Transgender op de werkvloer is nog vaak een taboe

Arbeidsmarkt

Een fors aantal transgenders in Nederland zegt vanwege hun achtergrond te zijn gediscrimineerd op het werk . „Als man werd ik eerlijker betaald en had ik duidelijk meer aanzien.”

‘Mijn plan om voortaan als vrouwelijke werknemer aan de slag te gaan, was een reden om mij te ontslaan.” Het is een veelzeggende reactie uit nieuw onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van transgenders in Nederland.

Het onbegrip voor transgenders is diepgeworteld en ze moeten daarom dikwijls harder vechten om carrière te maken, blijkt uit de studie van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Maastricht, belangenorganisatie Transgender Netwerk Nederland en GenderTalent, een stichting voor loopbaanbegeleiding van transgenders.

Ruim driehonderd respondenten vulden eind 2016 online een vragenlijst in, maar representatief voor alle Nederlandse transgenders zijn de uitkomsten van de studie niet. „Een representatieve studie is niet haalbaar, simpelweg omdat er zo weinig transgenders in Nederland zijn”, zegt onderzoeker Tina Glasner, die de studie vanuit de UvH begeleidde. Door transgenders op verschillende manieren te benaderen, bijvoorbeeld via Facebook en verschillende nieuwsbrieven, is geprobeerd toch een zo breed mogelijke groep te bereiken.

Op de bank

Meer dan de helft van de transgenders die meededen aan het onderzoek werkt in loondienst, 8 procent is zelfstandig ondernemer, 10 procent heeft geen werk (tegenover 5,6 procent van de totale beroepsbevolking) en ruim 10 procent is arbeidsongeschikt (tegenover zo’n 5 procent van de totale bevolking tussen de 15 en 75 jaar). Er lijkt de afgelopen jaren weinig tot geen vooruitgang geboekt in de arbeidssituatie van transgenders: het Sociaal en Cultureel Planbureau kwam in 2012 met nagenoeg dezelfde cijfers. Elise van Alphen, coördinator bij TNN en initiatiefnemer van het onderzoek, noemt het „zorgwekkend”.

Dat zo veel transgenders thuiszitten, is deels te verklaren door de geslachtstransitie die ze doormaken of hebben doorgemaakt, denkt Van Alphen: „Zo’n traject duurt drie tot vijf jaar, dat vraagt veel van je. Je hebt tijd nodig om te herstellen, maar je gaat ook heel anders in het leven staan. Je lichaam past eindelijk bij hoe je je voelt, en dat kan voor je omgeving enorm wennen of zelfs schrikken zijn. Het kan stress en een hoog ziekteverzuim opleveren.”

Daardoor worden tijdelijke contracten soms niet verlengd, zegt Van Alphen. „Bovendien zijn werkgevers niet snel geneigd om iemand in transitie een vast contract te geven.”

Nieuw geslacht, ander salaris

Ruim 40 procent van de deelnemers aan het onderzoek liet weten op het werk weleens te zijn gediscrimineerd. „Als man werd ik simpelweg eerlijker betaald en had ik duidelijk meer aanzien”, liet een transvrouw bijvoorbeeld weten. „Een transman gaat vaak een halve stap omhoog, een transvrouw twee stappen omlaag”, stelt ook Van Alphen op basis van eigen ervaringen. Hoger opgeleide transgenders worden het minst gediscrimineerd, maar de verschillen zijn klein. Het vaakst komt discriminatie voor in de gezondheidszorg, het minst vaak in de informatie- en communicatiesector.

Een kwart van de respondenten zei ooit geconfronteerd te zijn met formele discriminatie: niet aangenomen of ontslagen worden. Een van hen schreef: „Bij mijn laatste werkgever ben ik er gewoon uitgegooid vanwege mijn transitie. Dat wordt niet toegegeven, maar het is wel degelijk daarom geweest.”

Discriminatie die te maken heeft met dagelijkse contacten op de werkvloer komt nog vaker voor: ruim 35 procent van de respondenten overkwam dat. „Toen ik in transitie ging, kon mijn chef daar totaal niet mee omgaan”, schreef een andere respondent. „Hij bleef me nog heel lang als vrouw aanspreken. Na een jaar werden de vergissingen nogal pijnlijk en gênant, zeker bij een teamoverleg.”

Confrontatie op de werkvloer

D66, PvdA en GroenLinks presenteerden vorige maand een initiatiefwet om een verbod op discriminatie van transgenders expliciet vast te leggen. TNN pleit daarbij ook voor een transitieverlof, verlof voor transgenders tijdens hun transitiefase. „Op die manier zouden werkgevers ontzien kunnen worden”, zegt Van Alphen.

De invloed van de overheid is beperkt, benadrukt ze. Het denken in traditionele genderrollen zit nu eenmaal diep in onze cultuur verankerd: blauw hoort bij jongens, roze bij meisjes. „Juist daarom moet je genderdiversiteit bespreekbaar maken op de werkvloer.”

Hoe doe je dat? „Door mensen te confronteren met hun vooroordelen”, zegt voorzitter Bregtje Visser van de stichting GenderTalent. Die stichting, die sinds afgelopen juni transgenders in hun carrière begeleidt, doet dat bijvoorbeeld door trainingen op het werk.

