Recensie

Wat dichters met dictators moeten doen

Tobias Tak verstripte de gedichten van Lorca, maar met een gele bloem ernaast worden ze een beetje banaal.

Zijn we er toch weer ingetuind! Het vorig jaar links en rechts geciteerde en zelfs bij DWDD voorgedragen ‘moedergedicht’ met de regels ‘en leid haar met blij gemoed - / want het uur komt, dat je huilend / haar voor ’t laatst begeleiden moet’, dat gedicht dus, is niet geschreven door Adolf Hitler.

Al is de neppoëzie nog zo snel, de dichterswaarheid achterhaalt ’m wel! Maar niet heel vlot, want de schrijver Bart FM Droog meldde een jaar geleden al dat het in de bloemlezing De bloemen van het kwaad aan Hitler toegeschreven gedicht in werkelijkheid van een zekere Georg Runsky was. Niemand luisterde. Een moedergedicht van een massamoordenaar was te aantrekkelijk om dood te checken. (Ik citeerde op deze plaats ook wat regeltjes ‘Hitler’, zij het uit een ander gedicht). Een jaar later staat er een zo lijvig en overtuigend dossier op de site van Droog, dat dichter Menno Wigman zijn nawoord bij de bundel (dat ook in Trouw werd gepubliceerd) heeft teruggetrokken. Achteraf was de rechtvaardiging van samensteller Paul Damen ook wel wat magertjes: ‘Het staat in elk geval niet vast dat het nep is.’ Je hoort het historici in 2095 al zeggen over de herontdekte twittergedichten van Donald Trump (‘Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp/ tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp/ tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp/ tjielp tjielp tjielp// tjielp/ etc.’).

De verhouding tussen politiek en poëzie is zelden participerend. De kortste beschrijving blijft: dictators doden dichters. Zie de door Franco’s milities doodgeschoten Federico García Lorca. De Vlaamse tekenaar Tobias Tak verstripte gedichten van Lorca in een prachtig uitgevoerd en heerlijk ruikend boek: Canciones. Ik zat klaar om het schitterend te vinden. Maar: de tekeningen en de dichtregels zaten elkaar in de weg. Sterker, Lorca wordt een beetje banaal als je bij zijn ‘yo, para darlos vida, les acerco una flor amarilla’ daadwerkelijk een scène met een gele bloem getekend ziet. Kan een dichter te beeldend zijn om te verbeelden?

Aan het eind van het boek verdwenen de woorden en tekende Tak hoe figuren van eerdere pagina’s via een ladder in een grote inktpot kruipen. Die wordt naar de eenzaam in een bos schrijvende Lorca gebracht. Hij heeft een oog met een traan op zijn stropdas. Het ontroerde me. Eenmaal bevrijd van Lorca’s woorden, werken de beelden van Tak geweldig. En herinneren we ons wat dichters met dictators moeten doen: laat ze verzuipen in de inkt.