Recensie

Wij blowden, beroofden winkels en we hadden schijt aan alles

Programmamaker en columnist Teun van de Keuken schreef een boek over zijn basisschooltijd in de jaren tachtig.

Een paar dagen geleden stond weer eens in de krant dat het slecht gesteld is met de normen en waarden in Nederland. De onderwijsinspectie was teleurgesteld dat allerlei gevoelige onderwerpen niet besproken werden in de klas. De inspectie zou er goed aan doen de debuutroman Goed volk van programmamaker en columnist Teun van de Keuken (1971) eens te lezen. Hij geeft daarin een erg geestig, maar ook ontluisterend kijkje in het basisonderwijs.

Het boek speelt zich af in de jaren tachtig van de vorige eeuw, gebaseerd op eigen ervaringen. Dat is alweer een tijdje geleden, zou je kunnen zeggen. En het gaat om een willekeurige, Amsterdamse basisschool. En ongetwijfeld dikt Van de Keuken de gang van zaken flink aan. Maar aan deze ene roman valt toch wel al haarfijn af te lezen hoe moeilijk het is voor een leerkracht om het over normen en waarden te hebben.

Van de Keuken beschrijft hoe het er aan toegaat bij de kringgesprekken op ‘De Brug’, een volkse, multiculturele basisschool aan de Herengracht, ‘met uiterst magere resultaten.’ Hij wordt er door zijn linkse jarenzestig-ouders naartoe gestuurd omdat het een buurtschool is en zij graag willen laten zien hoe ‘ruimdenkend’ ze zijn.

Een van die kringgesprekken gaat over verliefdheid. Omdat Teun geen ervaringsdeskundige is, maar toch iets moet zeggen, mompelt hij maar dat hij verliefd is op zijn moeder. Luid hoongelach is zijn deel, zeker nadat de meester hem ‘een gek oud wijf’ heeft genoemd. ‘Op De Brug was je op je zevende niet meer op je moeder. Je was op een lekker wijf.’

Van dit soort ongemakkelijke kringgesprekken had zijn vader, de inmiddels overleden fotograaf en documentairemaker Johan van der Keuken (1938-2001), geen weet, als wij Teun mogen geloven. Hij had het zo druk met het grote leed in de wereld dat hij geen oog had voor het kleine leed van zijn zoon.

Toch is de toon van Goed volk niet zuur of bitter. Hier is een nuchtere pragmaticus aan het woord, die ook baat had bij het gebrek aan ouderlijk toezicht. In een reeks geestige hoofdstukken laat hij zien hoe berekenend en keihard een kind moet zijn om zich op De Brug – en misschien wel op élke school – te kunnen handhaven en in het gewenste ‘naschoolse afsprakencircuit’ terecht te komen.

Pas in de hoogste klas hoort Teun er helemaal bij – op een manier die zijn ouders niet helemaal voor ogen zal hebben gestaan. Hij is bevriend geraakt met de leiders van de klas en mag nu aan alles meedoen. ‘Wij blowden, beroofden winkels en hadden schijt aan alles.’ En dan moet de hele middelbare schooltijd nog volgen. Die blijft hier onbesproken. Hopelijk heeft Van de Keuken nog iets voor ons in petto.

Het bloed kruipt intussen waar het niet gaan kan. Van de Keuken, bedenker én naamgever van ‘Tony Chocolonely’, de bekende fair trade-reep, is net als zijn vader een kritische journalist geworden. Iemand met oog voor onrecht en andere misstanden in de wereld. Goed volk dus.