Kjeld Nuis eerste wereldtitel te pakken: ‘Eindelijk’

Eindelijk. Want hoelang geldt de ‘mooiboy’ uit de ploeg van coach Jac Orie al niet als een potentiële kampioen?

Kjeld Nuis na het winnen van de 1000 meter tijdens het WK afstanden. Foto Jerry Lampen/ANP

Er was maar één woord voor, dat wist Kjeld Nuis zelf ook. “Eindelijk, ja, dat is het goede woord.” Eindelijk dan toch die wereldtitel, zijn allereerste, op de 1.000 meter bij de WK afstanden op het olympische ijs van Gangneung. “Kippenvel”, beschreef Nuis na afloop van de huldiging zijn gevoelens. “Dit doet me zo goed. Dit voelt zo gek. Ik heb het hele jaar alle 1.000 meters gewonnen internationaal. Dan maak je het er zelf naar dat iedereen zegt: nu moet je het ook doen op de WK, nu moet je wereldkampioen worden. Ik moest de kop koel houden. Dat is me gelukt.”

Eindelijk. Want hoelang geldt de ‘mooiboy’ uit de ploeg van coach Jac Orie al niet als een potentiële kampioen? Maar Nuis (27) en grote internationale titels, dat ging tot nu toe nog niet samen. Hij reed volop baanrecords, behaalde wereldbekerzeges en nationale titels op ‘zijn’ 1.000 en 1.500 meter. Maar twee keer bezweek hij aan de spanning bij de kwalificaties voor de Olympische Spelen. Hij plaatste zich nog nooit. Bij de WK afstanden was er op de 1.000 meter al zilver in 2011 en 2012, brons in 2015 en 2016. En ook dit jaar ging het twee keer mis, op de NK afstanden en de EK sprint. Maar nu niet.

Billenknijpen

In een magistrale race versloeg hij landgenoot Kai Verbij, juist degene die hem bij de NK afstanden in Thialf nog zo verrassend de baas was geweest. Die macht op de laatste kruising, een wat wankele laatste bocht, maar dan toch: 1.08,26 voor Nuis om 1.08,78 voor Verbij, die achter de Canadees Vincent De Haitre (1.08,54) nog wel het brons greep. “Ik keek naar het scorebord en zag eerst de tijd van Kai, 1.08,7”, vertelde Nuis. “Ik dacht: dat wordt krap. Toen zag ik die 1.08,2. Dan krijgen die andere jongens het moeilijk, dacht ik. Maar het was nog wel even billenknijpen.”

De opluchting was groot toen in de laatste twee ritten niemand zijn tijd meer benaderde. “Ja, er valt een hele last van me af”, gaf de schaatser van Lotto-Jumbo grif toe. Want ook vorig jaar was hij al vaak de beste, maar moest hij het op de WK afstanden afleggen tegen de Russen Pavel Koelizjnikov (nu geblesseerd afwezig) en Denis Joeskov (nu zevende). “Ja, ik heb wakker gelegen toen het vorig jaar niet lukte. Ik was toen ook de beste en vaak met groot verschil.

Facetimen

Dezelfde jongens moet je dan ook op een WK kunnen verslaan. Daar doe je het hele jaar je best voor, en dan moet het op dat ene moment gebeuren.“
Natuurlijk waren er ook dit keer bijgedachten. Zou het weer kunnen mislukken? “Niet op het ijs, dan heb ik nergens last van. Met schaatsen ben ik juist superzelfverzekerd.” Maar die tien lange dagen in de aanloop naar de WK, die eindeloze uren in het teamhotel bij Gangneung. “Probeer dan maar eens rustig te blijven. Dan ga je maar weer een bakkie doen, even facetimen met het thuisfront, die kleine een beetje laten lachen. Om de kop leeg te maken, even ergens anders aan te denken.”

Voorafgaand aan zijn winnende 1.000 meter huppelde hij minutenlang zenuwachtig door de catacomben van de Oval. Nog eens spieren losmaken die allang los waren. “Natuurlijk ben je zenuwachtig.” Hij had op de wedstrijddag steun aan Jan Smeekens, zijn ploeggenoot die een dag eerder ook al zijn eerste wereldtitel pakte, op de 500 meter. De sprinter hielp hem bij de warming-up. “Jan is een enorme gentleman”, loofde Nuis.

Ter Mors brons

De ploeg van coach Jac Orie is bij de mannen nog ongeslagen in Zuid-Korea, na goud voor Kramer (vijf kilometer), Nuis en Smeekens. Bij de vrouwen was Nederland op de 1.000 meter minder succesvol. Titelverdedigster Jorien ter Mors kampt het hele seizoen al met tegenslag en kwam ondanks een scherpe tijd van 1.14,66 niet verder dan brons. De Amerikaanse Heather Bergsma won in een nieuw wereldrecord voor laaglandbanen (1.13,94), voor de Japanse winnares van de 500 meter, Nao Kodaira (1.14,43).