Volbloed Ajacied en de enige die nummer 14 echt begreep

Vrijdag overleed Piet Keizer op 73-jarige leeftijd. Hij was een van de beste linksbuitens in de geschiedenis van het Nederlands voetbal.

2 oktober, 1974. Piet Keizer in duel met een speler van NAC. Foto ANP

Een echte Amsterdammer en een echte Ajacied. Piet Keizer werd op 14 juni 1943 in Amsterdam geboren en speelde zijn hele professionele carrière alleen voor Ajax. En als volbloed Ajacied was hij niet wars van kritiek op zijn club – kankeren werd dat ook wel genoemd. Zo kon het gebeuren dat hij in 2010 erelid werd van Ajax en een jaar later die eretitel inleverde omdat hij het niet eens was met het beleid.

Bovenal was hij een begenadigd linksbuiten, een van de beste in de geschiedenis van het Nederlands voetbal. Beroemd om zijn schaarbeweging en zijn afgemeten voorzetten.

Toen hij nog een Pietje was voetbalde Keizer voor de Amsterdamse amateurclub Amstel, maar al op twaalfjarige leeftijd, in 1955, werd hij lid van Ajax. Hij doorliep er de jeugdopleiding en zes jaar later, in 1961, maakte hij op zijn zeventiende zijn debuut in het eerste van Ajax, dat toen nog bestond uit semiprofs. Dat was op 5 februari in een thuiswedstrijd tegen Feyenoord; de Rotterdamse rivaal won met 1-0.

Aanvankelijk linksbinnen

Hoewel Keizer faam verwierf als linksbuiten, speelde hij, in het 3-2-5 systeem dat toen nog alom werd gehanteerd, aanvankelijk ook vaak linksbinnen. Aan de buitenkant stond Peet Petersen (1941-1980), een viervoudig international, maar in het Nederlands elftal stond op die plek toen meestal een andere fameuze dribbelaar: de Feyenoorder Coen Moulijn (1937-2011).

Keizer stond ook in het Ajax-elftal dat een jaar later het eerste Europese succes in de historie van de club boekte. Ajax won in 1962 de Intertoto, een van de toernooien die als voorloper kunnen worden beschouwd van de huidige Europa League. Tegenstander in de finale, die in het Olympisch Stadion werd gespeeld, was opnieuw Feyenoord. Ajax won met 4-2; Henk Groot scoorde driemaal.

Piet Keizer maakte ook het seizoen mee, 1964-1965, waarin het ondenkbare toch mogelijk leek: dat Ajax zou degraderen. Al beleefde hij dat van een afstand: in een bekerduel op 25 maart 1964 tegen stadgenoot DWS verloor hij het langdurig bewustzijn na een kopduel. Hij liep een schedelbasisfractuur op met een bloedprop daartussen. Voor het einde van zijn voetballoopbaan werd gevreesd, maar Keizer herstelde en maakte in december van dat jaar zijn rentree in het eerste van Ajax.

Ajax maakte zaterdagochtend een herdenkingsvideo over Keizer:

Gouden periode Ajax

Ajax wist zich te redden en trok een nieuwe trainer/coach aan: Rinus Michels. Het bleek, in 1965, het startsein voor een gouden periode van de club. In de daaropvolgende acht seizoenen, met Piet Keizer vast als linksbuiten, werd Ajax zesmaal landskampioen. In het toenmalige stadion De Meer werd voetbal van een niveau gespeeld dat in Nederland zelden was vertoond. Dat was ook en vooral te danken aan een jongen die vier jaar jonger was dan Piet Keizer en zich inmiddels als groot talent had aangediend: Johan Cruijff (1947-2016).

Met Keizer vormde hij een duo dat elkaar blindelings leek aan te voelen. Cruijff noemde Keizer eens de enige medespeler die hem echt begreep. Aanvankelijk ontpopte Keizer zich als een soort mentor over de fenomenale spits. Cruijff omschreef hem later als ,,mijn boezemvriend”; het duo tekende als eerste spelers een full-profcontract bij Ajax. Op de bruiloft van Piet Keizer ontmoette Johan zijn latere echtgenote Danny Coster voor het eerst.

Keizer en Cruijff waren in het veld de leiders wier mond zelden ongebruikt bleef. In Vrij Nederland zei Cruijff daar in 1971 over:

“We praten ontzettend veel in het veld. Keizer roept naar mij en ik naar hem, je hebt nu eenmaal geen ogen in je achterhoofd. Als Keizer bijvoorbeeld een voorzet geeft en hij ziet dat hij te ver komt, dan roept hij: ‘Henk z’n plaats!’ en dan weet ik wat ik doen moet.”