„Deelnemers krijgen de opdracht om aan te geven welke karaktereigenschappen typisch mannelijk of vrouwelijk zijn”, vertelt ze. Vervolgens laat de trainer zien dat die scheidslijnen heel kunstmatig zijn.

Ook wordt vrij basaal uitgelegd wat een transgender nu eigenlijk is. Visser: „In het biologieboek van vroeger staat niet dat er meer is dan een man of een vrouw.” Dat is er volgens haar mede de oorzaak van dat transgenders niet ‘normaal’ gevonden worden en dat het aan empathie ontbreekt.

Visser is zelf ook transgender en krijgt bijvoorbeeld geregeld te horen dat ze een vrouw met ‘ballen’ is. Visser: „Dat vind ik echt een hele vervelende opmerking.” Hoewel ze ook niet al te somber wil zijn. „Transgenders hebben vaak juist iets extra’s te bieden. Ze weten door hun achtergrond de verbinding te leggen tussen mannen en vrouwen. Jammer genoeg zien veel werkgevers die kracht nog niet.”

Foto Andreas Terlaak

Sophia (30), ‘Ik word hier gewaardeerd’

„Noem mij maar Sophia. Ik heb liever niet dat mensen mij zo online terugvinden. Ik wil van het stempel transgender af, en niet continu met mijn verleden bezig hoeven zijn.

„Sinds eind november werk ik fulltime als technisch controleur bij de autofabriek van Tesla in Tilburg. Ik heb net een halfjaarcontract gekregen en heb het erg naar m’n zin. In de vacature stond dat ze niet op gender selecteren, dat gaf mij een extra zetje. Het personeelsbestand is hier ook internationaal en divers. Ik word gewaardeerd, en dat is goed voor mijn zelfvertrouwen.

„Sinds iets meer dan een jaar staat er vrouw in mijn paspoort. Zo’n drie jaar geleden kwam het besef dat ik in transitie wilde gaan. Ik was toen docent motorvoertuigentechniek op het ROC in Leiden. In mijn laatste periode op school liet ik mijn haar groeien en droeg ik vrouwelijkere kleding. Collega’s reageerden vrij normaal, maar leerlingen maakten me elke dag voor homo of wijf uit.

„Op een dag ben ik huilend en overspannen naar huis gegaan. Ik kwam in de ziektewet terecht en mijn contract werd daarom niet verlengd. Niet dat ik de behoefte voel, maar inmiddels zou ik misschien wel weer voor de klas durven staan.”

Foto Andres Terlaak

Martijn Anthonio (53), ‘Ik voelde me vaak niet veilig’

„Tijdens mijn studie theologie in Tilburg merkte ik dat ik liever man wilde zijn. Toen ik begon met mijn geslachtsverandering, reageerden docenten erg negatief.

Ze begonnen me te mijden en stonden niet toe dat ik mijn scriptie over seksuele diversiteit schreef. Daardoor lukte het niet om mijn studie af te maken en belandde ik in een gesubsidieerde baan.

„Sinds 1995 ben ik man voor de wet. Tot nu toe heb ik altijd kortlopende contracten gehad, vaak via een uitzendbureau. Inmiddels zit ik door een burn-out al anderhalf jaar thuis. De aanleiding daarvan was het overlijden van een goede vriend, van wie ik veel steun kreeg tijdens mijn transitie.

„Binnenkort ga ik weer solliciteren, maar alleen bij organisaties waar vooral hogeropgeleiden werken. Bij hen voel ik me sneller geaccepteerd. Op andere werkplekken voelde ik niet echt veilig.

„In mijn laatste baan bij de sociale dienst in Rotterdam noemde een collega het eens kinky dat homo’s samenwonen. Als hij had geweten dat ik vroeger vrouw was, dan was ik waarschijnlijk voor altijd ‘die omgebouwde collega’ geweest.

„Bij mij zal altijd horen dat ik een transseksuele achtergrond heb, maar ik zie mezelf niet als transgender. Ik ben in de eerste plaats man en homo.”

Foto Andreas Terlaak

Ana Paula Lima (35), ‘Ik wil gewoon werken’

„Ik ben als vrouw geboren, zo voelt het althans. Mijn transitie was voor mij geen keuze. Ik kom uit Brazilië en begon daar al op mijn vijftiende met het slikken en inspuiten van vrouwelijke hormonen.

„Sinds 2012 woon ik in Nederland. Tot nu toe lukte het niet om hier een baan te vinden. Ik had bijna werk in een hotel, de baas vroeg zelfs of ik een week later al kon beginnen. Maar toen hij zag dat er in mijn paspoort nog stond dat ik een man was, bleken mijn tatoeages ineens een probleem. Ik kon toch niet komen werken.

„Aangifte heb ik niet gedaan, want bewijs discriminatie maar eens. Bij een ander hotel gebeurde precies hetzelfde, het maakte me heel verdrietig.

„Ik heb een diploma voor schoonheidsspecialist, kapper en visagist. Maar ook in die sector is het voor transgenders moeilijk om een baan te vinden. Er werken veel gays en lesbiennes, maar ook zij discrimineren. Het is echt een taboe-onderwerp. Wij zijn ook mensen, we hebben ook talenten. En ook wij willen gewoon werken.

„Sinds april heb ik een schoonheidssalon aan huis. Dat gaat goed, maar ik wil me verder ontwikkelen. Ik wil communicatie en marketing studeren. Wel ben ik bang dat ik geen stageplek zal vinden.”