niet zien opgroeien in een samenleving die, ook na het einde van het communistische schrikbewind van Nicolae Ceausescu in 1989, bleef lijden onder wantrouwen, berusting en conflictmijdend gedrag. „Passanten vertellen me dat protesteren riskant is en dat ik beter naar huis kan,” zegt de fruit verdelende consultant Paraschiv op het Overwinningsplein. „Mooi niet.”

Axinte: „Onze generatie heeft genoeg van de shitty attitude van corrupte en arrogante elites die hun grote terreinwagens op gehandicaptenplaatsen parkeren. Een nieuwe generatie journalisten legt hun schandalen bloot. En na een jaar technocratisch bestuur weten we hoe een normale regering eruit ziet.” De brute manier waarop de regering de anti-corruptiestrijders in de wielen trachtte te rijden, maakte volgens Sorin burgers die in december nog vergaten te stemmen, alsnog wakker.

„Als we nu niets doen, gaan we terug naar het verleden. In dat geval overwegen ik en veel vrienden emigratie.” Meer dan 3,4 miljoen Roemenen bevinden zich volgens de Wereldbank in het buitenland: op termijn een potentieel drama voor de economie.

Steun van armen en op platteland

Voorlopig lijkt alleen de regering een duidelijke strategie te hebben. Haar parlementaire meerderheid is intact. Via maatregelen als pensioenverhogingen probeert ze zich te verzekeren van de blijvende steun van arme Roemenen uit arbeiderswijken en het platteland. Ondertussen berichten regeringsgezinde tv-kanalen hoe demonstranten en president Klaus Iohannis, een politiek rivaal van het kabinet, de samenleving verscheuren.

Het maakt mensen zoals Maria Ilie (80), kiezer van de centrum-rechtse regeringspartij ALDE, kritisch over Iohannis en de oppositie. Maar voor de demonstranten heeft ze wel begrip, zegt ze op de Veteranen-markt in Sector 6, een volkse wijk vol woonkazernes met roestvlekken en dunne enkele ramen. „Ik kan geen goede zorg in een privé-ziekenhuis betalen, maar politici zijn krankzinnig rijk en bouwen paleizen. De jongeren hadden al veel eerder moeten demonstreren.” Ilie hoopt op een compromis tussen regering en demonstranten: minder corruptie én een hoger pensioentje.

Maar in compromissen gelooft demonstrant Axinte niet meer: „Deze machthebbers hebben slechts zes maanden nodig om alles aan stukken te rijten. We moeten hen geen vier jaar geven.”