In die beginperiode was er onder voetballiefhebbers nog wel een discussie, vergelijkbaar met die over The Beatles en The Rolling Stones, over de vraag wie de beste was: Cruijff of Keizer. Cruijff dus.

Blessure tegen Liverpool

Piet Keizer maakte ook de glorieperiode van Ajax in het internationale voetbal mee. Uitgerekend in de wedstrijd die de internationale doorbraak van Ajax inluidde, het in de mist gespeelde duel tegen Liverpool op 7 december 1966, ontbrak Keizer wegens een blessure, waarover hij vele jaren later bekende dat die niet zo ernstig was. Maar hij was er wel bij toen in 1969 de club voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal de finale van de Europa Cup 1 bereikte, de tegenwoordige Champions League (Ajax verloor met 4-1 van AC Milan).

Twee jaar later won Ajax voor het eerst de deze beker. Tegen het Griekse Panathinaikos leverde Piet Keizer, na een ‘schaar’ de voorzet waaruit Dick van Dijk koppend de 1-0 maakte. Ook in 1972 en 1973 won het Ajax van Piet Keizer de Europa Cup 1; in 1972 ook de Wereldbeker en in 1973 de Supercup.

Ajax wint in twee wedstrijden de Supercup in 1973 van AC Milan, in Amsterdam werd het 6-0 voor Ajax:

In het Nederlands elftal maakte Piet Keizer op 5 september 1962 zijn debuut, op negentienjarige leeftijd, tegen de Nederlandse Antillen (uitslag 8-0). In totaal speelde hij 34 interlands, waarin hij elf keer scoorde. Dat aantal caps had hoger kunnen zijn, maar Ajax weigerde in die jaren soms zijn spelers aan Oranje af te staan; bovendien ontbrak Nederland gewoonlijk op internationale eindtoernooien.

Dat was anders in 1974 in (West-)Duitsland, maar toen had Keizer zijn beste tijd als voetballer al achter zich. Op dat toernooi, waar Nederland de finale met 2-1 van het gastland verloor, speelde hij, op 19 juni, zijn laatste interland, tegen Zweden (0-0). Hij was overvleugeld door Rob Rensenbrink. Toen deze linksbuiten in de finale geblesseerd uitviel, verwachtte menigeen dat Keizer hem zou vervangen. Maar bondscoach Rinus Michels koos in de rust voor René van de Kerkhof.

Met Michels had Keizer bij Ajax al een relatie die rustig als ‘kil’ kan worden omschreven. Het eindigde ermee dat de twee niet mee met elkaar spraken, elkaar soms volkomen negeerden. Ook met Cruijff werd de verstandhouding slechter. Cruijff had in 1972 de aanvoerdersband van Keizer overgenomen, maar in 1973 gaven de andere spelers aan dat ze Cruijff niet langer als hun leider pruimden. Dat leidde (mede) tot het vertrek van Cruijff naar FC Barcelona en het einde van de internationale successenreeks van Ajax.

Piet Keizer in beeld: Ajax-legende en voetbalicoon

Een man die weinig sprak

Keizer was een man die buiten het veld weinig sprak, althans met buitenstaanders. Interviews met hem waren schaars. Tv-verslaggever Herman Kuiphof (1919-2008) zei eens over hem: ,,Wie kilte zaait, zal kilte oogsten.”

Onverwacht stopte Piet Keizer in oktober 1974 als voetballer, hij was nog maar 31 jaar. Hij kon het slecht vinden met zijn toenmalige trainer Hans Kraay (senior) en had last van zijn achillespezen. Hij speelde 490 wedstrijden voor Ajax, waarin hij 189 keer scoorde. Alleen Sjaak Swart, Wim Suurbier en Danny Blind kwamen vaker voor het eerste van Ajax uit.

Piet Keizer zocht daarna vooral de anonimiteit. Vanaf 2001 bekleedde hij wel enkele functies, vooral adviserend, bij de club. En in 2010 was hij, voor even dus, erelid. Hij was het echter niet eens met de wijze waarop adviseur Johan Cruijff zijn ‘fluwelen’ revolutie bij Ajax doorvoerde.

In 2014 was hij, met misdaadjournalist Peter R. de Vries, betrokken bij de oprichting van het voetbalmakelaarsbureau PR Sportmanagement, maar hij verliet dit bedrijf al kort daarna.

Op 10 februari 2017 overleed Piet Keizer aan de gevolgen van longkanker. De ziekte had hij voor de buitenwacht goeddeels geheim had gehouden. Hij werd 73 jaar.